Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233000-XVI nr. 24

33 000 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2012

Nr. 24 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 november 2011

In het Regeerakkoord is opgenomen dat de collectieve vergoeding van in-vitrofertilisatie behandelingen (ivf) wordt beperkt tot de eerste behandeling. Momenteel worden drie ivf-behandelingen vergoed. Vervolgens is tijdens de begrotingsbehandeling van VWS in november 2010 de motie van de leden Dijkstra en Voortman aangenomen die verzoekt voor deze maatregel uit het Regeerakkoord alternatieven te ontwikkelen en het College voor zorgverzekeringen (CVZ) opdracht te geven te onderzoeken of er op doelmatiger en patiëntvriendelijker wijze te besparen is op de kosten van ivf-behandelingen. Ik heb toegezegd de Kamer voor de begrotingsbehandeling 2012 te informeren.

De huidige maatregel levert 30 mln op. Voorop staat dat eventuele alternatieve maatregelen ditzelfde bedrag moeten gaan opleveren.

Met zorgaanbieders (NVOG), zorgverzekeraars (ZN) en de patiëntenvereniging (Freya) is verkend of en op welke wijze er op een andere manier invulling kan worden gegeven aan de regeerakkoordmaatregel . Dit heeft meerdere bruikbare voorstellen opgeleverd. Uit de verkenning is gebleken dat doelmatigheidswinst te halen valt op een drietal terreinen:

  • 1. Indicatiestelling: op basis van zwangerschapskans nauwkeuriger bepalen of en wanneer het starten van een ivf-behandeling zinvol is.

  • 2. Medicatiebeleid: meer op maat voorschrijven.

  • 3. Behandel- en kwaliteitsbeleid: nieuwe technieken en inzichten implementeren waardoor fertiliteitbehandelingen verbeteren bij gelijkblijvende zwangerschapskans.

De voorstellen lijken kansrijk in termen van doelmatigheidswinst, zeker wanneer deze door resultaten van onderzoek zijn onderbouwd (bijvoorbeeld van ZonMw). De zekerheid van de alternatieve besparingen is echter nog niet afdoende en vergt de komende maanden nadere uitwerking en afspraken met de beroepsgroep en verzekeraars.

In deze brief wordt dus nog geen definitief voorstel voor een alternatieve bezuiniging gedaan. Het moet eerst duidelijk zijn of geïnventariseerde alternatieven het besparingspotentieel halen en of deze zodanig implementeerbaar zijn dat de besparing een adequate vervanging is voor de voorgenomen pakketmaatregel. Het CVZ zal ik vragen de voorstellen op uitvoerbaarheid te toetsen.

Indien het niet lukt tot een adequate invulling van de alternatieve maatregelen te komen zal de pakketmaatregel uit het Regeerakkoord blijven staan en zal deze per 2013 van toepassing zijn. Aangezien voor enkele maatregelen mogelijk het Besluit zorgverzekering gewijzigd moet worden, ben ik voornemens de Kamer in mei 2012 te informeren over het voorgenomen besluit.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. I. Schippers