Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233000-VI nr. 89

33 000 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2012

Nr. 89 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 maart 2012

1. Inleiding

Hierbij doe ik uw Kamer de onderzoeken «Wettelijke kaders voor langdurig of levenslang toezicht bij delinquenten in Engeland/Wales, Canada en Duitsland»1 en «Kenmerken en recidivecijfers van ex-terbeschikkinggestelden met een zedendelict»1 toekomen. Ik heb het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatie Centrum (WODC) gevraagd deze onderzoeken uit te voeren met het oog op het wetsvoorstel levenslang toezicht.

2. Toelichting en resultaten onderzoek

Het onderzoek «Wettelijke kaders voor langdurig of levenslang toezicht bij delinquenten in Engeland/Wales, Canada en Duitsland» biedt een overzicht van de belangrijkste juridische instrumenten voor langdurig of levenslang toezicht op delinquenten. Het is voornamelijk bedoeld om de meest relevante bepalingen te beschrijven om inzicht te krijgen in de wijze waarop juridische constructies zijn vormgegeven. Deze landen zijn gekozen omdat er wettelijke voorzieningen zijn voor langdurig en/of levenslang toezicht die Nederland niet kent. Bovendien hebben deze landen op veel punten een vergelijkbare context wat betreft het omgaan met forensisch psychiatrische patiënten en delinquenten.

Het tweede onderzoek beschrijft de omvang, achtergrondkenmerken en recidive-gegevens van tbs-gestelden met een zedendelict. Een opvallend resultaat is volgens de onderzoekers dat het percentage recidivisten met een zeer ernstig delict onder zedendelinquenten ook tussen negen en achttien jaar na uitstroom nog toeneemt. Het percentage recidivisten met een zeer ernstig delict is drie jaar na uitstroom 10,1%, na 9 jaar is dit percentage 20,5%, en na 18 jaar is het gegroeid tot 30,5%. Ook bij niet-zedendelinquenten neemt het percentage recidivisten met een zeer ernstig delict toe over de tijd (na drie jaar is dit 9,5%, na 9 jaar is dit 16,1% en na 18 jaar 20,5%). Het percentage recidiverende zedendelinquenten is overigens in het meest recente uitstroomcohort afgenomen ten opzichte van dat in de drie in eerdere jaren uitgestroomde cohorten.

Daarnaast constateren de onderzoekers dat de populatie uitgestroomde zedendelinquenten heterogeen is wat betreft type indexdelict en wat betreft strafrechtelijke voorgeschiedenis. Dit impliceert dat er behoefte is aan een gedifferentieerde benadering in het toezicht, begeleiding en zorg. Tot slot is het van belang op te merken dat de voorliggende studie betrekking heeft op een specifieke groep zedendelinquenten. Het gaat om een relatief zware populatie, namelijk (ex-) tbs-gestelden die een ernstig delict hebben gepleegd en een psychische stoornis hebben. De resultaten van deze studie gelden dus niet voor zedendelinquenten in het algemeen.

3. Beleidsreactie

De bescherming van de samenleving tegen daders van zedendelicten maakt dat toereikende maatregelen moeten worden genomen. De voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging kan thans tot maximaal negen jaar worden verlengd. De bevindingen van het voorliggende onderzoek bieden inzicht in de recidive op langere termijn, te weten tussen de 9 en 18 jaar na uitstroom. De resultaten wijzen erop dat adequate vormen van toezicht en begeleiding mogelijk ook langer dan negen jaar na uitstroom nog zinvol zouden kunnen zijn met het oog op het verminderen van het recidiverisico bij een deel van de zedendelinquenten.

Het percentage recidivisten met een zeer ernstig delict neemt onder zedendelinquenten nog lange tijd na uitstroom van de tbs-maatregel toe. Ook onder geweldsdelinquenten is een toename zichtbaar na de uitstroom van de tbs-maatregel. Daarom bereid ik een wetsvoorstel voor dat langdurig en mogelijk levenslang toezicht op zedendelinquenten en voormalige tbs-gestelden met zowel zeden- als geweldsdelicten mogelijk maakt. (Zware) zeden- en geweldsdelicten zijn immers zeer ingrijpend en traumatisch voor slachtoffers en hun naaste omgeving. Naast het toegebrachte leed raken zedendelicten ook in brede zin het vertrouwen in de rechtsorde en de veiligheidsbeleving van burgers.

