Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132874 nr. 2

32 874 Wijziging van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten in verband met een vrijstelling van de meldplicht voor ondiepe werkzaamheden

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is vrijstelling van de verplichting om een graafmelding te doen mogelijk te maken voor categorieën grondroerders, die ondiepe graafwerkzaamheden verrichten in grond waarvan de ligging van kabels en leidingen genoegzaam bekend is;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Na artikel 8 van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 8a

  • 1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bepaalde categorieën grondroerders worden aangewezen die zijn vrijgesteld van de verplichting om een graafmelding te doen voor zover zij graafwerkzaamheden verrichten in grond die in eigendom of in beheer is van de grondroerder en die graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan 50 cm onder het maaiveld.

  • 2. Vrijstelling laat de op de grondroerder rustende zorgplichten bedoeld in artikel 2, eerste, tweede en derde lid, onderdeel b, onverlet.

  • 3. Artikel 2, derde lid, onderdelen a en c, is niet van toepassing op de grondroerders, bedoeld in het eerste lid.

  • 4. Voor de toepassing van dit artikel wordt de opdrachtgever voor graafwerkzaamheden als bedoeld in het eerste lid aangemerkt als grondroerder indien de opdrachtgever eigenaar of beheerder is van de grond waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,