Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333032 nr. 15

33 032 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het juridisch ouderschap van de vrouwelijke partner van de moeder anders dan door adoptie

Nr. 15 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID HENNIS-PLASSCHAERT C.S. TER VERVANGING VAN DAT ONDER NR. 11

Ontvangen 24 oktober 2012

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Aan artikel I, onderdeel J, wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

5. Onder vernummering van het vierde lid tot het vijfde lid, wordt na het derde lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 4. De toestemming van de moeder wier kind de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, dan wel de toestemming van het kind van twaalf jaren of ouder, kan op verzoek van de persoon die als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad, door de toestemming van de rechtbank worden vervangen als dit in het belang is van het kind.

Toelichting

In het wetsvoorstel is geregeld dat de verwekker of de biologische vader, die niet de verwekker is en in een nauwe persoonlijke band staat tot het kind, (hierna: biologische vader) de rechter kan verzoeken om vervangende toestemming voor erkenning. Dit amendement regelt dat de persoon die als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met de daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad, eveneens om vervangende toestemming kan verzoeken. De rechter geeft alleen vervangende toestemming aan de instemmende levensgezel als dit in het belang is van het kind. De rechter beoordeelt dit aan de hand van de omstandigheden van het geval. De rechter heeft hiermee dus een ruimere afwijzingsmogelijkheid dan het geval is bij de biologische vader. Voor deze laatsten geldt immers dat de rechter de vervangende toestemming verleend, tenzij dit de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind schaadt of een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang komt.

Als zowel de instemmende levensgezel als de verwekker of de biologische vader (niet zijnde verwekker, wel hebbende een nauwe persoonlijke betrekking met het kind) om vervangende toestemming verzoeken dan geldt: wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Dat is – enigszins gesimplificeerd uitgedrukt – al tientallen jaren de gang van zaken in het afstammingsrecht. In het geval een rechter gelijktijdig wordt geconfronteerd met beide verzoeken, dan ligt het in de rede dat deze zaken in onderlinge samenhang worden beschouwd. Het belang van het kind staat centraal. De omstandigheden van het geval zijn hiervoor maatgevend. Het uitgangspunt is dat de biologische vader en het kind aanspraak hebben op erkenning in rechte van hun familierechtelijke betrekking. In uitzonderlijke gevallen kan het zo zijn dat de aanspraak van de biologische vader moet wijken met het oog op het belang van het kind al dan niet in samenhang beschouwd met het belang van de instemmende levensgezel.

Hennis-Plasschaert Recourt P. Dijkstra Krol