33 019 Wijziging van onder meer de Mediawet 2008 in verband met aanpassing van de rijksmediabijdrage, beëindiging van de wettelijke taken van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep en aanpassingen van meer technische aard

Nr. 9 AMENDEMENT VAN DE LEDEN VAN MILTENBURG EN VAN DER HAM

Ontvangen 2 april 2012

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel I worden na onderdeel DD twee onderdelen ingevoegd, luidende:

DDa

Artikel 2139 komt te luiden:

Artikel 2.139

  • 1. De landelijke publieke media-instellingen stellen de volgende gegevens van hun programma-aanbod ter beschikking van de NPO: per programma de titel, een korte omschrijving, de naam van de landelijke publieke media-instelling die het programma verzorgt, het programmakanaal waarop het programma wordt verspreid, de datum en het tijdstip van verspreiding, en de classificatie, bedoeld in artikel 4.2.

  • 2. De landelijke publieke media-instellingen aanvaarden dat de NPO de gegevens voor vermenigvuldiging en openbaarmaking aan het publiek via gedrukte of elektronische programmagidsen ter beschikking stelt aan de omroepverenigingen en tegen een marktconforme vergoeding aan andere afnemers die daarom verzoeken.

  • 3. De landelijke publieke media-instellingen stellen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, tijdig ter beschikking van de NPO. De NPO stelt die gegevens ten minste zes weken voorafgaand aan de verspreiding van het desbetreffende programma-aanbod ter beschikking van de omroepverenigingen en van de andere afnemers, bedoeld in het tweede lid.

  • 4. De NPO sluit met de andere afnemers, bedoeld in het tweede lid, een overeenkomst met betrekking tot de beschikbaarstelling van de gegevens. De overeenkomst bepaalt in elk geval dat de gegevens niet worden gewijzigd, en bevat overigens geen bepalingen of voorwaarden die de terbeschikkingstelling van de gegevens hinderen.

  • 5. Het bedrag van de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, is:

    • a. voor gedrukte programmagidsen: € 0,0195 voor elk afgezet exemplaar van een gedrukte programmagids;

    • b. voor elektronische programmagidsen die door middel van technische voorzieningen die de ontvangst van televisieprogramma’s op digitale wijze mogelijk maken, gevoed of verspreid worden: per maand per huishouden € 0,006 voor elke zodanige technische voorziening; en

    • c. voor overige elektronische programmagidsen: per jaar € 2500 per elektronische programmagids.

  • 6. Het Commissariaat kan bij regeling andere bedragen dan de bedragen, bedoeld in het vijfde lid, vaststellen, als de resultaten van zijn tweejaarlijks onderzoek naar de marktprijs van de vergoedingen daartoe aanleiding geven.

    Het Commissariaat maakt de resultaten van het onderzoek en de wijze van berekening van de marktprijs van de vergoedingen bekend.

DDb

Artikel 2140 vervalt.

II

In artikel I wordt na onderdeel WWa een onderdeel ingevoegd, luidende:

WWb

Artikel 3.28 vervalt.

III

In artikel I wordt na onderdeel ZZ een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

ZZa

In artikel 7.2 wordt na «van toepassing» ingevoegd: met uitzondering van artikel 17 voor zover het betreft het bepaalde in artikel 2139, zesde lid, van de Mediawet 2008.

IV

Artikel VII wordt als volgt gewijzigd:

1. In het artikel wordt na «Deze wet treedt» ingevoegd: met uitzondering van artikel I, onderdelen DDa, DDb, WWb en ZZa,

2. Onder plaatsing van de aanduiding «1.» voor de tekst van het artikel wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Artikel I, onderdelen DDa, DDb, WWb en ZZa, treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2012, treedt de bepaling, bedoeld in de eerste volzin, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.

Toelichting

Algemeen

In het regeerakkoord is afgesproken dat de beschikbaarheid van de programmagegevens van de publieke omroep zal worden verruimd. Hiervoor is een wijziging van de Mediawet 2008 noodzakelijk. De in artikel 2139 geregelde verplichting om programmagegevens beschikbaar te stellen wordt verruimd. Doel van het amendement is de programmagegevens van de publieke omroep versneld vrij te geven tegen een realistische marktconforme vergoeding. Uitgangspunt is het advies dat het Commissariaat voor de Media hierover gegeven heeft in het op verzoek van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap opgestelde rapport «Is er nog iets op TV?».

Een realistische prijs ligt volgens het Commissariaat tussen de 0,5 en 3,4 cent voor gebruik in papieren gidsen. Het Commissariaat vindt het niet verstandig om bij de start uit te gaan van de hoogste of laagste prijs. Geadviseerd wordt te starten met de gemiddelde waarde van 1,95 cent en deze periodiek her te berekenen aan de hand van de marktontwikkelingen. Het model dat uitgaat van de gemiddelde waarde biedt marktpartijen mogelijkheden om snel en tegen redelijke exploitatievoorwaarden aan de slag te gaan. Voor elektronische en online-programmagidsen zullen, gelet op hun aard, lagere tarieven moeten gelden. Het amendement regelt dat de programmagegevens van de publieke omroep beschikbaar komen tegen door het Commissariaat vast te stellen prijzen. De startprijzen worden in het amendement vast gelegd. Het Commissariaat zal deze prijzen elke twee jaar herberekenen.