Ook landen met een vergelijkbare context wat betreft het omgaan met forensisch psychiatrische patiënten en delinquenten hebben volgens het onderzoek wettelijke voorzieningen voor langdurig en/of levenslang toezicht. De onderzochte wettelijke constructies bieden aanknopingspunten voor de vormgeving van het wetsvoorstel. Met het wetsvoorstel wordt mogelijk gemaakt dat zedendelinquenten en voormalige tbs-gestelden na de terugkeer in de samenleving langdurig onder intensief toezicht komen te staan en dat de resocialisatie aan strikte voorwaarden is gebonden. Een bepaalde categorie, te weten die met een hoog risiconiveau, zal met het oog op de veiligheid van de samenleving langdurig (en indien noodzakelijk) levenslang worden gevolgd. Met permanent toezicht kan terugvalgedrag en dreigende recidive tijdig worden gesignaleerd, zodat met direct ingrijpen nieuwe slachtoffers worden voorkomen.

Dit permanent toezicht krijgt vorm door middel van een maatregel op te leggen door de rechter, in het kader waarvan gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende voorwaarden kunnen worden gesteld. Deze maatregel kan ook worden opgelegd ter voorkoming van belastend gedrag jegens slachtoffers of getuigen, of ter voorkoming van de confrontatie tussen de veroordeelde en slachtoffers of getuigen. Periodiek wordt getoetst of verlenging van de maatregel noodzakelijk is. Voorts wordt de maximale duur van de voorwaardelijke beëindiging van de tbs met dwangverpleging geschrapt, zodat ook in dit kader het toezicht kan voortduren zolang dat nodig is. Het wetsvoorstel zal ik vandaag ter consultatie verzenden naar de ketenpartners en adviserende instanties.

Deze vormgeving van het toezicht is onlosmakelijk gerelateerd aan de beschreven juridische kaders die het toezicht mogelijk maken. Bovendien is volgens de onderzoekers behoefte aan een gedifferentieerde benadering in het toezicht, begeleiding en zorg. Slechts als de veiligheid binnen het toezicht gewaarborgd is, bestaat de ruimte om een verantwoorde terugkeer te realiseren. Binnen het toezicht op zeden- en geweldsdelinquenten moet daarom uitgebreid aandacht worden besteed aan de wijze waarop het risicomanagement wordt vormgegeven. Ik heb het WODC daarom reeds opdracht gegeven onderzoek te verrichten naar effectieve toezichtprogramma’s in het kader van langdurig/levenslang toezicht. Dit onderzoek moet bijdragen aan de inhoudelijke invulling en vormgeving van toezicht gericht op permanente risicobeheersing en het voorkomen van (potentiële) slachtoffers. Aan de hand van dit onderzoek kan de langere toezichtsperiode ook daadwerkelijk zinvol worden ingericht. Dit onderzoek zal naar verwachting in juli 2012 gereed zijn en aan uw Kamer worden toegezonden voor de behandeling van het wetsvoorstel.

4. Tot slot

Herhaling van zeden- en geweldsdelicten moet te allen tijde worden voorkomen. Het is daarom van groot belang de samenleving optimaal te beveiligen en recidive te voorkomen. De terugkeer van deze delinquenten dient met het oog op de veiligheid zo zorgvuldig en verantwoord mogelijk onder strikte voorwaarden plaats te vinden. De onderzoeksresultaten zie ik als een belangrijke onderbouwing van de invoering van het langdurig en/of levenslang toezicht. Het wetsvoorstel langdurig toezicht moet bijdragen aan het verminderen van recidive en daarmee aan het voorkomen van nieuwe slachtoffers.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.