Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232862 nr. 29

32 862 Wijziging van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en enige andere wetten in verband met de totstandkoming van een basisnet (Wet basisnet)

Nr. 29 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 juni 2012

Bij de plenaire behandeling van het voorstel van wet Basisnet in eerste termijn op 6 juni jl. (Handelingen II 2011/12, nr. 92, behandeling Wet basisnet) heb ik toegezegd U per brief vóór de tweede termijn van de behandeling te informeren over de eventuele gevolgen van de meest recente jurisprudentie inzake het afgeven van een omgevingsvergunning door gemeenten voor emplacementen voor het wetsvoorstel Basisnet.

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vormen doorgaande spoorwegen geen onderdeel van het emplacement, tenzij zij dienst doen als rangeerspoor. Als doorgaande trein wordt aangemerkt een trein die onder een treinnummer rijdt, in een dienstregeling is opgenomen, in afwachting is van vertrek naar of net afkomstig is van een buiten de inrichting gelegen bestemming dan wel hiernaar op weg is. Verder is door de Afdeling expliciet overwogen dat het afkoppelen van een locomotief, omrijden en vervolgens weer aankoppelen aan dezelfde trein ten behoeve van vertrek in tegenovergestelde richting, buiten de vergunning voor het emplacement valt voor zover het omrijden van de goederentrein betrekking heeft op doorgaand treinverkeer.

Als gevolg van deze jurisprudentie zou het risico van deze vormen van doorgaand vervoer onderdeel moeten gaan vormen van de berekening van het risico van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het Basisnet.

Thans ben ik in overleg met de betrokken partijen (bevoegd gezag, ProRail, verladers, vervoerssector) om de praktische gevolgen van de jurisprudentie met betrekking tot de activiteiten die behoren bij het doorgaand vervoer respectievelijk het emplacement in beeld te brengen. Ik hecht aan dat overleg omdat dit bijdraagt aan een aanpak met een goed evenwicht tussen economische ontwikkeling, ruimtelijke ordening en risicobeheersing. Uitgangspunt van dit overleg is dat de risico’s van alle activiteiten worden beheerst, ongeacht de juridische context. De risico’s veranderen immers niet bij een juridische indeling in doorgaand vervoer of behorend bij het emplacement.

Over de uitkomsten van het genoemde overleg zal ik U nader informeren.

De minister van Infrastructuur en Milieu, M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus