33 037 Mestbeleid

36 618 Wijziging van de Meststoffenwet in verband met de voorwaarden over de maximale mestproductie in de derogatiebeschikking 2022–2025 (Wet wijziging Meststoffenwet in verband met de maximale mestproductie)

BS1 VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 9 juli 2026

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit2 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over kwartaalrapportages CBS inzake fosfaat- en stikstofexcretie, met name mestfraude. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • • De uitgaande brief van 4 juni 2026.

  • • De antwoordbrief van 6 juli 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Wolf

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Den Haag, 4 juni 2026

De leden van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 13 april 2026 met daarin uw reactie op de nadere vragen over de Kwartaalrapportages CBS inzake fosfaat- en stikstofexcretie Nederlandse veestapel.3

Naar aanleiding hiervan heeft het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers een aantal vervolgvragen en opmerkingen.

U geeft in uw beantwoording informatie over misstanden bij mesttransporten. Hoe verhouden de overtredingen bij mesttransporten zich tot andere mestovertredingen? Hoeveel overtredingen zijn er bijvoorbeeld bij het uitrijden van mest? Hoe vaak wordt geconstateerd dat mest in strijd met regels wordt uitgereden?

Wordt er bij de bedrijven waar mestfraude of «niet akkoord transporten» geconstateerd zijn aanvullend onderzoek gedaan naar mogelijke andere overtredingen zoals overschrijdingen van stikstofruimte en dierrechten? Met andere woorden, is mestfraude aanleiding voor vervolgonderzoek? Zo ja, hoe vaak is er bij mestfraude ook sprake van andere overtredingen? Zo nee, waarom niet?

In de beantwoording van vraag 4 van het vorige schriftelijke overleg4 schrijft u dat de NVWA signalen ontvangt over het manipuleren van mestmonsters en dat de NVWA nieuwe fraudevormen ziet ontstaan. Daarnaast is door de afschaffing van derogatie de prikkel voor fraude groter geworden. Beschikken de NVWA en RVO over voldoende middelen om de nieuwe fraudevormen die ontstaan te bestrijden? Zo nee, bent u bereid extra middelen voor handhaving te zoeken?

De leden van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zien met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangen deze graag uiterlijk binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.J. Oplaat

BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 juli 2026

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid van de fractie-Visseren-Hamakers met nadere vragen naar aanleiding van eerdere beantwoording van vragen over de kwartaalrapportages CBS inzake fosfaat- en stikstofexcretie van de Nederlandse veestapel (Kamerstukken I 2025/26, 33 307/36 618, BP), ingezonden 4 juni 2026.

Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen

181248

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de vragen en opmerkingen van het lid van de fractie-Visseren-Hamakers naar aanleiding van mijn eerdere beantwoording op 13 april 2026 op eerdere vragen van GroenLinks-PvdA, PvdD en de fractie-Visseren-Hamakers over de Kwartaalrapportages CBS inzake fosfaat- en stikstofexcretie Nederlandse veestapel. Hieronder treft u de beantwoording aan op volgorde van de inbreng bij uw brief van 4 juni 2026.

U geeft in uw beantwoording informatie over misstanden bij mesttransporten.

1

Hoe verhouden de overtredingen bij mesttransporten zich tot andere mestovertredingen? Hoeveel overtredingen zijn er bijvoorbeeld bij het uitrijden van mest? Hoe vaak wordt geconstateerd dat mest in strijd met regels wordt uitgereden?

Antwoord

Elk jaar rapporteer ik aan beide Kamers de resultaten en de voortgang op het toezicht en de handhaving op het mestbeleid. De laatste rapportage is de rapportage over het kalenderjaar 2024 van 30 juni 20255. De rapportage over 2025 zal op korte termijn aan uw Kamer worden aangeboden. De rapportage Nederlands mestbeleid geeft onder andere inzicht in de handhaving van het Nederlands mestbeleid en geeft daarbij overzichten van de naleving en controles die zijn uitgevoerd door RVO en NVWA op divers onderdelen van het mestbeleid.

Hierin wordt ook gerapporteerd over het aantal overtredingen bij mesttransporten. Overtredingen bij het uitrijden van mest kunnen gaan over het teveel uitrijden van mest, het niet juist uitrijden (niet emissiearm toedienen), het uitrijden van mest buiten de toegestane periodes of het illegaal uitrijden van mest. Het uitrijden van te veel mest wordt gecontroleerd door onderzoeken bij landbouwers op de gebruiksnormen. De controles op de gebruiksnormen zijn vermeld in de jaarrapportage. Het aantal controles op de naleving van het Besluit activiteiten leefomgeving bij het uitrijden van mest ligt op 579 over 2025. Hiervan zijn er 46 niet akkoord. Het gaat hier veelal over het niet emissiearm uitrijden van de dierlijke mest.

