Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333054 nr. 11

33 054 Wijziging van enige bepalingen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek inzake curatele, onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen en mentorschap ten behoeve van meerderjarigen en enige andere bepalingen (Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap)

Nr. 11 AMENDEMENT VAN HET LID RECOURT

Ontvangen 8 maart 2013

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel AA, wordt na de aanhef een onderdeel ingevoegd, luidende:

01. In het vierde lid wordt na de tweede volzin een volzin ingevoegd, luidende: Is de vorige zin niet van toepassing, dan wordt bij voorkeur een persoon benoemd die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Toelichting

Persoonlijke aandacht, belangstelling en betrokkenheid van de mentor bij degene, voor wie de mentor is benoemd, en bekendheid met betrokkene en diens levensovertuiging en sociaal culturele achtergrond, is belangrijk voor het bijstaan van betrokkene. Daarom dient bij voorkeur, als er geen partner of naaste familielid bereid en/of geschikt is om als mentor op te treden, een persoon te worden gezocht die de tijd wil nemen om betrokkene persoonlijk te (blijven) leren kennen.

Daarbij vraagt uitoefening van de regiefunctie blijvend de nodige tijdsbesteding. Immers het gaat niet alleen om het toezien op de aanvang van nodige zorg en begeleiding, maar ook om het toezien op de nodige kwaliteit en continuïteit bij verdere uitvoering. Veelal is een contactfrequentie gewenst van minimaal eens per maand. Dat is meer dan beoogd wordt op te nemen als minimum contactfrequentie in de AmvB met kwaliteitseisen die worden gesteld aan degene die ten behoeve van drie of meer personen mentor, curator of bewindvoerder is. Om te voorkomen dat het mentorschap tot te hoge kosten leidt indien een frequentie van eens per maand wordt aangehouden, kan worden gekozen voor het benoemen van een persoon zodanig dat de uitvoering van het mentorschap niet plaatsvindt in het kader van uitoefening van beroep of bedrijf, maar op basis van vrijwillige inzet. De praktijk van afgelopen jaren van Mentorschap Netwerk Nederland heeft geleerd dat het vinden van goed gemotiveerde, geschikte vrijwilligers, die deze tijd willen en kunnen besteden, met de nodige aandacht voor scholing, koppeling en begeleiding, in veel situaties goed mogelijk is. De voorkeur dient hiernaar uit te gaan, niet alleen vanwege de persoonlijke bekendheid, maar ook omdat goede uitoefening anders veelal te kostbaar wordt voor de betrokkene.

Met dit amendement, houdende de toevoeging bij voorkeur een vrijwillige mentor te benoemen, wordt hierin voorzien.

Recourt