32 859 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs

Nr. 4 NADER RAPPORT

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt/uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de Raad van State).

Hieronder is opgenomen het nader rapport d.d. 18 augustus 2011, aangeboden aan de Koningin door de Minister van Veiligheid en Justitie.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 24 mei 2011, nr. 11.001251, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 29 juni 2011, nr. W03.11.0175/II, bied ik U hierbij aan.

Het ontwerp geeft de Afdeling advisering geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. De twee redactionele opmerkingen van de Afdeling advisering zijn in het wetsvoorstel verwerkt.1 In de toelichting op artikel I, onder B, die in paragraaf 7 van de memorie van toelichting is opgenomen, is de wijziging toegelicht die naar aanleiding van de tweede redactionele opmerking in artikel 160, vijfde lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994 is aangebracht.

Tot slot is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de alinea, die in paragraaf 1 van de memorie van toelichting is opgenomen over de uitbreiding van de reikwijdte van de recidiveregeling met drugsgerelateerde delicten te actualiseren naar aanleiding van de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu en mij van 12 mei 2011 aan de voorzitter van de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2010/11, 29 398, nr. 277).

Ik moge U, mede namens de Minister van Infrastructuur en Milieu, verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten


X Noot
1

De redactionele opmerking behelst:

– In het nieuw voorgestelde artikel 8, vijfde lid, WVW 1994 «een of meer van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen middelen» wijzigen in: een of meer van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen stoffen, als bedoeld in het eerste lid, en «of in geval van gebruik van meer middelen die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen als groep» wijzigen in: of in geval van gebruik van meer stoffen, als bedoeld in het eerste lid, die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen als groep.

– In artikel 160, vijfde lid, onderdeel a, WVW 1994 «artikel 8, eerste lid» wijzigen in: artikel 8, eerste of vijfde lid. Het voorgestelde artikel 160, vijfde lid, onderdeel a, WVW 1994 bepaalt dat een bestuurder verplicht is medewerking te verlenen aan een onderzoek naar de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties ter vaststelling van een mogelijke overtreding van artikel 8, eerste lid. Artikel 8, eerste lid, ziet op de algemene bepaling terwijl het voorgestelde artikel 8, vijfde lid, betrekking heeft op de afzonderlijke strafbaarstelling van rijden onder invloed van middelen die zijn opgenomen in een algemene maatregel van bestuur. Volgens de toelichting (par. 3, derde alinea) wordt voorgesteld om de drug GHB op te nemen in de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8, vijfde lid. Deze stof kan echter niet door middel van een speekseltester worden aangetoond, maar door het onderzoek van de psychomotorische functies en oog- en spraakfuncties. Hieruit volgt dat onderzoek van de psychomotorische functies en oog- en spraakfuncties niet alleen dient plaats te vinden ter vaststelling van een mogelijke overtreding van artikel 8, eerste lid, maar ook ter vaststelling van overtreding van artikel 8, vijfde lid, WVW 1994.

Naar boven