33 033 Wapen- en munitiebezit

Nr. 19 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 juni 2016

Naar aanleiding van het verzoek van de Vaste Commissie voor Veiligheid en Justitie om geïnformeerd te worden over de stand van zaken met betrekking tot het voorstel tot wijziging van de EU-Vuurwapenrichtlijn en het Actieplan inzake vuurwapens, bericht ik u als volgt.

Op 10 juni jl. heeft de Raad overeenstemming bereikt over een algemene oriëntatie aangaande de EU-Vuurwapenrichtlijn. De overgrote meerderheid van de lidstaten steunde het voorliggende compromis met de amenderingen op het oorspronkelijke Commissievoorstel en nam nota van het feit dat drie lidstaten dit compromis niet aanvaarden. Op basis van deze tekst zal de triloog met het Europees Parlement worden gestart.

Resultaat van de onderhandelingen onder Nederlands voorzitterschap is dat de tekst van de richtlijn – de door de lidstaten aangebrachte amenderingen op de oorspronkelijke Commissietekst – op punten duidelijker is geworden dan het oorspronkelijke Commissievoorstel. De markeringsvereisten voor nieuwe en geïmporteerde vuurwapens wordt flink opgeschroefd waardoor de traceermogelijkheden voor de politie en andere diensten in de toekomst aanzienlijk toenemen. De definitie van wapenmakelaar is verbeterd ter voorkoming van duplicatie met de definitie voor de wapenhandelaar. Daarnaast worden musea en verzamelaars ook duidelijker binnen het bereik van de richtlijn gebracht waarmee voor hen een uitzonderingspositie wordt geschapen. Veel concreter is uitgeschreven waar het elektronische register van de politie (in Nederland: Verona) aan moet voldoen en hoe het zich dient te verhouden tot de verplichte registratiesystemen van wapenhandelaren. De tekst wordt op voorstel van de Raad nu in overeenstemming gebracht met de gegevensbeschermingsregels. Belangrijk resultaat is dat de omschrijving van te verbieden semi-automatische vuurwapens is vervangen door heldere criteria, zodat semi-automatische vuurwapens in combinatie met bijvoorbeeld een groot magazijn (die daardoor een groot aantal patronen achter elkaar kunnen afvuren) worden verboden. Bovendien is bepaald dat bij overtreding in ieder geval het onderliggende wapenverlof wordt ingenomen. Analoog aan de Nederlandse situatie worden reproducties van antieke vuurwapens, waaronder bijvoorbeeld revolvers, niet meer vrijgesteld. Teneinde tegemoet te komen aan onder andere de belangen van sportschutters en wapenverzamelaars, wordt binnen strenge kaders een aantal uitzonderingen gecreëerd voor de aankoop en het bezit van zogeheten categorie A-vuurwapens. Hiermee worden ook de aanvankelijk voorziene negatieve administratieve en financiële gevolgen van de richtlijn aanzienlijk beperkt. Op een aantal onderwerpen blijft de nationale wetgeving leidend, onder andere wat de markering van historische vuurwapens betreft.

Het Actieplan inzake vuurwapens is onderdeel van een bredere discussie over vuurwapens in de Raad. De Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken van de EU hebben op 24 maart dit jaar aangedrongen op een betere coördinatie van de verschillende vuurwapengerelateerde initiatieven op EU-niveau. Onder verantwoordelijkheid van het Nederlands voorzitterschap is een matrix opgesteld die een volledig en duidelijk overzicht geeft van alle acties die ter bestrijding van handel in vuurwapens zijn genomen. Hiermee wordt het toezicht op de voortgang van deze initiatieven vergemakkelijkt. De matrix zal beheerd worden door het EPE (European Platform Experts). Europol is gevraagd COSI regelmatig te informeren over de voortgang en uiterlijk december 2016, nog onder Slowaaks voorzitterschap, de eerste gevulde matrix te presenteren.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff

Naar boven