Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233000-XIII nr. 178

33 000 XIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (XIII) voor het jaar 2012

Nr. 178 BRIEF VAN DE MINSTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 april 2012

In mijn brief van 26 januari jl. heb ik aangegeven uw Kamer nader te informeren over de grootschalige energieprojecten die in het kader van de rijkscoördinatieregeling (hierna: rcr) aan de orde zijn. Dit met het oog op een integrale en consistente aanpak van een eventuele behandeling van deze projecten in uw Kamer.

Snelle en zorgvuldige besluitvorming

De Rijksoverheid heeft als taak te zorgen voor een betrouwbare energievoorziening. Vanuit die taak heeft de Rijksoverheid dan ook een verantwoordelijkheid bij het realiseren van bepaalde projecten. Een snellere realisatie van energie-infrastructuurprojecten draagt bij aan de voorzieningszekerheid. Tevens draagt het bij aan de werkgelegenheid en concurrentiepositie van Nederland. Door toepassing van de rcr kunnen grote energie-infrastructuurprojecten sneller tot stand komen. Sinds 1 maart 2009 is de rcr wettelijk van toepassing op in de energiewetgeving omschreven categorieën energie-infrastructuurprojecten van nationaal belang.

Bij energie-infrastructuurprojecten van nationaal belang is vaak sprake van een grote impact op de omgeving. Daarom zijn meerdere gemeenten en provincies en vele andere stakeholders bij de besluitvorming betrokken. Door het toepassen van de rcr wordt integraal naar de besluitvorming gekeken en worden alle belangen gewogen. Dit is zowel voor het bevoegd gezag, de initiatiefnemer als de andere belanghebbenden een voordeel. Snelle besluitvorming, zonder in te boeten op de zorgvuldigheid.

Of een energie-infrastructuurproject van nationaal belang is, is gedefinieerd in de Elektriciteitswet 1998, Gaswet en Mijnbouwwet. In beginsel valt een dergelijk project van rechtswege onder de rijkscoördinatieregeling. Een project start door middel van een melding van de initiatiefnemer bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). Samen met de minister van Infrastructuur en Milieu (I&M) start daarna het proces van besluitvorming naar aanleiding van deze melding, onder meer door te kijken naar een goede ruimtelijke inpassing. In beginsel wordt in het inpassingsplan de integrale afweging gemaakt of, waar en op welke wijze een project wordt gerealiseerd, tenzij op voorhand duidelijk is dat een project geen kans van slagen heeft vanwege onder meer evidente strijdigheid met bestaande regelgeving. Indien sprake is van de uitvoeringsmodule (geen inpassingsplan, alleen coördinatie van de benodigde uitvoeringsbesluiten) ben ik alleen verantwoordelijk. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de daadwerkelijke uitvoering van het project op het moment dat de besluitvorming is afgerond.

Met de rcr worden besluiten parallel genomen en kunnen aan besluiten termijnen worden verbonden. Bovendien is er sprake van één beroepsprocedure bij de rechter. Dit levert een aanzienlijke versnelling en vereenvoudiging van de besluitvorming op (ik refereer hierbij onder meer aan gaswinning onder de Waddenzee, de Zuidring van de hoogspanningsverbinding Randstad 380 kV en het windpark Noordoostpolder).

De zorgvuldigheid uit zich in de verantwoording van gemaakte keuzes in de realisatie van de projecten en het streven om hiertoe zoveel mogelijk samen met betrokkenen te komen. We treden daarom in overleg met de omgeving en maken gebruik van de expertise van belanghebbenden, andere overheden en initiatiefnemers. Om zo veel mogelijk rekening te kunnen houden met belangen van de omgeving, moet soms intensief gezocht worden naar oplossingen. Op dit moment wordt bekeken of aanvullende instrumenten kunnen worden ingezet om publieksparticipatie te optimaliseren, zoals ook is aangegeven in het Energierapport.

Momenteel wordt gewerkt aan besluitvorming over ongeveer vijfentwintig projecten onder de rcr. Tevens is sprake van een tiental meldingen van projecten, waarover gesprekken worden gevoerd met de diverse initiatiefnemers (dit betreft voornamelijk windparken). Hieronder zal ik per categorie een beeld geven van de stand van zaken.

