Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2012-2013
Kamerstuk 33042 nr. 21

Gepubliceerd op 17 mei 2013

Gerelateerde informatie


Toon alle stukken in dossier



33 042 Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)

Nr. 21 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 april 2013

Aanleiding brief

In een motie van het lid Schouw c.s. (D66)1 is de regering verzocht, met als reële mogelijkheid het COA niet langer als zelfstandig bestuursorgaan te laten voortbestaan, te verkennen hoe het COA, net als andere organisaties in de asielketen, onder directere verantwoordelijkheid van de minister gebracht kan worden, en hierover eind 2012 aan de Kamer te rapporteren. Naar aanleiding van deze motie is, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), door ABDTOPConsult (Algemene Bestuursdienst BZK), een verkenning uitgevoerd naar de ZBO-status van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). De uitkomst hiervan treft u bijgaand aan2. Tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie van Veiligheid en Justitie voor 2013 heb ik toegezegd begin 2013 over de verkenning, inclusief de mogelijkheden tot intensievere samenwerking tussen de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), het COA en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), te rapporteren.

Visie op de Toekomst van het COA

In de verkenning van ABDTOPConsult wordt de conclusie getrokken dat er nauwelijks meer argumenten zijn om de ZBO-status voor het COA te handhaven, en dat de ondubbelzinnige instellingsmotieven zoals geregeld in de Kaderwet ZBO’s niet van toepassing zijn op het COA. In het Regeerakkoord is voor de uitvoering van publieke taken het uitgangspunt «agentschap, tenzij» opgenomen. De opvangtaken van het COA zouden in de huidige tijd dan ook niet in een ZBO-vorm worden georganiseerd. Ook de eenduidige sturing en samenwerking in de keten zouden gebaat zijn bij een vergelijkbare aansturingsrelatie als de IND en/of DT&V. In beginsel heb ik dan ook besloten om het COA om te vormen tot een agentschap. Echter, er zijn overwegingen om de ZBO-status van het COA op dit moment nog niet te wijzigen. De belangrijkste daarvan zijn de meerkosten en de vermindering van personele wendbaarheid die ontstaan bij het schrappen van de ZBO-status. Het COA-personeel zou dan namelijk automatisch onder het ARAR komen te vallen. Er zijn ontwikkelingen gaande die mogelijk leiden tot een oplossing voor de transitielastenproblematiek. Ten eerste vindt er een rijksbrede verkenning plaats naar de toekomstige positionering van ZBO’s door het ministerie van BZK. In deze verkenning zal ook aandacht zijn voor de arbeidsrechtelijke complicaties, zoals hier aan de orde. Ten tweede zijn er in het Regeerakkoord afspraken gemaakt om het ARAR flexibeler te maken. Tot het moment dat een oplossing voor de transitielasten is gevonden, ligt het in de rede om de ZBO-status te handhaven. De komende periode zal ik benutten om nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de transitie naar een agentschap te maken met behoud van flexibiliteit in de aanstelling van personeel, en een oplossing voor de transitielasten. Dit zal ik onderzoeken in samenwerking met mijn collega’s van BZK en Financiën.

Naar aanleiding van het rapport van de Onderzoekscommissie COA is door mijn voorganger al aan uw Kamer toegezegd de Wet COA aan te passen ten aanzien van de bevoegdheden van de raad van toezicht. De bevoegdheden van de raad van toezicht ten aanzien van de voordracht voor benoeming, schorsing en ontslag van leden van het bestuur en de raad van toezicht zouden uit de Wet COA worden geschrapt. Het huidige arrangement aan bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de raad van toezicht staat op gespannen voet met het uitgangspunt van borging van de ministeriële verantwoordelijkheid, zoals bedoeld in de Kaderwet ZBO’s. In het rapport van ABDTOPconsult wordt dan ook geconcludeerd dat afschaffing van de raad van toezicht in de rede ligt. Deze conclusie deel ik. Ik ben voornemens bij gelegenheid van het wetsvoorstel waarbij enkele wetten op het terrein van het ministerie van Veiligheid en Justitie worden aangepast aan de Kaderwet ZBO’s, in de Wet COA de raad van toezicht te schrappen. Nu de raad van toezicht haar rol op uitstekende wijze invult, waarbij het COA in een lastige fase zit van reorganisatie en cultuurverandering, en het departementaal toezicht zorgvuldig dient te worden ingericht, ben ik voornemens bovengenoemde wijziging zo spoedig mogelijk wettelijk vast te leggen, maar de raad van toezicht niet op te heffen voor 1 januari 2015.

Visie op samenwerking in de keten

In de «Verkenning ZBO-status COA» valt te lezen dat er reeds belangrijke en betekenisvolle stappen zijn gezet om de ketensamenwerking te optimaliseren. Het rapport biedt tevens concrete handvatten om deze samenwerking nog verder vorm te geven. Kernpunt hierbij is dat de afzonderlijke organisaties in de vreemdelingenketen nog meer kunnen handelen vanuit het gezamenlijk belang van de keten. Er zijn reeds, gedeeltelijk voordat dit rapport verscheen, initiatieven genomen ten aanzien van deze punten. Deze worden deels ook in het rapport genoemd. In het rapport wordt geconcludeerd dat er in de samenwerkingsrelatie nog betekenisvolle stappen gezet kunnen worden, maar dat voor het bereiken van een maximaal effect, een integratie van de drie diensten op langere termijn meer perspectief biedt. Een dergelijke fusie biedt volgens het rapport, op termijn, de mogelijkheid om de keten en het keteneffect centraal te stellen en zal naar verwachting ook financieel gunstiger uitpakken. Om deze aannames te toetsen zal in ieder geval een business case moeten worden opgesteld. Op basis hiervan kan definitieve besluitvorming plaatsvinden over de integratie van de drie organisaties. Hiervoor is het echter noodzakelijk dat de vragen rondom de transitielasten en de personele wendbaarheid zijn beantwoord. De uitkomsten van dit onderzoek zijn immers randvoorwaardelijk om te bepalen of de verdere integratie van de IND, DT&V en het COA een positieve businesscase oplevert.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven


X Noot
1

Kamerstuk 33 042, nr. 17 d.d. 5 juli 2012

X Noot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl