Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233003 nr. 14

33 003 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2012)

Nr. 14 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 oktober 2011

Zoals toegezegd in de nota naar aanleiding van het verslag inzake het wetsvoorstel Geefwet treft u bijgaand de concept lagere regelgeving over ANBI’s aan1. Hierna is een nadere toelichting op deze regelgeving opgenomen. Voorts vindt u hieronder mijn reactie op de vraag van de vaste commissie voor Financiën d.d. 16 oktober jl. over de motie Bashir/Van Vliet.2 De concept lagere regelgeving voor de Research & Development aftrek stuurt de Minister van EL&I separaat toe.

Uitvoeringsregeling AWR over commerciële activiteiten

De artikelen 1a tot en met 1d van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen zullen worden ingevuld door overbrenging van de artikelen 41a tot en met 41d van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat ook hierin nog een aantal inhoudelijke wijzigingen zullen worden doorgevoerd. In het onderhavige voorgestelde artikel 1e wordt de ruimhartige benadering met betrekking tot commerciële activiteiten bij algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) neergelegd. Uitgangspunt hierbij is echter wel dat de opbrengsten uit deze commerciële activiteiten daadwerkelijk worden besteed aan het algemeen nuttige doel van de ANBI. Daarom is in dit artikel ook een doorstootverplichting opgenomen. Ter voorkoming van misverstanden wordt opgemerkt dat de ruimhartige benadering met betrekking tot commerciële activiteiten ter financiering van het algemeen nuttige doel los moet worden gezien van de vraag of die activiteiten in beginsel belast zijn met vennootschapsbelasting. Tevens moet dit los worden gezien van het vraagstuk welke activiteiten als invulling van de algemeen nuttige doelstelling zijn toegestaan. Dit laatste vraagstuk moet op zijn eigen merites worden beoordeeld, mede aan de hand van de uitvoeringsregels die onder meer hierover thans bestaan en (in gewijzigde vorm) opgenomen zullen worden in de eerder genoemde artikelen 1a tot en met 1d van deze uitvoeringsregeling. Indien de Tweede Kamer dit wenst kunnen ook deze artikelen op korte termijn aan de Tweede Kamer worden toegestuurd.

Uitvoering motie Bashir/Van Vliet

De vaste commissie voor Financiën heeft mij gevraagd de Tweede Kamer in te lichten over de uitvoering van de met algemene stemmen aangenomen motie Bashir/Van Vliet over de aftrekbaarheid van deelnemingsrente. In deze brief zet ik eerst uiteen hoe het kabinet tot op heden met deze problematiek is omgegaan en vervolgens hoe ik uitvoering zal geven aan deze motie.

Stand van zaken tot op heden

In de Fiscale agenda heeft het kabinet de afwegingen geschetst die spelen bij het beperken van de deelnemingsrente. Bij die afweging stond het kabinet een aftrekbeperking voor ogen die wat betreft de vormgeving vergelijkbaar is met de beperking van de aftrek van deelnemingsrente zoals opgenomen in het zogeheten consultatiedocument inzake mogelijke aanpassingen in de vennootschapsbelasting van 14 juni 2009. Die beperking hield in dat de aftrek van deelnemingsrente niet langer mogelijk zou zijn. Gezien de gevolgen die een dergelijke maatregel zou kunnen hebben voor het bedrijfsleven, heeft het kabinet besloten de uiteindelijke afweging in samenspraak met het bedrijfsleven vorm te geven en heeft daarom de voorzitters van de topteams gevraagd een opinie over de fiscale behandeling van de deelnemingsrente te formuleren.

Het Topteam hoofdkantoren heeft het behoud van de aftrek voor deelnemingsrente bepleit maar heeft tegelijkertijd gesteld dat de renteaftrek kan worden beperkt bij onbedoeld gebruik dat de proporties van misbruik heeft aangenomen. In reactie hierop heeft het kabinet aan de Tweede Kamer meegedeeld dat het de richting van dit advies zal overnemen. Vervolgens heeft de Tweede Kamer in het algemeen overleg van 30 juni 2011 met algemene stemmen de motie Bashir/Van Vliet aangenomen waarin de regering wordt verzocht bij het Belastingplan 2012 met maatregelen te komen om het zogenoemde Bosalgat in de vennootschapsbelasting te dichten. Deze motie ervaar ik als ondersteuning van mijn beleid.

Uitwerking van de motie

Op dit moment werkt het kabinet aan een maatregel die uitvoering geeft aan de motie en die de excessieve aftrek van deelnemingsrente weet te beperken. Een maatregel die is gericht op onbedoeld gebruik betekent dat de aftrekbeperking anders wordt vormgegeven dan de aftrekbeperking voor deelnemingsrente uit het consultatiedocument. Het gaat erom een adequate afbakening te vinden tussen deelnemingsrente die in aftrek moet kunnen komen en deelnemingsrente die als onbedoeld gebruik wordt aangemerkt en daarmee niet in aftrek mag worden gebracht. Dit vergt een zorgvuldige uitwerking omdat anders het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat mogelijk onnodige schade wordt toegebracht. Een ander aspect dat hierbij in het oog moet worden gehouden is de houdbaarheid in het licht van het Europese recht. Dit voegt een extra dimensie toe aan deze uitwerking.

Ten slotte is van belang dat de Wet Vpb 1969 reeds een aantal gerichte renteaftrekbeperkingen kent. Dit vergt dat een nieuwe aftrekbeperking goed aansluit op de huidige aftrekbeperkingen zodat de samenhang in de Wet Vpb 1969 gewaarborgd blijft. In het nader rapport bij het wetsvoorstel Belastingplan 2012 heb ik daarom ook geschreven dat in het kader van het wetsvoorstel waarin de aftrekbeperking voor deelnemingsrente wordt opgenomen tevens de renteaftrekbepalingen van artikel 10a, 10b en 10d van de Wet Vpb 1969, mede in combinatie met de overnameholdingbepaling, tegen het licht worden gehouden.

Het kabinet streeft ernaar dit wetsvoorstel in de loop van 2012 in te dienen.

De staatssecretaris van Financiën,

F. H. H. Weekers


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
2

Kamerstukken II 2010/11, 32 800, nr. 17.