Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 33037 nr. BO |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 33037 nr. BO |
Vastgesteld 27 maart 2026
De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de negatieve beslissing van de Europese Commissie op het door Nederland gedane verzoek tot een nieuwe derogatie op de Nitraatrichtlijn. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 17 februari 2026.
• De antwoordbrief van 24 maart 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Wolf
Aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Den Haag, 17 februari 2026
De leden van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 23 december 2025 waarmee u de Tweede Kamer informeert over de negatieve beslissing van de Europese Commissie op het door Nederland gedane verzoek tot een nieuwe derogatie op de Nitraatrichtlijn.2 De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, SP, ChristenUnie en de fractie-Visseren-Hamakers wensen naar aanleiding van uw brief enkele vragen te stellen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA
Het kabinet-Schoof heeft willens en wetens alle waarschuwingen dat de Europese Commissie de derogatie zou laten vallen bij onvoldoende doelbereik genegeerd en daarmee veroorzaakt dat de derogatie voor boeren in Nederland verviel. Echter, ook voorgaande kabinetten gaan niet vrijuit, want de eerste tot zevende nitraatprogramma’s bleven ook ver achter qua doelbereik. Het vervallen van de derogatie leest dan ook als een lange kroniek van een aangekondigde dood. Kunt u een reflectie sturen op de strategische keuzes in de kabinetsinzet van de afgelopen jaren. Welke lessen heeft u geleerd en wat wilt u anders gaan doen dan in het verleden?
Deze leden zijn ook benieuwd of het nieuwe kabinet met het achtste nitraatprogramma van plan is om met een set aan maatregelen te komen dat wel doelbereik realiseert? Zo ja, wanneer kan de Eerste Kamer het achtste programma verwachten? Welke grofstoffelijke instrumenten zet het kabinet daarbij in en welke middelen stelt zij specifiek daarvoor ter beschikking?
Hoe gaat het nieuwe kabinet er zorg voor dragen dat er breed politiek draagvlak is voor haar plannen zodat er betrouwbare en voorspelbare regelgeving komt op het vlak van de nitraatrichtlijn en KRW? Dit zodat boeren en samenleving weten waar ze aantoe zijn en niet elke paar jaar van richting veranderd moet worden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP
Deze leden vragen u kritisch naar uw eigen beleid te kijken, aangezien de grootschalige stikstofvervuiling van de bodem en oppervlaktewater reden was voor de Europese Commissie om het verzoek af te wijzen. Welke reactie had u van de Europese Commissie verwacht? Op basis van welke brieven, documenten of uitspraken van de Europese Commissie werd verwacht dat er een positieve reactie op het verzoek zou komen? Het maatregelenpakket om stikstofreductie te realiseren blijkt uit onderzoek van het PBL onvoldoende om de stikstofcrisis op te lossen. Bent u bereid aanvullende maatregelen te nemen om stikstofuitstoot, met name dat van ammoniak, te verminderen?
Tot slot merken deze leden op dat u in uw uitspraken over het derogatieverzoek zich richting boeren zeer hoopvol uitte. Deze leden vragen u zeer kritisch naar uw houding te kijken. Deelt u de mening van deze leden dat u boeren valse hoop heeft gegeven?
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de ChristenUnie
Kunt u toelichten welke gevolgen het niet verlengen van de derogatie heeft voor Nederlandse agrariërs? Hoeveel agrariërs maakten gebruik van de mogelijkheden die de derogatie bood?
Op welk moment heeft u agrariërs in kennis gesteld van het feit dat derogatie vanaf dit jaar niet langer mogelijk is?
U schrijft dat u na het kerstreces een uitgebreidere reactie aan de Tweede Kamer zou doen toekomen. Is deze reactie inmiddels beschikbaar en, zo ja, kunt u deze ook met de Eerste Kamer delen?
Eurocommissaris Roswall suggereert in haar brief (d.d. 22 december 2025) dat de beperking van de afroming van varkens- en pluimveerechten heeft bijgedragen aan de negatieve beslissing van de Europese Commissie. Kunt u reflecteren op het feit dat u nog onlangs beleid heeft ingezet dat de aanvraag van een nieuwe derogatie lijkt te hebben geschaad?
Vragen en opmerkingen van het lid van de fractie-Visseren-Hamakers
Hoe gaat het nieuwe kabinet ervoor zorgen dat Nederland conform de norm uit de Nitraatrichtlijn die is neergelegd in artikel 9 lid 1 van de Meststoffenwet, maximaal 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare zal plaatsen?
De leden van de vaste commissie voor LNV zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 17 maart 2026.
Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.J. Oplaat
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 maart 2026
Hierbij zend ik u de antwoorden op uw vragen over de reactie van de Europese Commissie op het derogatieverzoek (179848, ingezonden 17 februari 2026).
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
GL/PvdA
1.
(t.a.v. einde derogatie) Kunt u een reflectie sturen op de strategische keuzes in de kabinetsinzet van de afgelopen jaren. Welke lessen heeft u geleerd en wat wilt u anders gaan doen dan in het verleden?
Antwoord
U vraagt naar de strategie die mijn ambtsvoorganger had bij bepaalde keuzes die zijn gemaakt. Ik kan daar niet op ingaan. De reactie van Eurocommissaris Roswall in haar brief van 22 december jl.3 is een vertrekpunt op basis waarvan ik mijn keuzes over het vervolg ga bepalen. In deze brief geeft de Europese Commissie duidelijk aan dat Nederland nu niet voldoet aan de voorwaarden voor een derogatie en dat Nederland nog een grote opgave heeft ten aanzien van grond- en oppervlaktewaterkwaliteit, onder andere als het gaat om de belasting met nutriënten afkomstig uit de landbouw. Dit is voor mij het uitgangspunt voor het op te stellen 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn.
2.
Deze leden zijn ook benieuwd of het nieuwe kabinet met het achtste nitraatprogramma van plan is om met een set aan maatregelen te komen dat wel doelbereik realiseert? Zo ja, wanneer kan de Eerste Kamer het achtste programma verwachten? Welke grofstoffelijke instrumenten zet het kabinet daarbij in en welke middelen stelt zij specifiek daarvoor ter beschikking?
Antwoord
Op 19 december 2025 is, conform de motie Grinwis4 besloten om de besluitvorming over het 8e actieprogramma over te laten aan een nieuw kabinet. Daarnaast is de motie Kostic5 aangenomen die vraagt om het 8e actieprogramma in lijn te brengen met de verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water en de Nitraatrichtlijn. Op dit moment worden, in lijn met voornoemde moties en in samenwerking met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de voorbereidingen getroffen om te komen tot het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn. Zoals door mijn ambtsvoorganger toegezegd zal ik uw Kamer informeren over de voortgang van dit 8e actieprogramma.
3.
Hoe gaat het nieuwe kabinet er zorg voor dragen dat er breed politiek draagvlak is voor haar plannen zodat er betrouwbare en voorspelbare regelgeving komt op het vlak van de nitraatrichtlijn en KRW? Dit zodat boeren en samenleving weten waar ze aan toe zijn en niet elke paar jaar van richting veranderd moet worden.
Antwoord
Ik vind het belangrijk dat de te maken keuzes helder en duidelijk zijn en dat er breed politiek draagvlak is, ook al zijn sommige keuzes moeilijk voor betrokken partijen. Dit kunnen keuzes zijn die met zich brengen dat de agrarische sector nog stappen zal moeten zetten om de nutriëntenbelasting vanuit de landbouw te verminderen en zo de doelen van de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water, voor zover het nutriënten uit de landbouw betreft, te kunnen behalen. Deze invulling zal in het 8e actieprogramma worden vormgegeven. Sectorpartijen, waterschappen, provincies, drinkwaterbedrijven en natuurorganisaties worden hierbij betrokken. Zie verder het antwoord op vraag 2.
SP
4.
Deze leden vragen u kritisch naar uw eigen beleid te kijken, aangezien de grootschalige stikstofvervuiling van de bodem en oppervlaktewater reden was voor de Europese Commissie om het verzoek af te wijzen. Welke reactie had u van de Europese Commissie verwacht? Op basis van welke brieven, documenten of uitspraken van de Europese Commissie werd verwacht dat er een positieve reactie op het verzoek zou komen?