Elektriciteitsinfrastructuur

Randstad 380 kV

In december 2010 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan over de besluitvorming ten aanzien van de Zuidring (Wateringen–Bleiswijk). De Afdeling bestuursrechtspraak heeft aangegeven dat het inpassingsplan nog moet worden aangepast ten aanzien van de motivering van de gevoelige bestemmingen, en het plan om die reden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het plan voor het overgrote deel in stand gelaten. Van de uitvoeringsbesluiten is een aantal besluiten om formele redenen vernietigd, maar ook daarvan zijn de rechtsgevolgen grotendeels in stand gelaten. Het overgrote deel van de uitvoeringsbesluiten is in stand gelaten. De uitspraak maakt de aanleg van de verbinding mogelijk; op dit moment wordt deze verbinding in het gebied gerealiseerd. Naar verwachting kan deze begin 2013 in gebruik worden genomen. Het aangepaste ontwerpinpassingsplan zal half april ter inzage worden gelegd.

Op 22 december 2011 heb ik opnieuw met u van gedachten gewisseld over de Noordring (Beverwijk–Bleiswijk). Naar aanleiding van dit overleg wordt momenteel het tracé verder uitgewerkt. Zo moet u denken aan het optimaliseren van de mastposities en het invullen van de landschappelijk inpassing (zoals groenvoorziening) rond de hoogspanningsverbinding. Over dit laatste heb ik uw Kamer toegezegd ter hoogte van Nieuwe Wetering ruimhartig te willen zijn en in overleg te willen treden met bewoners. Onlangs (13 februari jl.) heeft de dorpsraad van Nieuwe Wetering mij laten weten hierover niet in gesprek te willen gaan omdat momenteel een procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak wordt voorbereid en voor de dorpsraad slechts een ondergronds tracé de enige juiste optie is. Ik betreur het dat men daarom geen mogelijkheid ziet om mee te willen kijken. Momenteel onderzoek ik nog of een andere mogelijkheid om bewoners bij dit landschapsplan te betrekken zinvol is. Het ontwerpinpassingsplan voor de Noordring zal half mei ter inzage worden gelegd.

Noord-West 380 KV

De Noord-West 380 kV verbindt de Eemshaven via Ens met Diemen. Hoofddoel is het vergroten van de transportcapaciteit en daarmee het verhogen van de leveringszekerheid. Tussen Eemshaven en Ens ontstaat een nieuwe 380 kV verbinding waardoor er ook in het noorden een ringstructuur ontstaat. In de zomer van 2011 zijn de richtlijnen voor het milieueffectrapport voor het door de ministers van EL&I en van I&M op te stellen inpassingsplan vastgesteld. Afgelopen periode is onderzoek gepleegd naar het meest geschikte tracé in dit gebied. Vervolgens is met decentrale overheden overleg gevoerd over het meest geschikte tracé. Momenteel staan genoemde ministers op het punt een voorbereidingsbesluit te nemen met daarin opgenomen het voorlopige voorkeurstracé van Eemshaven naar Ens. De keuze voor het tracé vanaf Ens volgt later. Bij de keuze wordt gekeken naar factoren als leefomgeving, landschappelijke impact, natuur, ecologie, techniek en kosten van het tracé. Vaststelling van het ontwerpinpassingsplan en het milieueffectrapport en terinzagelegging daarvan tezamen met alle benodigde ontwerpvergunningen is voorzien eind 2012 dan wel begin 2013.

Zuid-West 380 kV

De Zuid-West 380 kV verbindt Borssele met Tilburg. In april 2011 heb ik samen met de minister van I&M een keuze gemaakt voor het voorgenomen tracé. Over dit tracé heeft veel overleg met de regio plaatsgevonden en deze kan over het algemeen goed leven met deze voorgenomen keuze. Halverwege het jaar zal een voorbereidingsbesluit worden genomen waarna in 2013 een ontwerp-inpassingsplan ter inzage zal worden gelegd. Streven is om begin 2014 de definitieve besluitvorming af te ronden.

Doetinchem Wesel

De 380 kV verbinding Doetinchem-Wesel betreft een nieuwe verbinding tussen Nederland en Duitsland met als hoofddoelen het vergroten van de internationale transportcapaciteit en het verhogen van de leveringszekerheid in (Noord-West) Europa. Met de bevoegde Duitse autoriteiten is gezamenlijk onderzoek gedaan naar het meest geschikte tracé. Ik verwacht op korte termijn samen met de Minister van Infrastructuur en Milieu een keuze te maken voor het voorgenomen tracé. Hierover heeft veelvuldig overleg plaatsgevonden met betrokken bestuurders en de omgeving. Op korte termijn zal de keuze worden vastgelegd in een voorbereidingsbesluit. Vaststelling van het ontwerpinpassingsplan en het milieueffectrapport en terinzagelegging daarvan tezamen met alle benodigde ontwerpvergunningen is voorzien eind 2012.

Aansluiting windpark Q10

Dit project betreft een kabeltracé voor een windpark 23 kilometer uit de kust van Noordwijk naar het TenneT-aansluitpunt in Sassenheim (Eneco). De afgelopen maanden is een aantal onderzoeken verricht (milieueffectrapportage en een passende beoordeling). Op 1 maart jl. heeft een informatieavond plaatsgevonden. De terinzagelegging van het ontwerpinpassingsplan is voorzien in mei 2012. Definitieve besluitvorming is voorzien in de zomer van 2012.

Kabel Gemini windparken

Dit project betreft een kabel van Eemshaven naar een windpark boven Schiermonnikoog (Typhoon). In het kader van de m.e.r.-procedure heeft de notitie reikwijdte en detailniveau ter inzage gelegen. Hierop zijn zienswijzen en het conceptadvies van de Commissie MER ontvangen. Naar verwachting zal het ontwerpinpassingsplan samen met de overige benodigde ontwerpbesluiten begin september ter inzage worden gelegd. Definitieve besluitvorming is voorzien in oktober of november 2012.

Station Breukelen

Om de leveringszekerheid te kunnen garanderen in de provincies Utrecht, Flevoland en Gelderland zal in Breukelen op de locatie Kortrijk het regionale 110 kV-net van Flevoland, Gelderland en Utrecht met het landelijke 380 kV-net verbonden worden door middel van een transformatorstation. De voor dit project benodigde onderzoeken worden momenteel afgerond waarna het ontwerp-inpassingsplan opgesteld kan worden. De komende tijd vindt verder overleg plaats met de gemeente en omwonenden over de diverse opties betreffende de meest optimale inpassing van het station.

COBRA

De Cobra kabel is een interconnector tussen Denemarken en Nederland. Deze interconnector kan bijdragen aan de totstandkoming van een geïntegreerd Europees elektriciteitsnetwerk. Windenergie kan op deze wijze uit Denemarken gemakkelijker naar Nederland worden afgevoerd. De eerste stappen zijn afgelopen jaren gezet in dit project met verschillende partijen, waaronder de Duitse autoriteiten. Zo is in 2011 de notitie reikwijdte en detailniveau vastgesteld door de ministers van EL&I en van I&M. Inmiddels is gestart met een milieueffectrapportage. Tennet bekijkt op dit moment in hoeverre zij dit project daadwerkelijk wil realiseren. Tot die tijd worden geen verdere stappen gezet.

Milieueffectstudie Eemshaven

Door de groei van de Eemshaven, de hoeveelheid (energie)projecten die op dit moment op de rol staan in het gebied en de ligging van de Eemshaven direct aan het werelderfgoed en Natura-2000-gebied de Waddenzee, is in samenwerking met de gemeente en de provincie een brede milieueffectstudie gestart om vanuit het gebied een integrale beoordeling te kunnen doen en op die wijze een zorgvuldige keuze ten aanzien van de specifieke projecten die in het gebied worden gerealiseerd. Er wordt nagegaan óf en hoe tien kabels en buisleidingen door de Waddenzee naar de Eemshaven geleid kunnen worden. Dit om te zorgen dat de unieke natuurwaarden van de Waddenzee behouden blijven en de Waddenzee zo min mogelijk nadelige gevolgen ondervindt van de uitbreiding van nationale infrastructuur en bijvoorbeeld de aanlanding van kabels en de koppeling aan het 380 kV-net van windparken op zee. Naar verwachting wordt deze studie aan het begin van de zomer 2012 afgerond.

Windenergie

Windpark Zuidlob

Op 23 december 2010 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich uitgesproken over het eerste grote windpark dat door middel van gestroomlijnde besluitvorming onder de rcr tot stand is gekomen, het windpark Zuidlob (122 MW). Eind 2011 is Nuon gestart met de constructie van dit windpark. Het windpark zal in 2013 operationeel zijn en elektriciteit leveren aan ongeveer 88 000 huishoudens.

Windpark Noordoostpolder

Op 8 februari 2012 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak over het tweede grote windpark dat de rijkscoördinatieregeling doorlopen heeft, windpark Noordoostpolder (ca 450 MW). Hiermee kan ook dit windpark op tijd worden gerealiseerd. Onder andere vanwege dit windpark moet ook het elektriciteitsnet in de Noordoostpolder worden versterkt. Ook hierover heeft de Afdeling bestuursrechtspraak zich op 14 december 2011 positief uitgesproken. De start van de bouw van in totaal 86 windturbines langs de dijken van het IJsselmeer is uitgesteld omdat een ontheffing op grond van de Flora- en Faunawet nodig is. Hieraan wordt nu gewerkt. Op 20 april loopt de beroepstermijn af voor een tweede mandje uitvoeringsbesluiten. Dit betreft een vijftal besluiten; drie watervergunningen en twee besluiten over geluidmaatwerkvoorschriften.

Windparken De Drentsche Monden en Oostermoer

Voor windpark «De Drentse Monden» (omvang 300–450 MW) in de gemeente Borger Odoorn heeft de terinzagelegging van de concept notitie reikwijdte en detailniveau voor de MER plaatsgevonden van 24 juni 2011 tot en met 4 augustus 2011. In het najaar heeft zich een initiatiefnemer gemeld voor windpark Oostermoer (omvang 120–150 MW) in de buurgemeente Aa en Hunze. Vanwege de samenhang met Drentsche Monden is ervoor gekozen om de terinzagelegging van de concept notitie reikwijdte en detailniveau voor de MER voor het windpark Oostermoer uit te breiden met het windpark De Drentse Monden. Op deze manier kunnen de milieueffecten van beide parken worden bekeken in één MER. Deze terinzagelegging heeft plaatsgevonden van 20 januari 2012 tot en met 1 maart 2012. De komende maanden zal mede op basis van de inspraak en het advies van de commissie m.e.r. één milieueffectrapportage worden opgesteld waarin zowel de effecten van de parken afzonderlijk als in het geheel in kaart zullen worden gebracht. Deze rapportage zal naar verwachting in het najaar van 2012 gereed zijn.

Windpark N33

Windpark N33 betreft een windpark (120 MW) langs de N33 in de gemeenten Veendam en Menterwolde. In mei zal de definitieve notitie reikwijdte en detailniveau voor het MER worden vastgesteld. De planning voor besluitvorming hierover is eerste helft 2013.

Windparken Reiderland, Slapersdijk en Ulsderpolder

In het geval van de windparken Reiderland, Slapersdijk en Ulsderpolder is sprake van een gezamenlijk vermogen van de beoogde windparken van circa 1 000 MW in een relatief klein gebied. Omdat deze meldingen plannen betreffen in het Waddengebied zal de komende tijd eerst een verkenning plaatsvinden naar de (milieutechnische) draagkracht van het gebied voor windenergie.

Windparken Eemshaven West en Uithuizerpolder,

In het geval van de windparken Eemshaven West en Uithuizerpolder is sprake van een gezamenlijk vermogen van 250–300 MW. Omdat bij deze meldingen sprake is van plannen nabij de Eemshaven (alwaar reeds windmolens staan) en in het Waddengebied zal de komende tijd eerst een verkenning plaatsvinden naar de (milieutechnische) draagkracht van het gebied voor windenergie.

Windpark E10

Dit betreft een melding van 5 clusters van 20–40 MW in de regio Noordoost-Friesland die aangeven één productie-eenheid te zijn conform de Elektriciteitswet. Er wordt op dit moment nagedacht over de vormgeving van het project.

Windpark Fryslân

Het windpark Fryslân betreft een windpark van 150–350 MW in het IJsselmeer, nabij de Afsluitdijk. Op dit moment wordt gewerkt aan de notitie reikwijdte en detailniveau.

Windpark Afsluitdijk

Windpark Afsluitdijk betreft een windpark van 114 MW op de Afsluitdijk. Dit plan moet in samenhang worden bekeken met de renovatie van de Afsluitdijk.

Windpark Krammer

Windpark Krammer (100 MW) bevindt zich nabij de Krammersluizen. De notitie reikwijdte en detailniveau is (nagenoeg) vastgesteld. De werkzaamheden voor de mer zijn in voorbereiding.

Windpark Wieringermeer (Hollands Kroon)

Windpark Wieringermeer betreft een windpark van 220 tot 430 MW in de kop van Noord-Holland dat in de periode 2014–2020 gerealiseerd moet gaan worden. Op dit moment wordt gewerkt aan het sluiten van een Green Deal waarna de notitie reikwijdte en detailniveau kan worden opgesteld.

