33 037 Mestbeleid

Nr. 442 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 mei 2022

Met voorliggende brief wil ik uw Kamer informeren over mijn voornemen om medio juni 2022 de initieel aan bedrijven toegekende fosfaatrechten openbaar te maken. In het kader van de invoering van het fosfaatrechtenstelsel in de melkveehouderij op 1 januari 2018 is door de overheid aan bedrijven een fosfaatrecht toegekend. Voor de hoogte van het toegekende fosfaatrecht, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, werd uitgegaan van de op 2 juli 2015 op het bedrijf aanwezige dieren.

De fosfaatrechten zijn indertijd «om niet» aan de bedrijven toegekend. Blijkens de staatssteunbeschikking (State Aid SA.46349 (2017/N)) worden de toegekende fosfaatrechten aangemerkt als staatssteun. Voor het correct toepassen van de staatssteunregels acht de Europese Commissie transparantie van essentieel belang en heeft daartoe richtsnoeren opgesteld. Conform die richtsnoeren is in artikel 23, achtste lid, van de Meststoffenwet bepaald dat de toegekende steun binnen zes maanden na vaststelling van het op een bedrijf rustende fosfaatrecht openbaar moet worden gemaakt.

Aanvankelijk was het de bedoeling om op 1 juli 2018 de toegekende fosfaatrechten openbaar te maken. Dat dit tot op heden nog niet gebeurd is, heeft een aantal redenen. Voor veel bedrijven was op 1 juli 2018 het juiste fosfaatrecht nog niet definitief vastgesteld als gevolg van nog lopende aanvraag-, bezwaar of beroepsprocedures. Ook een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in april 2019 omtrent toegekende fosfaatrechten voor jongvee van vleesvee noopte tot een herbeoordeling van het fosfaatrecht voor diverse bedrijven. Eind 2019 werd het proces om te komen tot openbaarmaking weer opgestart en begin januari 2020 werden de bedrijven hierover geïnformeerd. Dit leidde tot grote commotie in de sector, mede veroorzaakt door onduidelijkheid over welke gegevens openbaar gemaakt zouden worden en de angst dat privégegevens in handen van activisten terecht zouden komen. De ontstane commotie was voor mijn voorganger aanleiding om het proces van openbaarmaking op te schorten.

Ik acht de tijd rijp om het proces van openbaarmaking weer voort te zetten en daarmee te voldoen aan de wettelijke verplichting tot openbaarmaking. En ik besef goed dat dit mogelijk weer tot vragen vanuit de sector kan leiden. Daarom wil ik in deze brief helder aangeven welke gegevens openbaar gemaakt zullen worden.

Voor het openbaar maken van staatssteun heeft de Europese Commissie de State Aid Transparancy Aid Module (TAM) beschikbaar gesteld. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is daaraan gebonden en zal TAM gebruiken om de toegekende fosfaatrechten openbaar te maken. In TAM kan de staatssteun echter alleen in euro’s en niet in kilogrammen kenbaar gemaakt worden. Door het toegekende fosfaatrecht te waarderen op € 1,– per kilogram fosfaat wordt de omvang van het initieel toegekende fosfaatrecht zo goed mogelijk benaderd. Overeenkomstig TAM zal RVO per bedrijf concreet de volgende gegevens bekendmaken:

  • de hoeveelheid ontvangen staatssteun in de vorm van het initieel toegekende fosfaatrecht;

  • de naam van het bedrijf en het Kamer van Koophandel-nummer;

  • de provincie waarin het bedrijf gevestigd is;

  • de economische sector waartoe het bedrijf behoort, in casu landbouw, en het soort onderneming, in casu midden- en kleinbedrijf of groot bedrijf.

In totaal zullen ruim 22.000 bedrijven te maken krijgen met het openbaar maken van de toegekende fosfaatrechten. Ongeveer twee weken voor het moment van openbaarmaking zal RVO middels een brief de betreffende bedrijven informeren. In de brief zal onder meer vermeld worden dat er ten aanzien van de (wettelijke) verplichting geen sprake is van een afweging over het wel of niet openbaar maken van de toegekende fosfaatrechten. Ook zal informatie over het openbaar maken op de website van RVO geplaatst worden. Hiermee tracht ik zo veel als mogelijk tegemoet te komen aan de eerder ontstane zorgen omtrent het openbaar maken van de fosfaatrechten.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, H. Staghouwer

Naar boven