Antwoord
U vraagt naar de overwegingen en verwachtingen die mijn ambtsvoorganger had bij bepaalde keuzes die zijn gemaakt. Ik kan daar niet op ingaan. Zoals door de Eurocommissaris benoemd, staat Nederland nog voor een grote opgave ten aanzien van grond- en oppervlaktewaterkwaliteit, onder andere als het gaat om belasting met nutriënten afkomstig uit de landbouw. Zij heeft daarbij ook aangegeven dat Nederland daarvoor zelf aan de lat staat. De komende jaren is het daarom zaak om samen stappen vooruit te zetten. Dit zal het kabinet onder andere doen met het op te stellen 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn.
5.
Het maatregelenpakket om stikstofreductie te realiseren blijkt uit onderzoek van het PBL onvoldoende om de stikstofcrisis op te lossen. Bent u bereid aanvullende maatregelen te nemen om stikstofuitstoot, met name dat van ammoniak, te verminderen?
Antwoord
Daar ben ik toe bereid. In het coalitieakkoord is aangegeven dat diverse politieke keuzes gemaakt moeten worden. Er moet een samenhangend pakket worden vastgesteld om grote stappen te maken rond de stikstofproblematiek om zo ruimte te creëren voor een sterke natuur, een toekomstgerichte agrarische sector en daarmee voor vergunningverlening. Duurzame voedselproductie, gezond ondernemerschap en het versterken van de natuur gaan daarbij hand in hand. Het kabinet bouwt daarbij mede voort op de voorstellen die verschillende partijen en overheden in de afgelopen jaren al hebben gedaan en maakt aanzienlijke financiële middelen vrij om tot een verdere aanpak te komen.
6.
Tot slot merken deze leden op dat u in uw uitspraken over het derogatieverzoek zich richting boeren zeer hoopvol uitte. Deze leden vragen u zeer kritisch naar uw houding te kijken. Deelt u de mening van deze leden dat u boeren valse hoop heeft gegeven?
Antwoord
U vraagt naar de houding en woordkeuze van mijn ambtsvoorganger. Ik kan daar niet op ingaan.
CU
7.
Kunt u toelichten welke gevolgen het niet verlengen van de derogatie heeft voor Nederlandse agrariërs? Hoeveel agrariërs maakten gebruik van de mogelijkheden die de derogatie bood?
Antwoord
Voor de toelichting op de gevolgen voor agrariërs ten aanzien van de afbouw van derogatie en het niet langer beschikken over een derogatievergunning verwijs ik naar eerdere Kamerbrieven over het verkrijgen van de derogatie 2022–20256 en naar de brief van mijn ambtsvoorganger aan de Tweede Kamer van 19 februari jl.7. In deze laatste brief is benoemd welke regels vanaf 1 januari 2026 gelden nu er geen derogatie is (en geen 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn is vastgesteld). Ook zijn de gevolgen voor de agrarische praktijk benoemd. In 2025 hebben 14.154 bedrijven een derogatievergunning aangevraagd.
8.
Op welk moment heeft u agrariërs in kennis gesteld van het feit dat derogatie vanaf dit jaar niet langer mogelijk is?
Antwoord
In de laatste derogatiebeschikking van 2022 was opgenomen dat er vanaf 2026 geen derogatie meer zou zijn. Mijn ambtsvoorgangers hebben zich ingezet voor een nieuwe derogatie, maar daarbij telkens aangegeven dat dit geen gelopen race was. Op 23 december 2025 is de negatieve reactie van Eurocommissaris Roswall op het laatste derogatieverzoek publiek gemaakt middels een brief aan de Tweede Kamer8.
9.
U schrijft dat u na het kerstreces een uitgebreidere reactie aan de Tweede Kamer zou doen toekomen. Is deze reactie inmiddels beschikbaar en, zo ja, kunt u deze ook met de Eerste Kamer delen?
Antwoord
Op 19 februari jl5. heeft mijn ambtsvoorganger de Tweede Kamer geïnformeerd over de gevolgen van de brief van de Europese Commissie, met als doel meer duidelijkheid te bieden aan agrariërs over de regels die vanaf 1 januari 2026 gelden, nu er geen nieuwe derogatiebeschikking is en er nog geen 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn is vastgesteld. Deze brief is in de bijlage toegevoegd.
10.
Eurocommissaris Roswall suggereert in haar brief (d.d. 22 december 2025) dat de beperking van de afroming van varkens- en pluimveerechten heeft bijgedragen aan de negatieve beslissing van de Europese Commissie. Kunt u reflecteren op het feit dat u nog onlangs beleid heeft ingezet dat de aanvraag van een nieuwe derogatie lijkt te hebben geschaad?
Antwoord
In haar brief wijst Eurocommissaris Roswall op de noodzaak om de mestproductie in Nederland te verlagen om aan de eerder overeengekomen voorwaarden van de derogatiebeschikking 2022–2025 te voldoen en vraagt zich daarbij af of het besluit van het vorige kabinet om te stoppen met de afroming in de varkens- en pluimveesector deze opgave ondermijnt. U vraagt naar de overwegingen en verwachtingen die mijn ambtsvoorganger had bij bepaalde keuzes die zijn gemaakt. Ik kan daar niet op ingaan.
Het besluit van het vorige kabinet om te stoppen met afroming in deze sectoren komt voort uit de verwachting – gebaseerd op de cijfers van het CBS – dat de mestproductie in de pluimveehouderij in 2025 onder het sectorale productieplafond zal blijven. Voor de varkenshouderij is de inschatting gemaakt dat de mestproductie in de varkenshouderij als gevolg van deelname aan de Lbv en Lbv-plus op termijn ook lager zal zijn dan het sectorale plafond. In het kader van de afspraak in het coalitieakkoord over het afromen van productierechten, ga ik de komende periode bezien welke keuzes voor afroming nodig zijn ter uitwerking van die afspraak.
Fractie-Visseren-Hamakers
11.
Hoe gaat het nieuwe kabinet ervoor zorgen dat Nederland conform de norm uit de Nitraatrichtlijn die is neergelegd in artikel 9 lid 1 van de Meststoffenwet, maximaal 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare zal plaatsen?
Antwoord
In voornoemde brief van 19 februari jl. is aangegeven dat doordat de EC geen derogatie aan Nederland verleent, in 2026 de gebruiksnorm geldt voor dierlijke meststoffen van 170 kg stikstof uit dierlijke mest per hectare per kalenderjaar. De verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de stikstofgebruiksnorm voor dierlijke mest ligt bij de landbouwer.
De handhaving van de Nederlandse mestregelgeving is belegd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de naleving. Om niet-naleving van de mestregelgeving tegen te gaan, wordt sinds 2018 gewerkt met de Versterkte Handhavingsstrategie Mest (VHS-mest). De VHS-mest is in 2023 geactualiseerd en uitgebreid met aanvullende maatregelen ter verdere versterking van de handhaving. De activiteiten die in het kader van deze strategie worden uitgevoerd, worden ook na beëindiging van de derogatiebeschikking onverminderd voortgezet. Zo wordt de gebiedsgerichte handhaving (GGH), in gebieden waar de waterkwaliteit achterblijft en waar de kans op niet-naleving van de mestregels het grootst is, voortgezet en uitgebreid met enkele aanvullende gebieden.
Daarnaast is voor verdere intensivering van toezicht en handhaving een taskforce mestmarkt ingericht, gericht op monitoring, signalering en inzet vanuit de uitvoeringspraktijk (LVVN, RVO en NVWA). Deze taskforce maakt het mogelijk om snel en effectief te reageren op signalen uit het veld. Indien nodig kunnen gerichte maatregelen en interventies worden ingezet. Door gericht te controleren en te handhaven bij risicovolle situaties, schakels en bedrijven wordt de toezicht- en handhavingscapaciteit zo effectief mogelijk ingezet. Dit draagt bij aan verbetering van de naleving.
Samenstelling:
Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Samenstelling:
Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33037-BO.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.