Hoge Vaart

Windpark Hoge Vaart is een windpark nabij Dronten van circa 100 MW. Dit park is gemeld op grond van de rijkscoördinatieregeling en moet nog, na overleg met provincie en gemeenten, worden opgepakt.

IJselmeerdijken

Windpark IJsselmeerdijken is een windpark in het IJsselmeer van circa 200 MW langs de dijk bij Lelystad. Het moet de al bestaande molens aldaar vervangen. Er wordt op dit moment nagedacht over de vormgeving van het project.

Windparken Markermeer

Tevens is sprake van twee meldingen van initiatieven voor een windpark in het Markermeer. Op dit moment vindt overleg plaats met het Rijksvastgoed en ontwikkelingsbedrijf (RVOB) over de mogelijkheden en onmogelijkheden van de bouw van een windpark in het Markermeer.

Structuurvisie wind op land

Het Rijk heeft toegezegd met een Structuurvisie Wind op Land te komen met als doel ruimte te vinden voor het realiseren van tenminste 6000 MW windenergie op land ten behoeve van het realiseren van 14% duurzame energie in 2020. Deze Structuurvisie biedt dan het kader voor een goede ruimtelijke inpasbaarheid van toekomstige projecten.

Gasinfrastructuur

In maart 2010 is de besluitvorming ten aanzien van de stikstofbuffer Heiligerlee succesvol afgerond. Dit geldt tevens voor de aardgastransportleiding van Bornerbroek naar Duitsland. Ook hiervoor is de besluitvorming is 2010 afgerond. In juni 2011 is fase 1 van het project Stikstofbuffer Heiligerlee in gebruik genomen.

Beverwijk Wijngaarden

Verder is Gasunie van plan een aardgastransportleiding te realiseren tussen de compressorstations Beverwijk en Wijngaarden. De aanleg van deze aardgasleiding past in de ambitie van Nederland om als gasrotonde te fungeren. Er zijn meerdere ontwikkelingen die vragen om een uitbreiding van het gastransportnet met deze leiding. Marktpartijen hebben behoefte aan extra transportcapaciteit. Daarnaast wordt Nederland in de toekomst meer afhankelijk van gasimport en van opslag. Op dit moment is in het westelijk deel van de gasrotonde alleen eenrichtingsverkeer mogelijk. Met deze nieuwe leiding kunnen meer afnemers in Noord- en Zuid-Holland van twee kanten beleverd worden. Hiermee wordt rekening gehouden met de LNG-Terminal in Rotterdam en mogelijke uitbreidingen daarvan, met de gasopslag Bergermeer, de locatie van belangrijke industrieën in West-Nederland en met de verbinding met Groot-Brittannië via de Balgzand-Bacton-leiding in Noord-Holland. De uitbreiding in het Westen is een vervolg op de versterking van het transportnet in het oosten van Nederland. Dit voorjaar worden het ontwerpinpassingsplan en de ontwerpbesluiten ter inzage gelegd. Naar verwachting worden de definitieve besluiten deze zomer vastgesteld.

Norgron-leiding

Dit betreft de aanleg van een aardgastransportleiding over een afstand van circa 30 kilometer door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) tussen de ondergrondse gasopslag Norg en de NAM-ringleiding van het Groningengasveld (NorgroN). Door aanleg van deze leiding kan de teruglopende productiecapaciteit van het Groningengasveld worden gecompenseerd. Het ontwerpinpassingsplan met de bijbehorende milieueffectrapportage gaan – na verwerking van de reacties van de betrokken bestuursorganen – naar verwachting september 2012 de inspraak in. Bij een positief verloop van de procedure zal de NAM in het voorjaar van 2013 starten met de aanleg zodat deze nieuwe aardgastransportleiding in de winter van 2014–2015 kan produceren.

Opslag in de bodem

Gasopslag Bergermeer

Medio 2011 is de besluitvorming voor gasopslag Bergermeer, met steun van uw Kamer, door mij en de minister van I&M afgerond. Medio vorig jaar is een aantal beroepen ingesteld tegen het betreffende project. Deze beroepen zijn recent behandeld ter zitting bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De komende weken wordt de uitspraak verwacht inzake gasopslag Bergermeer.

