Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2011-201233021 nr. A

33 021 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Faillissementswet, de Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling in verband met de implementatie van richtlijn 10/78/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot wijziging in de Richtlijnen 98/26/EG, 2002/87/EG, 2003/6/EG, 2003/41/EG, 2003/71/EG, 2004/39/EG, 2004/109/EG, 2005/601/EG, 2006/48/EG, 2006/49/EG en 2009/65/EG wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankenautoriteit) de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft (PbEU 2010, L 331) (Wet implementatie Omnibus I-richtlijn)

A VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR FINANCIËN1

Vastgesteld 20 maart 2012

Het voorbereidend onderzoek geeft de commissie aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

VVD

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel. Nederland heeft bij de totstandkoming van het nieuwe EU-toezichtraamwerk, in lijn met het Nederlandse toezichtmodel, gepleit voor een Twin Peaks model (een gedragstoezichthouder en een afzonderlijke prudentiële toezichthouder). In de onderhandelingen met de andere lidstaten is uiteindelijk voor een sectoraal model met drie Europese toezichthoudende autoriteiten (ESA’s) gekozen. Wel is op Nederlands initiatief een evaluatieclausule opgenomen in de oprichtingsverordeningen van de ESA’s die voorziet in een evaluatie na drie jaar. In de Nota naar aanleiding van het verslag2 wijst de minister van Financiën nadrukkelijk op de mogelijkheid dan het Twin Peaks model opnieuw aan de orde te stellen.

Dit doet bij de leden van de VVD-fractie een aantal vragen rijzen. In hoeverre is het realistisch reeds na drie jaar een besluit uit te willen lokken om een gecompliceerd bouwwerk, waarvan de verf nog niet droog is te vervangen? Waarom wil de regering überhaupt opnieuw trachten een Twin Peaks systeem ingevoerd te krijgen? Welke voordelen heeft dit toezichtssysteem boven het sectorenmodel?

Voorts vragen de leden van de VVD-fractie of in Nederland met een Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB), zeker na de instelling van een Voorzitter toezicht bij DNB, niet sprake is van een sector-hybride situatie, weliswaar met andersoortige sectoren, in plaats van een zuiver Twin Peaks model.

ChristenUnie

De leden van de CU-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel maar hebben nog wel een aantal vragen. Deze richten zich op transparantie, slagkracht en evaluatie en de betrokkenheid van DNB en AFM.

De wet reguleert de samenwerking tussen DNB en de AFM enerzijds en de drie nieuwe Europese toezichthoudende autoriteiten (ESA, EIOPA, ESMA) en het Europees Comité voor systeemrisico’s anderzijds. De eerste vraag die de leden van de CU-fractie stellen is of de regering van mening is dat met deze nieuwe structuur en nieuwe instanties een effectief systeem van supranationaal toezicht gerealiseerd zal worden. Van enige afstand bezien maakt het nieuwe systeem geen transparante indruk. Kan de regering een samenvattend en helder overzicht geven van de bindende en niet-bindende bevoegdheden van deze nieuwe instanties en de bijbehorende besluitvormingsprocedures? Geldt het principe van «comply or explain» in gelijke mate voor alle toezichthoudende autoriteiten? Welke systemen van conflictresolutie zijn ingebouwd?

Hoe beoordeelt de regering in dit verband de overkoepelende slagkracht van het Joint Committee of Supervisory Authorities? Is evaluatie van de nieuwe toezichtsstructuur voorzien en zo ja wanneer? Indien dat het geval is, kan de regering er dan op aandringen dat de verhouding tussen Europees en nationaal toezicht daarvan onderdeel uitmaakt?

De nieuwe procedure moet vooral de samenwerking reguleren tussen de Europese toezichthouders en de nationale actoren. Wat Nederland betreft zijn dat met name DNB en de AFM. Kan de regering inzicht verschaffen in de oordelen van DNB en AFM over deze nieuwe Omnibus-richtlijn? Zijn zij betrokken geweest bij de voorbereidingen van de richtlijn?

De leden van de commissie zien de beantwoording van voorgaande vragen – bij voorkeur binnen vier weken – met belangstelling tegemoet.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Essers

De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Van Dooren


X Noot
1

Samenstelling:

Holdijk (SGP), Van der Linden (CDA), Terpstra (CDA), Noten (PvdA), Sylvester (PvdA), Essers (CDA), (voorzitter), Nagel (50PLUS), Elzinga (SP) Koffeman (PvdD), Reuten (SP), Knip (VVD), Hoekstra (CDA), Van Boxtel (D66), Backer (D66), Vos (GL), De Boer (GL), De Lange (OSF), Sent (PvdA), Postema (PvdA), Klever (PVV), Van Strien (PVV), Faber-van de Klashorst (PVV), Ester (CU), De Grave (VVD), (vice-voorzitter), Van Rey (VVD), Bröcker (VVD).

X Noot
2

Kamerstukken II 2011/12, 33 021, nr. 5