Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433037 nr. 125

33 037 Mestbeleid

Nr. 125 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 juni 2014

Verschillende fracties in uw Kamer hebben in de afgelopen periode zorg uitgesproken over de effecten van biovergisting op de gezondheid van mens en dier en op het milieu. Mede naar aanleiding daarvan heb ik in mijn brief van 25 februari 2013 (Kamerstuk 33 037, nr. 44), toegezegd te evalueren in hoeverre de voordelen van biovergisting opwegen tegen de risico’s en u begin 2015 te informeren over de uitkomsten.

Ik zegde voorts toe extra door de NVWA te laten controleren op de naleving van de regels voor het gebruik van comaterialen en over de resultaten te berichten. In het verantwoordingsdebat van 28 mei jl. (Handelingen II 2013/14, nr. 87, Verantwoordingsdebat 2013) is uw Kamer toegezegd u hierover binnen 2 weken te informeren. Het rapport dat de NVWA over de bevindingen heeft opgesteld bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, hierbij aan1.

Tijdens het Algemeen Overleg over Mestwetgeving op 6 maart 2013 (Kamerstuk 33 322, nr. 11) heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu toegezegd uw Kamer nader te informeren over de mogelijkheden om de handhaving rond covergisting van dierlijke mest te verbeteren. Met deze brief geef ik, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, invulling aan deze toezegging.

Bevindingen

Het onderzoek van de NVWA heeft zich toegespitst op de naleving van de regels die in acht moeten worden genomen om het digestaat, dat resteert na vergisting van biomateriaal, als meststof te mogen gebruiken en verhandelen. Bezien is vooral of normen voor zware metalen en organische microverontreinigingen in acht zijn genomen en in hoeverre ook andere dan toegelaten materialen zijn vergist. De controle was toegespitst op covergistingsmaterialen van de zogenoemde G-lijst. Dit zijn stoffen die – mede op verzoek van uw Kamer – vanaf 2012 mogen worden gebruikt indien de gehalten zware metalen en organische microverontreinigingen beneden bepaalde waarden blijven.

Bij covergisting van stoffen op de G-lijst hebben ondernemers een grotere eigen verantwoordelijkheid voor borging van de kwaliteit van gebruikte comaterialen dan bij gebruik van stoffen op de zogenoemde positieve lijst die al langer bestaat. Voor die positieve lijst gelden geen normen, omdat hierop uitsluitend stoffen zijn geplaatst waarvan, gezien de aard en herkomst, voldoende vaststaat dat deze veilig kunnen worden gebruikt. Bij gebruik van stoffen op de G-lijst dienen gebruikers zich er zelf van te vergewissen dat deze niet te hoge concentraties verontreinigende stoffen bevatten.

Bij haar controles heeft de NVWA vastgesteld dat bij 18 van de 61 gecontroleerde bedrijven regels zijn overtreden, met name ten aanzien van de normen voor zware metalen. Daarnaast zijn ook overtredingen vastgesteld van andere regels die gelden voor covergisting, zoals het medegebruik van voldoende dierlijke mest.

Maatregelen

Ik acht de uitkomsten van de uitgevoerde controles verontrustend en een signaal dat de sector haar verantwoordelijkheid onvoldoende neemt. Misbruik van de G-lijst acht ik onacceptabel. Van het beoogde certificeringsstelsel voor stoffen op de G-lijst wordt door de bedrijven nog geen gebruik gemaakt.

Tegelijkertijd vind ik het van belang dat voldoende mogelijkheden blijven bestaan om reststoffen uit de landbouw-en voedingsmiddelen industrie een nuttige toepassing te geven, ondermeer via de productie van duurzame energie. Nadrukkelijke voorwaarde is daarbij wel dat moet zijn geborgd dat mens, dier en milieu door biovergisting niet worden geschaad. Daarom heb ik besloten het gebruik van G-lijststoffen niet meer toe te staan, tenzij bedrijven gecertificeerd zijn. Er is een privaat certificeringsschema beschikbaar, dat hiervoor gebruikt kan worden.

Zoals aangegeven worden praktijk en beleid voor biovergisting op dit moment in brede zin geëvalueerd. Ik zal de aanbevelingen die in het NVWA-rapport worden gedaan, hierbij betrekken. Op basis van de uitkomsten van die evaluatie wordt uw Kamer in het eerste kwartaal van 2015 geïnformeerd over de voortzetting van het beleid voor biovergisting en welke eventuele nadere voorwaarden daarbij gesteld worden. Ik zal in dat kader ook besluiten of het systeem van de G-lijst gehandhaafd kan blijven. Een betere naleving van de voorwaarden verbonden aan die lijst is daarbij een absolute vereiste. Daarnaast zal ik terughoudend zijn bij het toevoegen van nieuwe stoffen op de lijst.

Waar de NVWA heeft geconstateerd dat niet-toegelaten stoffen zijn gebruikt, is het betreffende digestaat geblokkeerd in de gevallen waarin deze nog niet gebruikt of verhandeld was. Daar waar dit wel het geval was, is verbaliserend opgetreden.

Verbetering van de handhaving

Het rapport van de NVWA maakt opnieuw duidelijk dat het van groot belang is dat partijen elkaar goed weten te vinden bij de handhaving en dat de verschillende opsporingsdiensten op diverse plaatsen gezamenlijke opsporingsactiviteiten ontplooien. Een verdere verbetering in de samenwerking zal ik ondersteunen.

Ik ben tevens met betrokken partijen, binnen en buiten de overheid, in gesprek om de effectiviteit van de regels en de efficiency in de handhaving te verbeteren. Stimulering van ketenverantwoordelijkheid is onderdeel daarvan, alsmede betere uitleg van de regels, zoals ook de NVWA aanbeveelt.

Ik kan voorts melden dat de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu opdracht heeft gegeven aan een Regionale Uitvoeringsdienst voor een pilotproject handhaving covergisting, dat met name gericht is op de naleving van de voorschriften in de omgevingsvergunning van covergistingsinstallaties. De resultaten van dit project worden meegenomen in de eerder genoemde evaluatie.

Gelet op de geconstateerde overtredingen zal ook in de nabije toekomst handhaving van voorschriften in de keten van covergisting blijven plaatsvinden. Ik heb de NVWA gevraagd de controles op covergistinginstallaties, die vorig jaar op mijn verzoek zijn geïntensifieerd, in 2014 op hetzelfde niveau door te zetten. Ook andere diensten zoals de politie hebben inmiddels de covergistingssector opgenomen in hun prioritaire handhavingstaken.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl