33 065 Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met aanpassing van de dienstverlening van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan werkgevers en werkzoekenden en de opheffing van de Raad voor werk en inkomen als publiekrechtelijke rechtspersoon met een wettelijke taak en van de Werkloosheidswet en enige andere wetten in verband met de beëindiging van de inzet van het re-integratiebudget Werkloosheidswet en van loonkostensubsidies

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 24 november 2011

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1, belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

Blz.

     

1.

Algemeen

1

2.

Hoofdlijnen wetgeving

2

3.

Ingewonnen adviezen en toetsen

9

4.

Financiële effecten

9

5.

Artikelsgewijs

10

1. Algemeen

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel tot Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met aanpassing van de dienstverlening van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) aan werkgevers en werkzoekenden en de opheffing van de Raad voor werk en inkomen (RWI) als publiekrechtelijke rechtspersoon met een wettelijke taak en van de Werkloosheidswet (WW) en enige andere wetten in verband met de beëindiging van de inzet van het re-integratiebudget Werkloosheidswet en van loonkostensubsidies. Zij steunen de uitgangspunten van het wetsvoorstel. Wel hebben de leden nog enkele vragen die in dit verslag zijn opgenomen.

De leden van de PvdA-fractie hebben kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel. Algemeen oordeel is dat onvoldoende is beschreven wat de gevolgen zijn van de afschaffing van het WW re-integratiebudget, het stopzetten van de loonkostensubsidies en de halvering van het bemiddelingsbudget. Tevens hevelt de regering verantwoordelijkheid en taken over naar de gemeenten en UWV, zonder dat er sprake is van concreet uitgewerkte afspraken tussen de verschillende partijen. Ten slotte bestaat over de spil van het nieuwe voorstel, een goed werkend digitaal systeem voor UWV, gemeenten, werkgevers en werknemers, nog grote onduidelijkheid en onzekerheid. De leden van de PvdA-fractie vinden de wetswijziging ondermaats onderbouwd en heeft meerdere vragen en opmerkingen.

De leden van de PVV-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. De voorgestelde wetswijziging roept echter wel enkele vragen op, die in dit verslag zijn opgenomen.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel dat strekt tot een wijziging van de wet SUWI. Dit is een verdere uitwerking van een deel van de taakstelling SZW domein die eerder dit jaar aan de orde is geweest. De leden van de CDA-fractie zijn zich bewust van de forse ingrepen die er moeten worden gedaan op dit terrein. Dit is een gebeurtenis met ingrijpende gevolgen voor de betrokkenen. Zij hebben er wel vertrouwen in dat door dit wetsvoorstel een verbetering tot stand kan worden gebracht. Zij vinden het wel van groot belang dat het wetsvoorstel voortdurend wordt getoetst op de uitvoerbaarheid. Een aantal organisaties in Nederland heeft grote vraagtekens over de uitvoerbaarheid. De leden van de CDA-fractie willen een aantal vragen over dit wetsvoorstel aan de orde stellen.

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel en hebben een aantal vragen, die in dit verslag zijn opgenomen.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel. Deze leden willen graag enkele vragen voorleggen aan de regering.

2. Hoofdlijnen wetgeving

De regering geeft aan dat het aantal vestigingen van waaruit het UWV opereert zal worden teruggebracht van 98 naar 30 om daarmee de kosten terug te dringen. Kan de regering aan de leden van de VVD-fractie aangeven binnen welke tijdsspanne zij welke stappen zullen nemen om dit te bewerkstelligen? Zou de regering de Kamer gaandeweg het proces over willen informeren? Laat het UWV de regio-indeling volledig aan de gemeenten over?

De regering heeft als doel om in alle arbeidsmarktregio’s één regionaal lokaal voor werkgevers te plaatsen. Kan de regering melden of er ook een loket komt voor werkgevers die op nationaal niveau informatie en/of advies willen? Of moeten deze dan alsnog naar alle arbeidsmarktregio’s afzonderlijk?

De regering schrijft dat veel burgers inmiddels bekend zijn met communicatie via de elektronische weg. Ruim 70% vraagt een WW-uitkering digitaal aan. Uit het eindrapport Evaluatie Wet Eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen (WEU) is echter gebleken dat de Wet Werk en Bijstand (WWB)-uitkering veel minder vaak via de digitale weg wordt aangevraagd, namelijk maar 35%. Kan de regering aangeven of zij dit percentage omhoog wil brengen? Welke stappen denkt de regering hiervoor te nemen vragen de leden van de VVD-fractie.