2

Wordt er bij de bedrijven waar mestfraude of «niet akkoord transporten» geconstateerd zijn aanvullend onderzoek gedaan naar mogelijke andere overtredingen zoals overschrijdingen van stikstofruimte en dierrechten? Met andere woorden, is mestfraude aanleiding voor vervolgonderzoek? Zo ja, hoe vaak is er bij mestfraude ook sprake van andere overtredingen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Er wordt niet standaard aanvullend onderzoek gedaan naar andere overtredingen die vallen binnen het mestdomein als bedrijven een «niet akkoord transport» hebben gehad en hier een waarschuwing, rapport van bevindingen of proces verbaal voor is opgemaakt. Het algemene uitgangspunt bij de controles op het mestbeleid is dat controles risicogericht worden uitgevoerd. Het risico- en doelgroepgericht selecteren van bedrijven, is hierbij een samenwerking tussen de NVWA en de RVO. In gezamenlijkheid worden op basis van data-analyse, bedrijven geselecteerd voor administratieve en fysieke controles. Voor het opsporen van niet naleving op dierrechten of op niet naleving van de gebruiksnormen worden los van elkaar staande analyses uitgevoerd. Mocht eenzelfde bedrijf in de verschillende analyses naar voren komen als potentiële overtreder, dan kan het bedrijf wel voor verschillende overtredingen nader onderzocht worden.

Grotere onderzoeken naar mestfraude komen ook voor. Dit zijn veelal complexe en omvangrijke onderzoeken die veelal strafrechtelijk worden afgedaan en vanuit zichzelf al een bredere insteek hebben waarbij meerdere aspecten van de mestregelgeving worden onderzocht. Het kan dan gaan om herhaalde, grote overtredingen, overtredingen gepleegd in georganiseerd verband en complexe of frauduleuze constructies. Bij dergelijke mestfraude onderzoeken is de insteek van het onderzoek veelal ook breder en wordt vaak op meerdere onderdelen van de mestregelgeving onderzocht. Bij strafrechtelijk onderzoek naar mestfraude is de vervolging aan de divisie Inlichtingen en Opsporingsdienst (IOD) van de NVWA onder leiding van het Openbaar Ministerie (OM). De strafrechtelijke onderzoeken uitgevoerd door de IOD van de NVWA zijn ook opgenomen in de jaarlijkse rapportage Nederlands Mestbeleid6.

3

In de beantwoording van vraag 4 van het vorige schriftelijke overleg schrijft u dat de NVWA signalen ontvangt over het manipuleren van mestmonsters en dat de NVWA nieuwe fraudevormen ziet ontstaan. Daarnaast is door de afschaffing van derogatie de prikkel voor fraude groter geworden. Beschikken de NVWA en RVO over voldoende middelen om de nieuwe fraudevormen die ontstaan te bestrijden? Zo nee, bent u bereid extra middelen voor handhaving te zoeken?

Antwoord

Vanwege verschillende gebeurtenissen de afgelopen jaren zoals de afschaffing van derogatie en slechte weersomstandigheden in het voorjaar van 2023 en 2024, is de druk op de mestmarkt de afgelopen jaren toegenomen. Daarom is in 2024 onder leiding van het Ministerie van LVVN een taskforce mestmarkt opgezet7. Binnen deze taskforce voeren het ministerie, NVWA en RVO gezamenlijk regie over inzet en voortgang van diverse maatregelen. De taskforce heeft als hoofddoel het gezamenlijk beheersbaar houden van de situatie op de mestmarkt door krachten te bundelen, gebruik te maken van de verschillende expertises bij beleid en uitvoering, communicatielijnen kort te houden en snelle besluitvorming waardoor er snel geacteerd kan worden op de actuele situatie, om te bevorderen dat de regelgeving wordt nageleefd.

In het kader van de aanpak mestmarkt is een TaskForce mestmarkt ingericht. De inzet is gericht op monitoring van de ontwikkeling van de mestmarkt en specifieke inzet van de uitvoeringspraktijk (RVO, NVWA en NVWA-IOD) en hierop gerichte handhaving. De taskforce voorziet in een mestmonitoring met de actuele situatie en trends van de mestmarkt, zoals mestopslag, mestafzet en dieraantallen. Ook focust de taskforce zich op gerichte handhaving op die bedrijven, die mogelijk de mestregelgeving niet naleven op basis van signalen uit de mestmonitoring. Ook onderzoek naar manipulatie van mestmonsters maakt hier deel vanuit. Voor de uitvoering van de taskforce mestmarkt heb ik extra middelen beschikbaar gesteld aan NVWA en RVO8, ook voor extra capaciteit bij de NVWA-IOD, en die acht ik op dit moment voldoende.

Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen


X Noot
1

De letters BS hebben alleen betrekking op 33 037.

X Noot
2

Samenstelling:

Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Steenkamp (CDA), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

Kamerstukken I 2025/26, 33 307/36 618, BP.

X Noot
4

Kamerstukken I 2025/26, 33 307/36 618, BP, p. 9.

X Noot
5

Kamerstukken II 2024/25, 33 037 nr. 604.

X Noot
6

Kamerstukken II 2024/25, 33 037 nr. 604.

X Noot
7

Kamerstukken II 2024/25, 33 037 nr. 559.

X Noot
8

Kamerstukken II, 2024/25, 36 725 XIV nr.4 (Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota, o.a. middelen mestbeleid 2026–2029).

Naar boven