De commissie1,
overwegende,
dat de initiatiefnemer op 6 september 2011 een burgerinitiatief
heeft ingediend met het voorstel om de vereniging Martijn te verbieden bij wet
en de oprichting van dergelijke verengingen waarvan bestuursleden zijn
veroordeeld wegens strafbare feiten, juridisch niet meer mogelijk te
maken,
dat het burgerinitiatief niet voldoet aan de voorwaarden genoemd
in artikel 9a van het reglement van de commissie, waaronder de voorwaarde dat
tenminste 40 000 personen van 18 jaar of ouder van hun steun aan dit
burgerinitiatief hebben blijk gegeven door overlegging van een handtekening en
persoonsgegevens, omdat de brief weliswaar is vergezeld van 72 000
schriftelijke handtekeningen maar niet is voldaan aan de voorwaarde dat de
natuurlijke personen die hun handtekening hebben gezet, hun geboortedatum
hebben ingevuld,
dat aldus niet kan worden gecontroleerd of deze personen voldoen
aan de voorwaarde genoemd in artikel 10 van het reglement van de commissie,
namelijk dat zij kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de
Tweede Kamer,
dat het burgerinitiatief ook niet voldoet aan de voorwaarde
genoemd in artikel 132a tweede lid onder c van het Reglement van Orde van de
Tweede Kamer namelijk dat het niet een onderwerp betreft waarover korter dan
twee jaar voor de indiening van het burgerinitiatief door de Kamer een besluit
is genomen,
dat de commissie voor de Verzoekschriften en de
Burgerinitiatieven heeft vastgesteld dat de vaste commissie voor Veiligheid en
Justitie op 17 mei 2011 een algemeen overleg heeft gevoerd met de minister van
Veiligheid en Justitie over het eerste voortgangsbericht van 2011 over de
aanpak van kinderpornografie,
dat de minister tijdens dit overleg heeft uiteengezet dat de
bevindingen van de politie en het Openbaar Ministerie niet hebben geleid tot
een verdenking van een strafbaar feit of een strafrechtelijk onderzoek tegen de
vereniging Martijn maar dat hij overleg zal voeren met politie en Openbaar
Ministerie over de mogelijkheden van een verbod en dat hij de verdere gang van
het onderzoek nauwlettend zal volgen,
dat de Kamer impliciet met het voorgestelde beleid heeft
ingestemd omdat geen moties zijn aangenomen waaruit het tegendeel zou blijken.
Dit kan worden gelijk gesteld met een besluit, zoals de Kamer al eerder heeft
besloten bij de behandeling van enkele andere burgerinitiatieven,
dat de minister vervolgens op 5 september 2011 op verzoek van de
Kamer bij de regeling van werkzaamheden van 21 juni 2011 haar een brief ter
voorbereiding van een plenair debat heeft aangeboden over de bevindingen van
het Openbaar Ministerie aangaande de mogelijkheden tot vervolging, ontbinding
en/of verbodenverklaring van de vereniging Martijn,
dat de Kamer heeft besloten op korte termijn een plenair debat te
voeren over deze brief en over de mogelijkheden om de vereniging Martijn te
verbieden,
van oordeel,
dat dit burgerinitiatief daarmee niet voldoet aan de voorwaarden
in artikel 132a tweede lid onder c van het Reglement van Orde en in artikel 10
van het reglement van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven
zoals hierboven uiteengezet,
Voorstel aan de Kamer
-
1. Dit burgerinitiatief niet als zodanig in behandeling te nemen
maar te behandelen als een brief en in handen te stellen van de vaste commissie
voor Veiligheid en Justitie.
-
2. Deze commissie te verzoeken dit burgerinitiatief te betrekken
bij het voorziene plenaire debat over de bevindingen van het Openbaar
Ministerie met betrekking tot de mogelijkheden tot vervolging, ontbinding en/of
verbodenverklaring van de vereniging Martijn.
-
3. De commissie voor de Werkwijze te verzoeken om zich op de
voorwaarde voor het burgerinitiatief genoemd in artikel 132a tweede lid onder c
van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer – namelijk dat het niet een
onderwerp betreft waarover korter dan twee jaar voor de indiening van het
burgerinitiatief door de Kamer een besluit is genomen – te beraden en om de
Kamer mogelijk een voorstel te doen om deze voorwaarde te herzien gezien de
ervaringen die zijn opgedaan met dit burgerinitiatief en met eerdere
burgerinitiatieven.
De voorzitter van de commissie,
Neppérus
De griffier van de commissie,
De Gier