Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132877 nr. 2

32 877 Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met nieuwe factureringsregels (implementatie richtlijn factureringsregels)

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de wetgeving inzake omzetbelasting aan te passen overeenkomstig Richtlijn 2010/45/EU van de Raad van 13 juli 2010 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat de factureringsregels betreft;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

A

De Wet op de omzetbelasting 1968 wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 3a, tweede lid, onderdeel e, wordt «werkzaamheden» telkens vervangen door: deskundigenonderzoeken of werkzaamheden.

B

Aan artikel 8, zesde lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende:

In plaats van het hiervoor bedoelde wisselkoersmechanisme mag ook gebruik gemaakt worden van de wisselkoers die, op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt, door de Europese Centrale Bank laatstelijk was bekendgemaakt.

C

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «artikel 35» vervangen door: de artikelen 34b tot en met 35.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Bij een levering of overbrenging voor bedrijfsdoeleinden van goederen met toepassing van de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel a, post 6, wordt de belasting, in afwijking van het eerste en tweede lid, verschuldigd op het tijdstip van uitreiking van de factuur, of op het tijdstip van het verstrijken van de in artikel 34g, eerste volzin, bedoelde termijn indien er vóór die datum geen factuur is uitgereikt.

3. Na het vijfde lid wordt een tweetal leden toegevoegd, luidende:

  • 6. De goederenleveringen die doorlopend worden verricht gedurende een periode langer dan een kalendermaand, waarbij de goederen onder de voorwaarden van de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel a, post 6, worden vervoerd naar een andere lidstaat, worden geacht bij de afloop van elke kalendermaand te zijn voltooid zolang de goederenlevering doorloopt.

  • 7. Goederenleveringen en diensten, andere dan die bedoeld in het vierde, vijfde en zesde lid, die gedurende een zekere periode doorlopend worden verricht, worden geacht ten minste eenmaal per jaar te zijn voltooid.

D

Artikel 17g wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip van uitreiking van de factuur, of bij het verstrijken van de in artikel 34g, eerste volzin, bedoelde termijn indien er vóór die datum geen factuur is uitgereikt.

2. Het derde lid vervalt.

E

Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «artikelen 34 en 35» vervangen door: artikelen 34 en 34b tot en met 35.

2. In het vierde lid wordt «artikel 34, artikel 35 of het derde lid» vervangen door: artikel 34, de artikelen 34b tot en met 35, of het derde lid.

F

In artikel 27, tweede lid wordt «artikelen 34 en 35» vervangen door: artikelen 34 en 34b tot en met 35.

G

In artikel 28b, tweede lid, onderdeel c, wordt «artikelen 34 en 35» vervangen door: artikelen 34 en 34b tot en met 35.

H

Artikel 35 wordt vervangen door:

Artikel 34b

Onverminderd het bepaalde in artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 35c is het volgende van toepassing:

  • a. voor facturering gelden de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de goederenlevering of de dienst geacht wordt te zijn verricht, overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II van deze wet;

  • b. in afwijking van het bepaalde in onderdeel a gelden voor facturering de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar degene die de goederenlevering of de dienst verricht de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de prestatie verricht, of, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, de lidstaat waar de leverancier of dienstverrichter zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer:

    • 1°. degene die de belastbare goederenlevering of de dienst verricht, niet gevestigd is in de lidstaat waar de goederenlevering of de dienst overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II van deze wet geacht wordt te zijn verricht, of zijn inrichting in die lidstaat niet betrokken is bij het verrichten van de goederenlevering of de dienst in de zin van artikel 192bis van de BTW-richtlijn 2006, en de tot voldoening van de belasting gehouden persoon degene is voor wie de goederenlevering of de dienst wordt verricht.

      Indien de afnemer de factuur uitreikt («self-billing») is het bepaalde in onderdeel a van toepassing;

    • 2°. de goederenlevering of de dienst overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II van deze wet niet geacht wordt in de Gemeenschap te zijn verricht.

Artikel 34c

  • 1. Iedere ondernemer zorgt ervoor dat door hemzelf dan wel, in zijn naam en voor zijn rekening, door zijn afnemer of een derde, in de volgende gevallen een factuur wordt uitgereikt ter zake van:

    • a. de goederenleveringen of diensten die hij heeft verricht voor een andere ondernemer of een rechtspersoon, andere dan ondernemer;

    • b. de goederenleveringen, bedoeld in artikel 5a, eerste lid;

    • c. de goederenleveringen, bedoeld in de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel a, post 6;

    • d. de vooruitbetalingen die aan hem worden gedaan voordat een van de in de onderdelen a en b bedoelde goederenleveringen is verricht;

    • e. de vooruitbetalingen die door een andere ondernemer of een rechtspersoon, andere dan ondernemer, aan hem worden gedaan voordat de dienst is verricht.

  • 2. Onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden en beperkingen zijn ondernemers die uitsluitend vrijgestelde prestaties verrichten, ontheven van de verplichting ingevolge het eerste lid. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op de vrijgestelde prestaties van ondernemers die zowel vrijgestelde als belaste prestaties verrichten.

Artikel 34d

  • 1. In de volgende gevallen kan worden volstaan met een vereenvoudigde factuur:

    • a. wanneer het bedrag van de factuur niet hoger is dan € 100;

    • b. wanneer de uitgereikte factuur een document of bericht is dat overeenkomstig artikel 34f als factuur geldt.

  • 2. Een vereenvoudigde factuur wordt niet uitgereikt indien de factuur moet worden uitgereikt overeenkomstig artikel 34c, eerste lid, onderdelen b en c, of indien de belastbare goederenlevering of de belastbare dienst wordt verricht door een ondernemer die niet is gevestigd in de lidstaat waar de belasting verschuldigd is of van wie geen inrichting op het grondgebied van die lidstaat bij het verrichten van de goederenlevering of de dienst is betrokken in de zin van artikel 192bis van de BTW-richtlijn 2006, en de tot de voldoening van de belasting gehouden persoon degene is voor wie de goederenlevering of dienst wordt verricht.

Artikel 34e

In afwijking van artikel 34c, eerste lid, draagt een ondernemer die doorgaans levert aan andere ondernemers, er zorg voor dat een factuur wordt uitgereikt ter zake van al zijn leveringen. De vorige volzin is alleen van toepassing ten aanzien van ondernemers of groepen van ondernemers die daartoe bij ministeriële regeling zijn aangewezen.

Artikel 34f

Ieder document of bericht dat wijzigingen aanbrengt in, en specifiek en ondubbelzinnig verwijst naar de oorspronkelijke factuur, geldt als factuur.

Artikel 34g

De factuur wordt uitgereikt uiterlijk op de vijftiende dag van de maand volgende op die waarin de goederenlevering of de dienst is verricht. In geval van vooruitbetalingen als bedoeld in artikel 34c, eerste lid, onderdelen d en e, moet de factuur telkens worden uitgereikt vóór het tijdstip van de opeisbaarheid daarvan.

Artikel 35

  • 1. Voor verscheidene afzonderlijke leveringen of diensten kan een periodieke factuur worden opgemaakt, mits de periode waarop de factuur betrekking heeft niet langer is dan een kalendermaand.

  • 2. Facturen mogen door de afnemer worden opgemaakt voor goederenleveringen of diensten die door een ondernemer voor hem worden verricht, indien beide partijen dat vooraf onderling zijn overeengekomen en op voorwaarde dat iedere factuur het voorwerp uitmaakt van een procedure van aanvaarding door de ondernemer die de goederenleveringen of de diensten verricht.

I

Artikel 35a komt te luiden:

Artikel 35a

  • 1. Op de factuur zijn de volgende vermeldingen verplicht:

    • a. de datum van uitreiking van de factuur;

    • b. een opeenvolgend nummer, met één of meer reeksen, waardoor de factuur eenduidig wordt geïdentificeerd;

    • c. het btw-identificatienummer waaronder de ondernemer de goederenleveringen of de diensten heeft verricht;

    • d. het btw-identificatienummer van de afnemer waaronder hij een goederenlevering of een dienst heeft afgenomen waarvoor hij tot voldoening van de belasting is gehouden of waaronder hij een goederenlevering als bedoeld in de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel a, post 6, heeft afgenomen;

    • e. de volledige naam en het volledige adres van de ondernemer en zijn afnemer;

    • f. de hoeveelheid en de aard van de geleverde goederen of de omvang en de aard van de verrichte diensten;