ROAD

Het ROAD project bestaat uit het afvangen, transporteren en permanent opslaan van een deel (ongeveer 20%) van de CO2 afkomstig uit de in aanbouw zijnde E.on biomassa/kolencentrale op de Maasvlakte. De opslag zal plaatsvinden in een offshore uitgeproduceerd gasreservoir. Het transport en opslagdeel van dit project vallen onder de rcr. Voor de ruimtelijke inpassing van de buisleiding wordt een inpassingsplan opgesteld. Het afvang deel van het project (de installatie bij de kolencentrale die een deel van de CO2 uit de rookgassen haalt) valt niet onder de rcr. Dit deel wordt gecoördineerd door de provincie Zuid-Holland. Het betreft hier een demonstratieproject, met als belangrijkste doel het leren en demonstreren van het op industriële schaal toepassen van CCS techniek. Een belangrijk leerdoel is het verlagen van de kosten van de techniek. Ten gevolge van dit project zal minimaal 4 Mton CO2 permanent worden opgeslagen. De ontwerpbesluiten en ontwerpvergunningen, die nodig zijn voor dit project, hebben ter inzage gelegen. Op dit moment worden de ingediende zienswijzen behandeld en verwerkt in de definitieve besluiten. De verwachting is dat op korte termijn de definitieve besluiten kunnen worden gepubliceerd.

Gasolieopslag

AkzoNobel en de North Sea Group zijn voornemens gasolie (langdurig) op te slaan in uitgeproduceerde zoutcavernes. Deze zoutcavernes bevinden zich onder industrieterrein De Marssteden in Enschede. In de cavernes zal onder meer strategische opslag plaatsvinden. Op dit moment wordt het MER afgerond. Vervolgens zal gestart worden met het inpassingsplan. Naar verwachting wordt het ontwerpinpassingsplan voor de zomer ter inzage gelegd.

Structuurvisie Ondergrond

Het Rijk werkt aan een Structuurvisie Ondergrond, waarin wordt ingegaan op de mogelijkheden die gebruik van de ondergrond biedt en de eisen die daaraan worden gesteld. Deze Structuurvisie biedt dan het kader voor een goede ruimtelijke inpasbaarheid van toekomstige projecten met betrekking tot het gebruik van de ondergrond.

Gaswinning

NAM

NAM produceert momenteel al gas vanaf de locaties Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen respectievelijk Ameland. Aangezien de NAM voorziet dat uit de desbetreffende gasvelden meer gas gewonnen kan worden dan initieel voorzien, heeft de NAM EL&I gevraagd in te stemmen met gewijzigde winningsplannen. De desbetreffende ontwerpbesluiten worden naar verwachting in april 2012 ter inzage gelegd. Voor deze wijzigingen is geen inpassingsplan noodzakelijk omdat geen bestemmingsplanwijziging nodig is. De benodigde besluitvorming zal gecoördineerd plaatsvinden.

Vermillion

Vermillion is voornemens door middel van een schuine boring vanaf het eigen bedrijfsterrein op het industrieterrein in Harlingen een gasveld aan te boren onder de Waddenzee. Dit past in het kleine veldenbeleid. Om dit mogelijk te maken is een inpassingsplan nodig. De formele start van de formele procedure is nog niet definitief vastgesteld.

Elektriciteitscentrales

Elektriciteitscentrales met een vermogen van 500 MW en meer vallen bij nieuwbouw of uitbreiding onder de rijkscoördinatieregeling. Daarnaast vallen biomassacentrales als opwekkers van duurzame energie vanaf 50 MW onder de rcr. Op dit moment is sprake van een lopend besluitvormingstraject voor vijf nog te bouwen centrales, te weten de projecten van Eemsmond Energie, Tata Steel, RWE te Maasbracht (Essent), Intergen en C.GEN. In het geval van Eemsmond Energie, Tata Steel, Intergen en C.GEN is alleen sprake van de uitvoeringsmodule, dat wil zeggen de coördinatie van de benodigde besluiten. In het geval van de uitbreiding van de Clauscentrale van RWE te Maasbracht wordt op dit moment bekeken of tevens sprake is van een bestemmingsplanwijziging. In dat geval zal ook een inpassingsplan worden opgesteld. Nu C.GEN heeft besloten om vooralsnog geen kolenvergasser te bouwen, gaat het bij alle vijf initiatieven om gasgestookte centrales. Voor alle initiatieven geldt dat initiatiefnemers pas na verkrijgen van de essentiële vergunningen besluiten of een initiatief daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden. Gezien de onzekere economische situatie kan derhalve geen prognose gegeven worden of en welke centrales op korte termijn gerealiseerd gaan worden.

In september 2010 is de gecoördineerde besluitvorming ten aanzien van de NUON centrale Hemweg 9 en de centrale Diemen 34 succesvol afgerond.

De minster van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M. J. M. Verhagen