Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201533037 nr. 145

33 037 Mestbeleid

Nr. 145 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 februari 2015

Uw Kamer heeft op 4 november 2014 de regering verzocht om zich blijvend en maximaal in te spannen om primaire levensbehoeften als zeer schaarse fosfaten te kunnen extraheren, scheiden en opslaan uit dierlijke afvalstoffen en voor de inzet van concentraten als kunstmestvervanger en de Kamer zo spoedig mogelijk over de voortgang van dit proces te rapporteren (motie Graus c.s., Kamerstuk 34 000-XIII, nr. 72). Hierbij voldoe ik aan dit verzoek.

Het kabinet zet zich in voor het stimuleren van productie en gebruik van hernieuwbare meststoffen, zoals fosfaten uit reststromen van de industrie, landbouw en huishoudens. Ik wijs u in dit verband op de recente wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. Deze wijziging behelst de opname van een nieuwe categorie meststoffen, de herwonnen fosfaten. Deze meststoffen kunnen vrijkomen bij de zuivering van industrieel proceswater of huishoudelijk, stedelijk of industrieel afvalwater dan wel ander afvalwater. Met de opname van deze herwonnen fosfaten in het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet wordt het mogelijk deze producten, die voorheen als afvalstof gezien werden, onder voorwaarden op de meststoffenmarkt te verhandelen. Ik zie dit als een stap in de richting van een circulaire economie, waarbij Nederland efficiënt gebruik maakt van lokaal beschikbare grondstoffen, zonder dat dit negatieve gevolgen heeft voor het milieu. De inzet van het kabinet is het realiseren van een duurzame Europese markt voor hernieuwbare meststoffen. Herwonnen fosfaten zullen dan ook op Europees niveau onder de aandacht gebracht worden, bijvoorbeeld in het kader van de herziening van de Europese Meststoffenverordening.

Een andere stap naar een circulaire economie voor meststoffen is de productie en het gebruik van mineralenconcentraten uit dierlijke mest. Deze meststof kan als hoogwaardige stikstof- en kaliummeststof gebruikt worden. Echter, de Nitraatrichtlijn staat momenteel niet toe dat mineralenconcentraat als kunstmestvervanger, boven de norm voor dierlijke mest, wordt gebruikt. In de afgelopen jaren is veel onderzoek verricht naar dit type meststof, dat door middel van ultrafiltratie of gelijkwaardige technieken, gevolgd door omgekeerde osmose geproduceerd wordt uit dierlijke mest. De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat het mogelijk is om zonder extra milieuverliezen kunstmest te vervangen door hoogwaardige meststoffen, gewonnen uit dierlijke mest. Het onderzoek naar deze meststof (in de vorm van 10 pilots) is op 31 december 2014 afgerond en vanaf 1 januari 2015 een nieuwe fase ingegaan. Een nieuwe regeling is opengesteld voor een periode tot 31 december 2017, waaraan (evenals in de vorige periode) kunnen 10 bedrijven kunnen deelnemen. Ik ben met de Europese Commissie in gesprek over uitbreiding van deze pilot. Het is mijn ambitie om het aantal bedrijven dat aan de pilot deelneemt in de loop van 2015 met instemming van de Europese Commissie te vergroten.

Het is in het belang van de gebruikers, het product en het milieu dat de kwaliteit van de mineralenconcentraten op een hoog niveau geborgd is. Bedrijven wordt in de nieuwe pilot gevraagd mineralenconcentraat te produceren met de bovengenoemde technieken. Daarbovenop worden specifieke kwaliteitseisen aan de geproduceerde meststof gesteld, zoals het gehalte minerale stikstof, de verhouding stikstof en fosfaat en de elektrische geleidbaarheid. Deze parameters borgen de landbouwkundige effectiviteit en daarmee de milieukwaliteit. Tevens zijn ze een instrument voor de handhaving om mineralenconcentraat van dierlijke mest te kunnen onderscheiden.

Deze stappen op weg naar een circulaire economie passen in het streven van het kabinet naar groene groei. Het kabinet blijft groene groei stimuleren via vier pijlers, waarover uw Kamer eerder is geïnformeerd, namelijk slimme inzet van marktprikkels, innovatie, een stimulerend kader met bevorderende wet- en regelgeving en de overheid als netwerkpartner.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma