Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233011 nr. 20

33 011 Regeling van een grondslag voor de heffing van rechten voor de Nederlandse identiteitskaart

Nr. 20 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 april 2012

In het verzamel Algemene Overleg van 8 februari 2012 (Kamerstuk 30 902, nr. 22) is onder meer de geldigheidsduur van de Nederlandse identiteitskaart aan de orde geweest. Ik heb de Tweede Kamer een nadere brief over dit onderwerp toegezegd. Met deze brief kom ik die toezegging na.

In mijn brief van 24 januari 2012 aan uw Kamer (Kamerstuk 33 011, nr. 19) heb ik aangegeven sympathiek te staan tegenover een verlenging van de geldigheidsduur van de Nederlandse identiteitskaart naar 10 jaar. In dezelfde brief heb ik de risico’s aangegeven die naar mijn mening gepaard zouden kunnen gaan met een 10-jarige geldigheidsduur.

Gelet op de sterke aandrang van de zijde van de Kamer om toch op de korte termijn de Nederlandse identiteitskaart een langere geldigheidsduur te geven heb ik mij opnieuw over de vraag gebogen of en zo ja hoe de identiteitskaart (fysiek) duurzaam genoeg gemaakt zou kunnen worden.

Volstrekt duidelijk is dat de huidige Nederlandse identiteitskaart een geldigheidsduur van 10 jaar niet aankan. De kaart is gemaakt om vijf jaar mee te kunnen. Uitsluitend die geldigheidsduur is nu gegarandeerd.

Om de Nederlandse identiteitskaart een geldigheidsduur van 10 jaar te kunnen geven moet de kaart versterkt worden. De producent van de Nederlandse identiteitskaart heeft mij bericht daarvoor mogelijkheden te zien. Ik teken daarbij aan dat bij een 10-jarige geldigheidsduur van de identiteitskaart ook naar de beveiliging zal moeten worden gekeken. Dat laatste gebeurt ook voor het paspoort waar reeds door het kabinet is besloten om de geldigheidsduur te verlengen naar 10 jaar.

Ik ben bereid om de nodige versterkingen in de Nederlandse identiteitskaart door te voeren zodat een invoering van een geldigheidsduur van 10 jaar mogelijk wordt. Ik zal ook bezien welke gebruiksinformatie zal moeten worden verstrekt bij de uitgifte van de Nederlandse identiteitskaart. Gaat de kaart stuk voordat de geldigheidsduur is verlopen, dan zal namelijk de houder van de kaart in beginsel moeten betalen voor de nieuwe kaart die wordt aangevraagd.

Samenvattend zeg ik de Kamer toe dat ik toe ga werken naar een invoering per 1 oktober 2013 van de 10 jarige geldigheidsduur voor zowel het paspoort als de Nederlandse identiteitskaart. De wijziging van de Paspoortwet die hiervoor nodig is zal binnenkort voor advies worden gezonden aan de Raad van State.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. W. E. Spies