Werkzoekenden kunnen hun eigen verantwoordelijkheid om werk te vinden waar maken doordat zowel werkzoekenden en vacatures in een transparant digitaal systeem zijn geregistreerd. Het systeem waar op dit moment mee wordt gewerkt is onder andere de website www.werk.nl. De leden van de VVD-fractie hebben echter vernomen vanuit het veld dat de website in de praktijk niet optimaal werkt. Kan de regering aangeven hoe zij het systeem in de toekomst goed zal verbeteren opdat de dienstverlening nog efficiënter zal worden?

De werkloze dient zich volgens de regering na verloop van tijd ruimer op te stellen en arbeid op een lager niveau en in een ander beroep te accepteren. Kan de regering aangeven wat er gebeurt als een werkzoekende toch geen werk vindt of accepteert?

Voor een klein deel van de WW-gerechtigden is face-to-face dienstverlening beschikbaar (circa 10% van de WW-gerechtigden en in de periode van drie tot twaalf maanden). Betekent dit dat er na twaalf maanden geen face-to-face contact meer mogelijk is?

De leden van de PvdA-fractie waren al van mening dat, kijkende naar de afschaffing van het re-integratiebudget WW en de halvering van het bemiddelingsbudget, het UWV zijn verantwoordelijkheid om werkzoekenden te begeleiden naar werk door intensieve bemiddeling en re-integratie niet meer kan uitvoeren. De regering beaamt dit door te stellen dat het UWV geen cursussen, trainingen, scholing, re-integratie en dergelijke zal inkopen en de verplichtingbepalingen in dit wetsvoorstel vervallen. Dit geldt ook voor overheidswerkgevers. De leden van de PvdA-fractie zijn het oneens met deze keuze.

De regering is ook voornemens alle loonkostensubsidies per 1 januari 2012 af te schaffen. De leden van de PvdA-fractie vragen waaruit de regering concludeert dat de waarde van de subsidie onvoldoende vast is komen te staan? Waarom neemt de regering geen maatregelen de effectiviteit van de loonkostensubsidies te verbeteren in plaats van ze af te schaffen?

De regering wil nu inzetten op loonkostendispensatie. De leden van de PvdA-fractie waarschuwen dat de inzet van loondispensatie zal leiden tot een toename van het aantal werkende armen in Nederland. Het wordt immers breder mogelijk onder het minimumloon te betalen, terwijl de regering tevens op de eventuele aanvullende uitkeringen bezuinigt. Waarom kiest de regering voor dispensatie, welke aanwijzingen heeft zij dat dispensatie een effectiever middel dan de loonsubsidie is, en is zij bereid de ontwikkeling van de werkende armen in Nederland door inzet van dispensaties te monitoren?

In de nieuwe situatie verschaft het UWV enkel informatie over de landelijke, regionale en sectorale arbeidsmarktsituaties, zodat werkgevers zijn (met ontslag bedreigde) werknemers zoveel mogelijk naar ander werk kan begeleiden en werkzoekenden zelf in staat wordt gesteld werk te vinden. De leden van de PvdA-fractie vragen wat de effectiviteit van deze nieuwe organisatie zal zijn.

De regering vindt de overheid «pas aan zet is als private partijen er niet in geslaagd zijn mensen aan het werk te houden». De leden van de PvdA-fractie hebben daarover een vraag: mensen komen toch pas in de WW als private partijen er niet in zijn geslaagd ze aan het werk te houden? Dan is de overheid toch aan zet? Waarom worden de re-integratiegelden per 2012 volledig afgeschaft?

De regering stelt dat het budget nu expliciet wordt gericht op de kwetsbare arbeidsmarktgroepen. Welke groepen zijn dat precies en hoe kansrijk zijn in het vinden van een baan in vergelijking met een WW-uitkeringgerechtigde?

Gevolg van de kabinetsbezuinigingen is dat het UWV sterk moet reorganiseren. Het WERKbedrijf gaat de inschrijving en bemiddeling per 1 juli 2012 digitaal doen en verkleint de werkzaamheden tot het enkel ondersteunen van gemeenten en private partijen. De leden van de PvdA-fractie vragen wat deze ondersteuning precies zal inhouden en welke taken de UWV dus zal afstoten. Ook vraagt zij de regering welke partijen de afgestoten taken van het UWV nu zal uitvoeren en hoe deze partijen (financieel) zullen worden aangespoord deze taken op zich te nemen.

De arbeidsbemiddeling door het UWV wordt verkleind tot het digitaal aanbieden van arbeidsmarktgegevens. Face-to-face contacten en begeleiding zullen grotendeels verdwijnen. De leden van de PvdA-fractie vragen wat het effect van deze summiere dienstverlening zal zijn. Hoe gaat het UWV nu uitvoering geven aan zijn verantwoordelijkheid om geschikte vacatures aan werkzoekenden aan te bieden en geschikte werkzoekenden voor vacatures bij werkgevers voor te dragen? Een goed voorbeeld van de gevolgen is dat de «digitale» coach op afstand enkel wordt ingezet bij WW-gerechtigden die tussen drie en twaalf maanden in de WW zitten. Na twaalf maanden wordt de coach niet meer aangeboden, omdat de kans op het vinden van werk toch al minimaal is. Krijgen deze WW-ers ook een melding, u zit twaalfmaanden in de WW dus uw «digital coach» verdwijnt?

De leden van de PvdA-fractie zijn minder positief over de digitalisering bij het UWV. In de eerste plaats zijn het juist de groepen die het UWV vaker nodig hebben, welke minder toegang tot internet en minder kennis over digitale processen hebben, en daarom meer geholpen bij face-to-face begeleiding. Dan gaat het vooral over de 360 duizend mensen met multiproblematiek in de WW. Zij zetten dan ook vraagtekens bij het beleid van de regering enkel een voorziening te treffen die werkzoekenden zal helpen het gebruik van de diensten en expliciet niet de keuze te maken een niet-digitale optie beschikbaar te houden. De leden van de PvdA-fractie vragen daarom een loket te openen waar werkgevers en werkzoekenden voor niet-digitale dienstverlening terecht kunnen.

De tweede zorg is de ervaring dat de opzet van ICT diensten vaak aanloopproblemen heeft. De regering verwacht al per 1 juli 2012 de digitale dienstverlening in te voeren en het totale concept te voltooien in 2015. De leden van de PvdA-fractie waarschuwen dat dit onrealistisch is, het UWV wijst al op de korte voorbereidingstijd, en het juist de kwetsbare werknemersgroepen zijn die hier last van gaan krijgen. Is er nu al enigszins sprake van een goed dekkend landelijk systeem? Wat zijn de procesproblemen die nu bij de pilots met elektronische dienstverlening naar boven komen? Wat zijn de privacygevaren voor de werkzoekenden – zeker met multiproblematiek – indien zij digitaal naar werk moeten zoeken? Het derde punt is de fraudegevoeligheid van digitalisering. Het UWV geeft aan dat het face tot face identificeren van de klant aan de hand van een legitimatiebewijs een preventieve werking heeft. Het lijkt de leden van de PvdA-fractie, gelet op het feit dat UWV en regering nog een passende oplossing moeten vinden om digitale identificatie te laten plaatsvinden, de digitalisering nog niet gereed is voor gebruik.

Het UWV gaat de komende jaren het aantal vestigingen terugbrengen van 98 naar 30, zodat er 30 arbeidsmarktregio’s komen. Per regio moeten UWV en gemeenten samen gaan werken op het gebied van arbeidsmarktbeleid om werkgevers te ondersteunen. In het concept bestuursakkoord was de afspraak opgenomen dat gemeenten in 2012 bekeken welke regio-indeling hen het beste uitkomt. De gemeentelijke indeling kon uiteindelijk ook meer dan 30 regio’s beslaan, dit was open gelaten. Is dit nog mogelijk? UWV wil pas het aantal vestigingen gaan terugbrengen nadat de gemeenten met hun indeling komen. Wat als de gemeenten besluiten dat 40 arbeidsmarktregio’s beter uitkomen? Hoe gaat de regering zorgen dat in 2012 de werkzaamheden van het UWV en gemeenten goed op elkaar aansluiten? De regering is immers verantwoordelijk voor de keten van werk en inkomen als geheel.

Het UWV pleit ook voor afdwinging van een landelijk transparant en actueel gegevensbestand over werkzoekenden en vacatures. De leden van de PvdA-fractie vinden dit een redelijke vraag, aangezien per 1 januari 2012 volledig wordt ingezet op regionale en landelijke digitale systemen. Toch vindt de regering dat UWV en gemeenten hier zelfstandig uit moeten komen. De leden van de PvdA-fractie menen dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, als verantwoordelijke voor de keten van werk en inkomen als geheel, hier regels moet stellen. Wat als UWV en gemeenten er niet uitkomen? De regering wil snel verantwoordelijkheden en bevoegdheden overhevelen, zonder een dwingend kader te stellen, dit lijkt op een vrije val.

De regering legt de echte verantwoordelijke voortrekkersrol voor de samenwerking tussen publieke en private partijen bij de gemeenten. Het UWV wordt enkel nog een informatiebak met regionale arbeidsmarktgegevens die werknemers en werkgevers kunnen gebruiken. Maar wat als gemeenten aangeven de voortrekkersrol niet te kunnen of niet te willen uitvoeren vragen de leden van de PvdA-fractie.

De samenwerking tussen de gemeenten en UWV, die beiden de verantwoordelijkheid hebben de «eigen» werkzoekenden aan het werk te helpen, wordt wettelijk vastgelegd. Gemeenten en UWV gaan met één registratiesysteem werken. De rest van de samenwerking is vrij, de regering wil de ruimte geven aan te kunnen sluiten aan de lokale behoefte. Hoe staat het met de gezamenlijke registratiesystemen? Bestaan deze in elke gemeente? Hoe is de samenwerking tussen gemeenten en UWV nu? De leden van de PvdA-fractie vragen waarom de regering wel per arbeidsmarktregio wel één regionaal loket voor werkgevers wil, waar gemeenten en UWV verantwoordelijk voor zijn, maar niet voor werkzoekenden. Wat is hier de reden voor? Waar kunnen werkzoekenden terecht voor informatie en advies?

Ten slotte wordt ook de Raad voor Werk en Inkomen (RWI), een publiekrechtelijke rechtspersoon met een wettelijke taak, per 1 juli 2012 opgeheven. Dit past in het streven van de regering te besparen op de uitgaven van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In februari 2011 heeft het (PvdA) lid Vermeij een motie ingediend. De motie riep de regering op in overleg met sociale partners en de VNG te bekijken hoe de expertise van de RWI als het gaat om regionaal arbeidsmarktbeleid en arbeidsmarktinformatie kan worden behouden. Hoe staat het met de uitvoering van deze motie? Welke maatregelen heeft de regering in overleg met de sociale partners genomen?

De leden van de PVV-fractie vragen of er op dit moment al meer duidelijkheid is over afspraak met de gemeenten om te komen met regio-indelingen die het beste past bij bovenlokale en gemeenschappelijke uitvoering van gemeentelijke werkzaamheden.

WW-gerechtigden dienen zich over hun sollicitatieactiviteiten te verantwoorden zodat coaching en handhavingactiviteiten kunnen plaatsvinden. De basis voor handhaving en fraudebestrijding vormt de (digitale) registratie van de (sollicitatie)activiteiten van WW-gerechtigden. Wat gebeurt er als de WW-gerechtigde zijn (sollicitatie) activiteiten niet registreert vragen de leden van de PVV-fractie.

Steekproefsgewijs vinden er controles plaats op sollicitatiegedrag en de juistheid van registratie van sollicitatieactiviteiten van uitkeringsgerechtigden. Hoeveel uitkeringsgerechtigden voldoen niet aan de sollicitatieactitiviteiten? Wanneer voldoet men niet? Wat gebeurt er als men hier niet aan voldoet?

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is in overleg met sociale partners en de VNG over de wijze waarop onderbrenging van de expertise van het RWI het beste vorm kan krijgen. Is er al meer bekend over de manier waarop dit zal worden vormgegeven? Wordt de Kamer hier op enig moment nog bij betrokken?

Kan de regering aangeven of het door de regering gevraagde overleg van UWV en gemeenten inzake de informatiebehoefte van gemeenten en de inpasbaarheid daarvan in het landelijk systeem al tot resultaten heeft geleid? Hoe beoordeelt de regering de opmerking van VNG/Divosa dat de taken op het gebied van handhaving en fraudebestrijding in het gedrang komen omdat «een werkzoekendensysteem als basis moet worden gehanteerd dat zij uitsluitend kunnen inzien en dat niet gekoppeld is aan andere gemeentelijke administraties»?

Kan de regering daarnaast aangeven hoe dit laatste moet worden beoordeeld in de toezegging van de minister en staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om fraudebestrijding in samenspraak met gemeenten via het koppelen van bestanden prioriteit te geven?

De leden van de CDA-fractie constateren dat in het veld leven er nog een groot aantal vragen leven over de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel. Op welke wijze houdt de regering hier de vinger aan de pols?

In de memorie van toelichting wordt er op gewezen dat dit wetsvoorstel bijdraagt aan de uitdagingen van de Nederlandse arbeidsmarkt die zich op een omslagpunt bevindt. Kan de regering aangeven op welke wijze dit wetsvoorstel hier nu aan bijdraagt?

Op 1 januari 2009 is een wijziging van de Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Op basis hiervan zijn enkele besluiten genomen, en is ook een nadere invulling gegeven aan de geïntegreerde dienstverlening op de werkpleinen. Dit besluit is echter niet in werking getreden. Er ligt nu een nieuw wetvoorstel. Waarom is dit nu eigenlijk niet in werking getreden? Wat is de relatie met het voorliggende wetsvoorstel?

Het aantal vestigingen van waaruit het UWV opereert wordt in de komende jaren teruggebracht van 98 naar 30. Kan de regering het precieze tijdpad aangeven van deze operatie? Is het waar dat deze vestigingen volledig gaan samenvallen met de vestigingen van waaruit het regionale arbeidsmarktbeleid vorm krijgt?

Er is ook aandacht voor regionaal arbeidsmarktbeleid. Het UWV sluit aan bij de 30 regio’s die er nu zijn. De gemeenten wordt nu verzocht om zich hierbij aan te sluiten. De gemeenten kunnen zelfs een voortrekkersrol krijgen. De samenwerking tussen het UWV en de gemeenten wordt wettelijk vastgelegd. Op welke wijze worden de regio’s hier nu verder toe aangespoord?

Er moet in alle arbeidsmarktregio’s een regionaal loket voor werkgevers komen. Werkgevers krijgen daarbij ondersteuning bij het vervullen van vacatures die geschikt zijn voor moeilijk plaatsbare werkzoekenden. Wat voor steun gaat dit precies worden? Op welke wijze worden de wensen van de werkgevers daarbij meegenomen?

Het UWV heeft een aantal taken voor arbeidsbemiddeling. Het UWV registreert de werkzoekenden en de vacatures. Vervolgens heeft het UWV de taak om de eigen werkzoekende te begeleiden naar werk. Toch blijft er ook een taak voor de gemeenten (onder ander bij niet-uitkeringsgerechtigden). Op welke manier werken gemeenten en het UWV wat dit betreft samen?

Het UWV zal haar dienstverlening, zoals bekend, steeds meer digitaal gaan aanbieden. Het UWV zet de komende jaren in op doorontwikkeling van deze digitale dienstverlening. Kan de regering aangeven wat inmiddels de eerste ervaringen zijn met de digitale dienstverlening? Wat zijn de knelpunten? Hoe wordt daarmee omgegaan?

Er blijft altijd een groep die minder goed kan omgaan met digitale dienstverlening, zoals ook staat in de memorie van toelichting. Kan de regering aangeven welke activiteiten zij gaat ondernemen voor deze groep?

In hoeverre draagt registratie in een landelijk systeem bij aan een betere dienstverlening? Wat zijn de voor- en nadelen van deze centralisatie? In hoeverre is ook overwogen om dit regionaal te registreren? Kan de regering een precies overzicht geven van de regionale spreiding?

In hoeverre wordt er geprobeerd om vraag en aanbod van arbeid beter op elkaar aan te laten sluiten dan nu vaak het geval is?

Een WW gerechtigde ontvangt na drie maanden een (virtuele) coach. Welke activiteiten kan deze coach ondernemen voor de werkzoekende?

Tien procent komt in aanmerking voor «face-to-face» dienstverlening. Waarom is er gekozen voor tien procent? Hoe worden objectieve criteria vastgesteld om te bepalen welke mensen in aanmerking komen voor deze extra vorm van dienstverlening. Welke toegevoegde waarde biedt deze dienstverlening precies?

Het UWV zal de dienstverlening proberen klantvriendelijker en toegankelijker te maken. Er wordt ook nog een aantal onderzoeken gedaan om te kijken naar de wijze waarop de klant het beste kan worden geholpen. Wat zijn de eerste ervaringen met het klantvriendelijker maken van de dienstverlening?

In hoeverre wordt overwogen om de digitale dienstverlening van het UWV te koppelen aan de ondernemerspleinen?

De loonkostensubsidies worden per 1 januari 2012 volledig afgeschaft voor nieuwe dienstbetrekkingen. Op welke wijze probeert de regering dan het aannemen van moeilijk plaatsbare werkzoekende te stimuleren?

De regering kiest er nadrukkelijk voor om behoud van de WW-uitkering te handhaven in geval van scholing. Hoe gaat de regering dat bewerkstelligen?

In 2015 moet het allemaal zijn afgerond. Vanaf 1 januari 2012 gaat het UWV zich geleidelijk terugtrekken uit de werkzaamheden op de werkpleinen. Hoe wordt deze terugtrekking gefaciliteerd? Wat zijn de gevolgen voor de werknemers van de werkpleinen?

Per 1 juli 2012 wordt de RWI afgeschaft. Daarmee komt ook de betreffende rijksbijdrage te vervallen. Er is nu nog wel overleg gaande om te kijken op welke wijze de kennis en expertise van de RWI behouden kan blijven. Waaraan denkt de regering op dit moment om deze expertise veilig te kunnen stellen?