    • g. de datum waarop de goederenlevering of de dienst heeft plaatsgevonden of voltooid is of de datum waarop de in artikel 34c, eerste lid, onderdelen d en e, bedoelde vooruitbetaling is gedaan, voor zover die datum vastgesteld is en verschilt van de uitreikingsdatum van de factuur;

    • h. de vergoeding voor elk tarief of elke vrijstelling, de eenheidsprijs, belasting niet inbegrepen, evenals de eventuele vooruitbetalingskortingen, prijskortingen en -rabatten indien die niet in de eenheidsprijs zijn begrepen;

    • i. het toegepast tarief van de belasting;

    • j. het te betalen bedrag van de belasting, tenzij er een bijzondere regeling van toepassing is waarvoor deze wet die vermelding uitsluit;

    • k. wanneer de afnemer die een prestatie afneemt de factuur uitreikt in plaats van degene die de prestatie verricht, de vermelding «factuur uitgereikt door afnemer»;

    • l. in geval van een vrijstelling of van leveringen met toepassing van de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel a, post 6, enige aanduiding daarvan;

    • m. wanneer de afnemer tot voldoening van de belasting is gehouden, de vermelding «btw verlegd»;

    • n. in geval van levering van een nieuw vervoermiddel onder de in tabel II, onderdeel a, post 6, bedoelde voorwaarden, de gegevens die nodig zijn om te bepalen of een vervoermiddel een nieuw vervoermiddel is;

    • o. wanneer de bijzondere regeling voor reisbureaus wordt gehanteerd, de vermelding «bijzondere regeling reisbureaus»;

    • p. wanneer een van de bijzondere regelingen voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten wordt gehanteerd, de vermelding «bijzondere regeling – gebruikte goederen», «bijzondere regeling – kunstvoorwerpen», respectievelijk «bijzondere regeling – voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten»;

    • q. wanneer de belasting wordt voldaan door een fiscaal vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 33g, het btw-identificatienummer van deze fiscaal vertegenwoordiger, samen met zijn volledige naam en adres.

  • 2. Op een vereenvoudigde factuur zijn de volgende vermeldingen verplicht:

    • a. de datum van uitreiking van de factuur;

    • b. de identiteit van de ondernemer die de goederenlevering of de dienst verricht;

    • c. de aard van de geleverde goederen of de verrichte diensten;

    • d. het te betalen bedrag van de belasting of de gegevens aan de hand waarvan dat bedrag kan worden berekend;

    • e. wanneer de uitgereikte factuur een document of bericht is dat overeenkomstig artikel 34f als factuur geldt, een specifieke en ondubbelzinnige verwijzing naar de oorspronkelijke factuur, met specifieke vermelding van de aangebrachte wijzigingen.

  • 3. Wanneer de factuur wordt uitgereikt door een ondernemer die niet gevestigd is in de lidstaat waar de belasting verschuldigd is of van wie geen inrichting in die lidstaat bij het verrichten van de goederenlevering of de dienst is betrokken in de zin van artikel 192bis van BTW-richtlijn 2006 en die goederenleveringen of diensten verricht voor een afnemer die tot voldoening van de belasting is gehouden, kan de ondernemer de in het eerste lid, onderdelen h, i en j, bedoelde vermeldingen weglaten en in plaats daarvan, door de hoeveelheid of de omvang alsook de aard van de geleverde goederen of verrichte diensten te specificeren, de vergoeding voor die goederen of diensten vermelden.

  • 4. Op een factuur kunnen bedragen in willekeurig welke munteenheid voorkomen, mits het te betalen of te herziene bedrag van de belasting is uitgedrukt in euro’s en daarbij gebruik wordt gemaakt van het in artikel 91 van de BTW-richtlijn 2006 bedoelde wisselkoersmechanisme.

  • 5. Wanneer zulks uit een oogpunt van controle nodig is, kan de inspecteur een vertaling in het Nederlands eisen van facturen betreffende in Nederland verrichte prestaties, alsmede van facturen die worden ontvangen door in Nederland gevestigde ondernemers.

  • 6. Bij ministeriële regeling kan voor bepaalde ondernemers of groepen van ondernemers bepaald worden dat op de facturen volstaan kan worden met de krachtens het tweede lid voorgeschreven vermeldingen wanneer de handels- of administratieve praktijken van de betrokken bedrijfssector of de technische voorwaarden waaronder die facturen worden uitgereikt, de naleving in sterke mate bemoeilijken van alle verplichtingen die zijn opgelegd bij dit artikel.

Artikel 35b komt te luiden:

Artikel 35b

  • 1. Elektronische facturering wordt toegepast behoudens aanvaarding door de afnemer.

  • 2. De authenticiteit van de herkomst, de integriteit van de inhoud, en de leesbaarheid van de factuur, op papier of in elektronisch formaat, worden vanaf het tijdstip waarop de factuur wordt uitgereikt tot het einde van de bewaartermijn gewaarborgd. De ondernemer bepaalt zelf hoe de authenticiteit van de herkomst, de integriteit van de inhoud, en de leesbaarheid van de factuur worden gewaarborgd. Hiertoe kan gebruik worden gemaakt van elke bedrijfscontrole die een betrouwbaar controlespoor tussen een factuur en een verrichte prestatie oplevert.

  • 3. Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:

    a. authenticiteit van de herkomst:

    de gewaarborgde identiteit van degene die de goederenlevering of de dienst heeft verricht of van degene die de factuur heeft uitgereikt;

    b. integriteit van de inhoud:

    de krachtens deze wet voorgeschreven inhoud van de factuur die geen wijzigingen heeft ondergaan.

  • 4. De authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud van een elektronische factuur kunnen, behalve door middel van de in het tweede lid bedoelde bedrijfscontroles, bijvoorbeeld ook met de volgende technologieën worden gewaarborgd:

    • a. een geavanceerde elektronische handtekening in de zin van artikel 2, lid 2, van Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen, welke gebaseerd is op een gekwalificeerd certificaat in de zin van artikel 2, lid 10, van Richtlijn 1999/93/EG en gecreëerd wordt met een veilig middel voor het aanmaken van handtekeningen in de zin van artikel 2, leden 6 en 10, van Richtlijn 1999/93/EG;

    • b. elektronische uitwisseling van gegevens (Electronic Data Interchange – EDI), zoals gedefinieerd in artikel 2 van bijlage 1 bij Aanbeveling 1994/820/EG van de Commissie van 19 oktober 1994 betreffende de juridische aspecten van de elektronische uitwisseling van gegevens, indien het akkoord betreffende deze uitwisseling voorziet in het gebruik van procedures die de authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de gegevens waarborgen.

  • 5. Bij een reeks elektronische facturen die aan dezelfde afnemer worden verzonden of ter beschikking worden gesteld, hoeven de voor de verschillende facturen gelijke vermeldingen slechts één keer te worden opgenomen, voorzover voor elke factuur alle informatie toegankelijk is.

Artikel 35c wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Wanneer een ondernemer de door hem verzonden of ontvangen facturen elektronisch bewaart, waarbij een online toegang tot de gegevens wordt gewaarborgd, heeft de inspecteur met het oog op de toepassing van deze wet het recht de facturen ter controle in te zien, te downloaden en te gebruiken, indien de ondernemer is gevestigd in Nederland, dan wel de ondernemer de belasting in Nederland verschuldigd is.

2. Het derde lid vervalt.

3. Het vierde lid wordt tot derde lid vernummerd.

L

Artikel 35d komt te luiden:

Artikel 35d

In deze wet wordt verstaan onder «elektronische factuur», een factuur die de bij of krachtens deze wet voorgeschreven gegevens bevat, welke in elektronisch formaat is verstrekt en ontvangen.

M

In artikel 36 wordt «34, 34a, 35, 35a, 35b, 35c» vervangen door: 34 tot en met 35c.

ARTIKEL II

In de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt artikel 67ca, eerste lid, onderdeel e, vervangen door:

  • e. de artikelen 34c, eerste lid, 34e, 34g en 35a, eerste en tweede lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, of.

ARTIKEL III

In het ingevolge de artikelen XV en XXVIII, negende lid, van Overige fiscale maatregelen 2011 met ingang van 1 april 2012 in werking tredende artikel 28zf van de Wet op de omzetbelasting 1968 vervalt het vierde lid.

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Financiën,