Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201332891 nr. 22

32 891 Wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en diverse andere wetten in verband met de vermindering van het aantal arrondissementen en ressorten (Wet herziening gerechtelijke kaart)

Nr. 22 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 december 2012

Op 1 januari 2013 treedt de Wet herziening gerechtelijke kaart (Wet HGK) in werking. De nieuwe gebiedsindeling van rechtbanken en gerechtshoven geeft de Rechtspraak meer spankracht en ruimte om in de toekomst de kwaliteit op peil te houden, slagvaardig te blijven en optimaal in te spelen op de eisen die de maatschappij aan de rechtspraak stelt.

Vrijwel alle gerechten, met uitzondering van de rechtbank Amsterdam, krijgen verschillende zittingsplaatsen, in het hele land in totaal 32. Deze zijn onlangs bij algemene maatregel van bestuur – met een voorhangprocedure – aangewezen.1 Met deze inrichting wordt een goede spreiding van het zaaksaanbod bewerkstelligd en is er een zittingscapaciteit die qua nabijheid een goede toegang tot de rechter kan bieden en die in relatie tot het zaaksaanbod een zodanige omvang heeft dat deze optimaal kan worden benut zodat zaken snel op zitting kunnen worden behandeld.

Naast deze 32 zittingsplaatsen kent de rechtspraak van rechtswege ook 24 overige zittingsplaatsen als bedoeld in artikel 21b, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO), zoals deze luidt vanaf 1 januari 2013. Zoals ik ook tijdens de parlementaire behandeling van de Wet HGK met uw Kamer, en de Eerste Kamer, heb besproken, gaan deze zittingsplaatsen op termijn dicht. Dit is voor de gerechten nodig om efficiënt te kunnen werken. Het efficiënt en kostenbewust omgaan met zittingsplaatsen zal de kwaliteit van de rechtspraak ten goede komen, omdat met hetzelfde geld meer gedaan kan worden.

Tijdens het wetgevingsoverleg, dat ik op 28 november 2011 (Kamerstuk 32 891, nr. 20) met uw Kamer had over de Wet HGK, hebben wij hierover gesproken. Ik zegde u een brief toe over het proces, de criteria en de manier waarop daarmee zal worden omgegaan en waarin de 24 locaties worden doorgenomen.2 Met deze brief doe ik deze toezegging gestand.

1. Criteria

Tot het sluiten van de overige zittingsplaatsen zal worden overgegaan wanneer gelet op de hiervoor beschreven optimale benutting van de zittingsplaatsen het niet langer opportuun is om een zittingsplaats geopend te houden. Dit is aan de orde als er vanwege het geringe zaaksaanbod weinig zittingen plaatsvinden en daarom ook weinig tot geen personeel werkzaam is. Daarnaast is dit aan de orde als er geen adequaat niveau van ICT- en overige infrastructurele voorzieningen aanwezig is, geen adequate werkplekken voorhanden zijn en/of het beveiligingsniveau onder de maat is. Daarmee hangt samen de beschikbaarheid van andere rechtspraaklocaties in de betreffende regio om het zaakspakket over te nemen en om het personeel dat nog werkzaam is op sommige locaties, onder te brengen.

Vervolgens acht ik het van belang om zoveel mogelijk aan te sluiten bij min of meer natuurlijke momenten, zoals de afloop van huurcontracten van de betreffende gebouwen en/of – zoals in het bijzondere geval van Hilversum – de inrichting van een nieuwe zittingsplaats in Almere.

Op grond van artikel 21b, tweede lid, Wet RO worden de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal gehoord over een voorgenomen besluit tot sluiting van een locatie. Daarnaast ben ik mij natuurlijk bewust van andere belangen, zoals die van lokale besturen, vanwege het mogelijke effect van een besluit tot sluiting op de omgeving. Zij moeten afscheid nemen van een beeldbepalend instituut dat vaak ook nog gevestigd is in een pand met historische allure. Ten slotte heb ik dit proces ook mede in het licht bezien van de andere veranderingen in het locatiebeleid van Veiligheid en Justitie, waarover ik uw Kamer heden afzonderlijk per brief heb geïnformeerd.

2. Tranches

De toepassing van bovengenoemde criteria leidt tot een voorzienbaar proces van sluiting van de 24 overige zittingsplaatsen van de rechtspraak, waarbij drie tranches te onderscheiden zijn.

a) Eerste tranche: sluiting op korte termijn

Zittingsplaatsen waar na de inwerkingtreding van de Wet HGK ten gevolge van het geringe zaaksaanbod en/of gebrekkige gebouwelijke voorzieningen nauwelijks personeel werkzaam is (0 tot 5 fte) en/of waarvan de gebruiks- en/of huurovereenkomsten van de gebouwen reeds zijn geëxpireerd, en waar daarom op dit moment sprake is van een jaarlijkse verlenging van de overeenkomst of waar zich nu een ander natuurlijk moment voordoet, zullen op de korte termijn gesloten worden.

b) Tweede tranche: sluiting in de periode 2013–2014

Zittingsplaatsen waar na de inwerkingtreding van de Wet HGK tussen 5 en 20 fte personeel werkzaam is dat in de periode 2013–2014 elders ingehuisd kan worden of waarvan de gebruiks- en/of huurovereenkomsten van de gebouwen op natuurlijke momenten in deze periode beëindigd kunnen worden, zullen gesloten worden in de periode 2013–2014.

c) Derde tranche: sluiting in de periode 2014–2018

Zittingsplaatsen waar na de inwerkingtreding van de Wet HGK tussen 5 en 30 fte personeel werkzaam is dat in de periode 2014–2018 elders ingehuisd kan worden of waarvan de gebruiks- en/of huurovereenkomsten van de gebouwen op natuurlijke momenten in de periode 2014–2018 beëindigd kunnen worden, zullen gesloten worden in de periode 2014–2018.

3. Uitwerking per regio

Conform mijn toezegging geef ik hierna per regio aan wat dit betekent voor iedere locatie.

Regio Noord-Nederland

De zittingsplaatsen Sneek en Winschoten worden zo snel mogelijk gesloten. De zittingsplaats Heerenveen sluit in de periode 2013–2014 en de zittingsplaats Emmen houdt in de periode 2014–2018 op te bestaan.

Regio Oost-Nederland

De zittingsplaatsen Groenlo (Oost-Gelre), Wageningen, Harderwijk en Terborg (Oude IJsselstreek) worden zo snel mogelijk gesloten. De zittingsplaats Tiel sluit in de periode 2013–2014 en de zittingsplaats Deventer houdt in de periode 2014–2018 op te bestaan.

Regio Midden-Nederland

Hilversum is per 1 januari 2013 niet meer in gebruik als zittingsplaats van de rechtspraak. Hierbij is aangesloten bij een samenloop van natuurlijke momenten, te weten de verplaatsing van het rechtsgebied Gooi en Vechtstreek van Amsterdam naar Midden-Nederland en de beschikbaarheid van Almere als nieuwe zittingsplaats in de omgeving.

Regio Noord-Holland

De zittingsplaats Den Helder sluit in de periode 2013–2014 en de zittingsplaats Hoorn houdt tussen 2014–2018 op te bestaan.

Regio Amsterdam

In de regio Amsterdam is met de verplaatsing van Gooi en Vechtstreek naar regio Midden-Nederland geen overige zittingsplaats van de rechtspraak meer aanwezig.

Regio Den Haag

De zittingsplaats Alphen aan den Rijn sluit in de periode 2013–2014 en de zittingsplaats Delft houdt in de periode 2014–2018 op te bestaan.

Regio Rotterdam

De zittingsplaatsen Gorichem en Middelharnis sluiten zo snel mogelijk. De zittingsplaats Den Briel (Brielle) sluit tussen 2013–2014.

Regio Zeeland-West-Brabant

De zittingsplaats Terneuzen wordt zo snel mogelijk gesloten.

Regio Oost-Brabant

De zittingsplaats Boxmeer wordt zo snel mogelijk gesloten. De zittingsplaats Helmond houdt in de periode 2013–2014 op te bestaan.

Regio Limburg

De zittingsplaatsen Venlo en Sittard-Geleen sluiten in de periode 2013–2014. De zittingsplaats Heerlen houdt in de periode 2014–2018 op te bestaan.

Ik hoop u met bovenstaande beschrijving van de criteria en het daaruit voortvloeiende proces inzake de sluiting van de 24 kantonlocaties voldoende inzicht te hebben gegeven. De sluiting van de overige zittingsplaatsen zal bijdragen aan het toekomstbestendig maken van de rechterlijke organisatie doordat kwaliteit en toegankelijkheid van de rechtspraak vorm krijgen binnen de 32 zittingsplaatsen.

De minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


X Noot
1

Staatsblad 2012, nr. 601 (Besluit zittingsplaatsen gerechten).

X Noot
2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 891, nr. 20.