De leden van de SP-fractie vragen naar het aantal personen met een WW uitkering die door het schrappen van het re-integratieaanbod geen werk zullen vinden. Zij vragen wat dit over het re-integratiebeleid van de afgelopen jaren zegt.

De leden van de SP-fractie vragen naar een volledige opsomming van de verplichtingen die in een beleidsregel aan WW-gerechtigden kunnen worden opgelegd. Zij vragen of de regering voornemens is deze beleidsregel eerst aan de Kamer voor te leggen.

De leden van de SP-fractie constateren dat de regering voornemens is om de fysieke dienstverlening via regionale werkpleinen wordt teruggebracht van 98 naar 30. Zij vragen wat de maximale reisafstand is en wat de gemiddelde reisafstand per openbaar vervoer als er 30 regionale werkpleinen over zijn. De leden vragen of de reiskosten in alle gevallen worden vergoed.

De leden van de SP-fractie constateren dat de regering voornemens is om de dienstverlening door het UWV nagenoeg volledig te beperken tot digitale dienstverlening. Zij zijn van mening dat de regering onvoldoende redenen heeft aangedragen om van de Algemene wet bestuursrecht af te wijken. Zij vragen op welke wijze de privacy en veiligheid wordt geborgd met het oog op het recente falen van Digi-D. De leden vragen naar de fraudegevoeligheid van gescande documenten.

De leden van de SP-fractie vragen of er aangaande de introductie van digitale dienstverlening een draagvlak onderzoek onder de klanten van het UWV is gedaan. Zij vragen welk percentage van over een computer met internetverbinding beschikt en vragen of de online vaardigheden van de klanten voldoende is voor de digitale dienstverlening. Zij vragen naar cijfers over de aantallen huishoudens die over een scanner beschikken. Zij vragen of er reiskostenvergoedingen zullen worden betaald als mensen naar Werkpleinen moeten reizen om te kunnen scannen.

De leden van de SP-fractie vragen naar een uitputtende omschrijving van de omstandigheden waarbij afgezien zal worden van digitale dienstverlening. Zij vragen wie dat gaat beoordelen. Zij vragen naar de exacte berekening op basis waarvan is besloten om 10% van de dienstverlening «face to face» te blijven bedienen. Zij vragen of de betrokkenen die afhankelijk zijn van contact zonder tussenkomst van een computer een reiskostenvergoeding krijgen.

De leden van de SP-fractie vragen in hoeverre de gemeenten bij de vormgeving van het digitale systeem betrokken worden en vragen of de gemeenten ook volledig gaan overstappen op digitale dienstverlening in verband met de Wet Werken Naar Vermogen.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om een nadere onderbouwing waarom de regering de verantwoordelijkheid voor de intake van de WWB niet bij de gemeenten neerlegt, aangezien gemeenten ook al verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de WWB. Om welke redenen kiest de regering niet voor de mogelijkheid om de verantwoordelijkheid voor de intake bij gemeenten te leggen onder de voorwaarde van het gebruikmaken van één registratiesysteem, zo willen deze leden weten.

Welke effecten verwacht de regering voor de toegankelijkheid van het UWV als gevolg van het terugtrekken van werkpleinen, zo vragen deze leden. Genoemde leden willen graag gekwantificeerd zien wat de gevolgen voor het voortbestaan van de werkpleinen op de langere termijn zijn.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om een nadere onderbouwing waarom de regering van mening is dat elektronische begeleiding een effectief instrument is om cliënten te begeleiden. Hoe groot is de verwachte effectiviteit van de elektronische begeleiding en waarop is deze verwachting gebaseerd, zo willen deze leden weten. Welke negatieve en positieve ervaringen zijn er tot nu toe opgedaan bij de elf vestigingen van het UWV waar al wordt proefgedraaid met de elektronische dienstverlening?

Zij vragen of de regering daarnaast een overzicht kan verstrekken waarin per jaar in de periode 2012–2015 wordt aangegeven hoe de ontwikkeling van het nieuwe dienstverleningsconcept zal worden gefaseerd.

Waarom biedt het UWV alleen in de eerst komende jaren een voorziening om werkzoekende behulpzaam te zijn bij het gebruik van de digitale dienstverlening terwijl de regering aangeeft te onderkennen dat er altijd een groep blijft die minder goed kan omgaan met digitale dienstverlening? De leden van de ChristenUnie-fractie willen weten om hoeveel jaren het precies gaat bij de «eerst komende jaren».

Op basis van welke argumenten acht de regering het niet van toepassing verklaren van artikel 2:14 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht juridisch houdbaar?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen waarom de regering loonkostensubsidie als instrument met dit wetsvoorstel naast de WW tevens al beëindigd voor de Wajong als instrument. Om welke redenen gebeurt dit niet in samenhang en gelijktijdig met de invoering van de Wet werken naar vermogen?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de regering de Kamer eind 2011 na afloop van het overleg met sociale partners en de VNG over het behoud van de expertise van de RWI ook gaat informeren over de uitkomst van de gevoerde gesprekken.

Op welke momenten zal de regering aan de Kamer rapporteren over de voortgang over de implementatie van het wetsvoorstel, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Deze leden willen weten welke evaluatiecriteria de regering hierbij gaat toepassen. Wordt de effectiviteit van efficiëntie van de nieuwe elektronische dienstverlening van het UWV ook in de evaluaties betrokken, zo vragen deze leden.

3. Ingewonnen adviezen en toetsen

UP, VNG en Divosa waarschuwen ernstige twijfels te hebben over de uitvoerbaarheid van de wet. De leden van de PvdA-fractie willen de regering erop wijzen verantwoordelijk te zijn voor de effectiviteit van keten van werk en inkomen als geheel. Het lijkt logisch dat de regering toezegt dat er in 2015 een valide toetsing van de implementatie komt. Wanneer is de verschuiving van bevoegdheden volgens de regering een succes?

De leden van de SP-fractie vragen of de regering met een overtuigende onderbouwing aannemelijk kan maken dat het systeem dat de digitale dienstverlening mogelijk moet maken op korte termijn zonder gebreken kan worden ingevoerd. De leden vragen of met het oog op eerdere ervaringen en de signalen die het UWV bij de uitvoeringstoets geeft het vasthouden aan het digitaal landelijk systeem verstandig is.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen wat de reactie is van de regering op klachten zoals die door de Landelijke Cliëntenraad (LCR) worden aangedragen dat de tijd voor het invoeren te kort is, het te moeilijk is om fouten te herstellen, de keuzemenu’s onvoldoende rekening houden met de individuele situatie van mensen en dat de uitleg te kort schiet.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om een nadere toelichting waarom de regering geen impactanalyse wil laten uitvoeren naar de gevolgen van het wetsvoorstel zoals VNG en Divosa dit adviseren. Op basis van welke informatie baseert de regering haar conclusie dan dat er geen uitvoeringsproblemen zullen optreden, zo willen deze leden weten

4. Financiële effecten

De leden van de VVD-fractie vragen waar het uitverdieneffect van 50% op is gebaseerd.

Het UWV waarschuwt dat het voornemen van de regering enkel uitvoerbaar is als aan randvoorwaarden is voldaan en er grote risico’s en onzekerheden aan het traject zijn verbonden. Toch vindt de regering dat de kosten van het traject binnen het UWV budget gevonden moeten worden. De leden van de PvdA-fractie vragen of dit realistisch is. Waarom kan de regering geen frictiekosten op zich nemen?

Kan de regering onderbouwen waarom gemeenten en UWV genoeg middelen zouden moeten hebben?

De leden van de PvdA-fractie zijn niet overtuigd door de geraamde netto structurele besparing van 33,5 miljoen, die wordt berekend door de korting van 67 miljoen op het re-integratiebudget en een toename van de uitkeringslasten WW met 33,5 miljoen. De ramingen zijn zeer onzeker en zeker in de huidige economische tijden zal dit bedrag lager uitvallen. Maar bovenal worden vraagtekens gezet bij de ramingen ten aanzien van het UWV. De bezuiniging van 210 miljoen op het bemiddelingsbudget en de uitvoeringskosten van het UWV zal in de ogen van de regering niet leiden tot besparingsverliezen op uitkeringen. Naar mening van de regering is er namelijk geen sprake van mindere, maar een andere vorm van dienstverlening, waar de leden van de PvdA-fractie het mee oneens is. Voor een aanzienlijk gedeelte van de UWV doelgroep zal de dienstverlening door de digitalisering van lagere kwaliteit worden door de minder persoonlijke benadering en het minder toegesneden maatwerk. Dit vergroot de afstand tot de arbeidsmarkt en het aantal uitkeringen zal toenemen. Kan de regering monitoren wat jaarlijks de daadwerkelijke besparingen zijn en de Kamer hierover berichten?

Hoeveel kost de opheffing en de afbouw van het RWI vragen de leden van de PVV-fractie. Kunnen alle frictie/sociaalplan kosten worden gefinancierd vanuit de reserves van het RWI?