Naast het bepalen van de marktconforme prijs zijn de leveringsvoorwaarden, het veilig stellen van de betrouwbaarheid van de gegevens en de verrijking van de gegevens van belang. In het amendement worden de leveringsvoorwaarden die de NPO aan de beschikbaarstelling mag verbinden limitatief beperkt tot hetgeen nodig is om de betrouwbaarheid van de gegevens voor de consument te garanderen. De beschikbaargestelde gegevens mogen door gebruikers niet gewijzigd worden. Zij mogen wel verrijkt worden met aanvullende informatie.

De anomalie van de omgekeerde bewijslast zoals geregeld in de artikelen 2140 en 3.28 van de Mediawet 2008 komt voor zowel de publieke als commerciële omroepen te vervallen. Voortaan geldt de gebruikelijke civielrechtelijke bewijsregel: wie stelt, bewijst.

Onderdelen

I

Onderdeel DDa (artikel 2139)

In het derde lid van het nieuwe artikel 2139 wordt bepaald dat de landelijke publieke media-instellingen de programmagegevens tijdig bij de NPO aanleveren. Dit betekent dat waar de NPO deze gegevens ten minste 6 weken voorafgaand aan de uitzending van de desbetreffende programma’s aan omroepen en andere afnemers moet aanleveren, de NPO die gegevens enige tijd daarvoor van de omroepen moet ontvangen.

In het vierde lid wordt voorgeschreven dat de NPO met de andere afnemers van de programmagegevens dan omroepverenigingen een overeenkomst moet sluiten over de beschikbaarstelling daarvan. Uitgangspunt hierbij is dat de gegevens met het oog op de betrouwbaarheid daarvan niet worden gewijzigd en de beschikbaarstelling van de gegevens niet wordt belemmerd. De overeenkomst zal wel praktische zaken moeten regelen zoals de technische aanlevering van de programmagegevens en de wijze van betaling.

De bedragen die in het vijfde lid zijn vermeld, zijn ontleend aan het rapport van het Commissariaat «Is er nog iets op TV?» dat in het voorjaar van 2011 is opgesteld. Bedoelde bedragen kunnen door het Commissariaat worden aangepast, als de resultaten van het tweejaarlijks onderzoek naar de marktprijs van de desbetreffende vergoedingen daartoe aanleiding geven. Het eerste tweejaarlijks onderzoek zal in 2013 plaatsvinden; zie onderdeel III van dit amendement. Voor de goede orde zij vermeld dat alle vergoedingen uitsluitend betrekking hebben op de programmagegevens bedoeld in artikel 2139 eerste lid. Voor opname in EPG’s wordt onder deze programmagegevens tevens verstaan de «series linking data» alsmede actuele informatie over – of wijzigingen in – de programmering. Aanvullende informatie (foto’s, toelichtende teksten e.d.) valt daar niet onder.

Met betrekking tot onderdeel b van het vijfde lid wordt opgemerkt dat bij technische voorzieningen die de ontvangst van digitale tv-programma’s mogelijk maken (onderdeel b), moet worden gedacht aan tv-toestellen met een insteekkaart (CAM- of Cl+ -module) of settop-boxen. De desbetreffende elektronische programmagidsen zijn interactief wat inhoudt dat daarmee bijvoorbeeld kan worden genavigeerd en een harddisk-recorder kan worden geprogrammeerd (eventueel op afstand door middel van een app). In onderdeel c van dit lid is sprake van overige elektronische programmagidsen. Dit zijn met name on line gidsen voor zover daarvoor speciaal een elektronische programmagids is samengesteld. Deze gidsen zijn in tegenstelling tot de hierboven genoemde gidsen niet interactief en geven als het ware slechts een digitale weergave van de gedrukte programmagidsen.

III

Onderdeel ZZa (artikel 7.2)

Op het Commissariaat is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing. In dit onderdeel wordt voorgesteld voor artikel 17 een uitzondering te maken voor zover het gaat om de toepassing van artikel 2139, zesde lid. Artikel 17 van de Kaderwet bepaalt dat de hoogte van door een zelfstandig bestuursorgaan vastgestelde tarieven ministeriële goedkeuring behoeft. De reden voor de uitzondering is dat het vaststellen van redelijke en marktconforme vergoedingen die op basis van marktonderzoek bepaald moeten worden, door een onafhankelijke instantie moet gebeuren. Goedkeuring van de bedragen door de minister zou betekenen dat de facto de minister uiteindelijk de vergoedingen zou vaststellen.

IV

Met dit onderdeel wordt zeker gesteld dat de wijzigingen van de Mediawet 2008 waarin dit amendement voorziet, met ingang van 1 januari 2013 in werking treden op voorwaarde dat de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel is afgerond.

Van Miltenburg Van der Ham

Naar boven