Verwacht de regering dat de besparing op het re-integratiebudget WW tot een hoger aantal werklozen leidt die niet op eigen kracht een baan kunnen vinden en daardoor niet uit stromen uit de WW? Tegen welke prijs? Hoe verhoudt dit zich tot het aantal re-integratietrajecten die vervallen?

Wat zijn de doorstroompercentages van WW naar WWB? Indien deze percentages doorstromen om hoeveel uitkeringen en mln € weglek naar de WWB zou het dan gaan? Hoe worden gemeenten voor deze beleidswijziging gecompenseerd?

Kan de regering nu nog eens alle maatregelen die worden getroffen in dit verband op een rij zetten, inclusief de bijbehorende besparingen/intensiveringen per maatregel. De leden van de CDA-fractie vinden dit nu nog niet overzichtelijk.

De leden van de SP-fractie vragen naar een gespecificeerd kostenoverzicht van het landelijk digitaal systeem. Zij vragen of rekening wordt gehouden met financiële tegenvallers en vragen hoeveel geld hiervoor gereserveerd is

Waarom leidt een verlaging van het re-integratiebudget WW van € 100 mln. in 2012 niet tot een verhoging van de uitkeringslasten van € 50 mln gegeven het uitverdieneffect van 50%, zo willen de leden van de ChristenUnie-fractie weten. Als dit door eenmalige uitvoeringskosten wordt veroorzaakt, kan de regering deze kosten dan nader specificeren? Zij vragen tevens waarop het geraamde uitverdieneffect van 50% op de WW uitkeringen is gebaseerd. Hoe groot is de toename van het aantal WW-uitkeringen als gevolg van de structurele korting op het re-integratiebudget WW?

De leden van de ChristenUnie-fractie willen weten hoe groot effect de regering verwacht van de beperking van de ondersteuning tot alleen digitale dienstverlening bij de WW op de instroom vanuit de WW naar de WWB. Om hoeveel uitkeringen gaat het en hoe groot bedraagt de financiële weglek, zo vragen deze leden.

5. Artikelsgewijs

Art. 32e

Op basis van welke gronden kan het UWV een uitzondering maken op de bepaling dat de dienstverlening uitsluitend elektronisch mag plaatsvinden, zo vragen de leden van de ChristenUniefractie. Zij willen weten of het niet tot de beschikking hebben van internet of het niet beschikken over voldoende vaardigheden aangemerkt worden als omstandigheden die zich verzetten tegen het uitsluitend plaatsvinden van elektronisch contact met het UWV. Genoemde leden vragen om een verdere toelichting over welke nadere eisen de regering per ministeriële regeling wil stellen aan de inrichting van de dienstverlening.

De voorzitter van de commissie,

Van Gent

De adjunct-griffier van de commissie,

Esmeijer


X Noot
1

Samenstelling:

Leden: Gent, W. van (GL), voorzitter, Hamer, M.I. (PvdA), Sterk, W.R.C. (CDA), Smeets, P.E. (PvdA), Hijum, Y.J. van (CDA), Omtzigt, P.H. (CDA), Koşer Kaya, F. (D66), Ulenbelt, P. (SP), Ortega-Martijn, C.A. (CU), Dijck, A.P.C. van (PVV), ondervoorzitter, Spekman, J.L. (PvdA), Vermeij, R.A. (PvdA), Ouwehand, E. (PvdD), Karabulut, S. (SP), Lodders, W.J.H. (VVD), Dijkgraaf, E. (SGP), Azmani, M. (VVD), Koolmees, W. (D66), Jong, L.W.E. de (PVV), Klaver, J.F. (GL), Huizing, M.E. (VVD), Besselaar, I.H.C. van den (PVV) en Berckmoes-Duindam, Y. (VVD).

Plv. leden: Voortman, L.G.J. (GL), Heijnen, P.M.M. (PvdA), Uitslag, A.S. (CDA), Klijnsma, J. (PvdA), Biskop, J.J.G.M. (CDA), Smilde, M.C.A. (CDA), Dijkstra, P.A. (D66), Kooiman, C.J.E. (SP), Schouten, C.J. (CU), Fritsma, S.R. (PVV), Çelik, M. (PvdA), Dijsselbloem, J.R.V.A. (PvdA), Thieme, M.L. (PvdD), Gesthuizen, S.M.J.G. (SP), Neppérus, H. (VVD), Staaij, C.G. van der (SGP), Aptroot, Ch.B. (VVD), Pechtold, A. (D66), Klaveren, J.J. van (PVV), Sap, J.C.M. (GL), Straus, K.C.J. (VVD) en Mos, R. de (PVV) en Harbers, M.G.J. (VVD).

Naar boven