32 852 Grondstoffenvoorzieningszekerheid

Nr. 16 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 februari 2014

Uw vaste commissie voor Economische Zaken heeft gevraagd om een kabinetsreactie op het rapport «The Growth of Soy» van het WWF, World Wide Fund for Nature. Ik stuur u hierbij, mede namens de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de gevraagde reactie.

In het betreffende rapport, met het later toegevoegde erratum, wordt door het WWF een uitgebreide schets gegeven van de mondiale ontwikkeling in de laatste decennia van het van oorsprong Oost-Aziatische vlinderbloemige landbouwgewas soja. Soja is een belangrijke peulvrucht met diverse toepassingen door het in de boon aanwezige relatief hoge gehalte aan eiwitten (tot ca. 50%) en olie (ca. 20%). Door zijn gunstige aminozuursamenstelling is soja historisch een belangrijke eiwitbron in de menselijke voeding. Het grootste gedeelte van de mondiale sojaproductie wordt inmiddels echter gebruikt in mengvoeders voor met name pluimvee en varkens. Sojaolie is mondiaal een van de meest geconsumeerde plantaardige oliën. Daarnaast is sojaolie in toenemende mate ook in gebruik als grondstof voor biobrandstoffen (biofuels).

In detail wordt in het rapport beschreven welke gevolgen de mondiale ontwikkeling van de sojateelt heeft gehad voor een groot aantal aspecten van duurzaamheid («People-Planet-Profit»). Speciale aandacht gaat uit naar het verlies aan biodiversiteit door ontbossingen als gevolg van onder andere de sojateelt in met name Brazilië (deelgebieden) en in de Verenigde Staten van Amerika.

In het laatste deel van het rapport volgt een belangrijke analyse met concrete aanbevelingen voor betrokken actoren om een duurzame, verantwoordelijke, productie van soja te bereiken. De in 2006 opgerichte internationale ronde tafel voor verantwoorde soja, «Round Table for Responsible Soy» (RTRS), neemt in het rapport en aanbevelingen een belangrijke positie in, als het certificeringsschema met het hoogste potentieel om de gewenste verduurzaming te bereiken.

Het kabinet heeft waardering voor de kwaliteit van de analyses in het WWF-rapport en ziet de aanbevelingen als ondersteuning van het beleid voor verduurzaming van agrogrondstoffen, zoals ondermeer eerder uiteengezet in de Grondstoffennotitie aan de Tweede Kamer (Kamerstuk 32 852, nr. 1, 15 juli 2011), waarin soja een belangrijke plaats inneemt.

Beleid verduurzaming agrogrondstoffen

Nederland speelt internationaal al vele jaren een prominente rol in de verduurzaming van de mondiale sojaproductie en -keten. Een belangrijk en specifiek onderdeel van het overheidsbeleid voor alle agrogrondstoffen, en dus ook voor soja, is de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven, banken en retail om samen met maatschappelijke organisaties (NGO’s) in een private en mondiale multistakeholderssetting te komen tot nadere invulling en realisatie van de gewenste duurzaamheid. Voor het kabinet is deze aanpak tevens onderdeel van het MVO-beleid (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) voor bedrijven, retail en financiële instellingen. Het extra accent in het beleid op private verantwoordelijkheden is ook ingegeven door de wens om op korte termijn effectief te kunnen zijn in de realisatie van mondiaal duurzame agroproductie en handelsketens, mede omdat hiermee WTO-disputen met productielanden kunnen worden voorkomen.

Het kabinet zal zich blijven inzetten voor de gewenste nationale en internationale verduurzaming van de productie van belangrijke agrogrondstoffen, zoals soja. Dit gebeurt nationaal ondermeer door het stimuleren en onderhouden van de rechtstreekse dialoog met belanghebbenden (NGO’s, bedrijven, inclusief retail en financiële instellingen), en internationaal door ondermeer uitwisseling van informatie over de inzet op duurzame soja met een aantal belangrijke importlanden van soja in Europa (de afgelopen jaren vooral met Denemarken, België en VK) en door dialoog met vooral betrokkenen in China en Brazilië. Hierbij vervullen onze ambassades een belangrijke rol, bijvoorbeeld door de organisatie van seminars, of door aanwezig te zijn als waarnemer bij bijeenkomsten van de RTRS. De Nederlandse overheid ondersteunt verder het soja en «outreach» programma van het Initiatief Duurzame Handel (IDH) en het Farmer Support Program van Solidaridad, met betrokkenheid van lokale en internationale NGO’s als WWF en het bedrijfsleven.

Belangrijke ontwikkelingen

Ronde tafel voor verantwoorde soja

De in november 2006 mede door het WWF in Zwitserland opgerichte Round Table for Responsible Soy heeft op 10 juni 2010 in Brazilië een mondiale standaard voor duurzame soja vastgesteld. Dit na een uitgebreid en internationaal werk- en discussieproces met betrokkenen uit productie, handel, verwerking, retail en financiering, inclusief publieke consultatieronden. De standaard, met achterliggende criteria en indicatoren voor toetsing, is opgebouwd uit 5 principes op de volgende terreinen: het respecteren van wetgeving; goede en eerlijke handelsmanieren in de keten; verantwoorde arbeidsomstandigheden; respectvolle omgang met de omgeving (incl. biodiversiteit en behoud waardevolle bossen) en milieuzorg; en een goede landbouwpraktijk. Tevens is in 2010 afgesproken om speciale ketenstandaarden (modules) te ontwikkelen voor genetisch gemodificeerde soja en voor gebruik van duurzame soja als grondstof voor biodiesel (op basis van de EU-richtlijn 2009/28, «EU-RED»). Deze modules zijn inmiddels tot stand gekomen. De biodieselmodule is door de EU erkend als duurzaamheidsstandaard onder EU-RED. Mondiaal is de RTRS-standaard de enige standaard die via een dergelijk internationaal multistakeholdersproces van bedrijven, retail, banken en NGO’s is vastgesteld.

Committment Nederland

Het Nederlandse bedrijfsleven heeft zich via de Stichting Ketentransitie Duurzame Soja, waarin ook het WWF en andere NGO’s participeren, publiekelijk gecommitteerd aan 100% verantwoorde soja voor nationaal gebruik in 2015 (circa 1.8 – 2 miljoen ton). De ambitie is om dit stapsgewijze te realiseren.

Het Nederlands diervoederbedrijfsleven zet daarnaast in op vergroting van de Europese vraag naar duurzame soja en een «level playing field» binnen Europa, en steunt daartoe initiatieven binnen de FEFAC, de Europese brancheorganisatie voor de veevoederindustrie, om te komen tot Europese verduurzaming van alle diervoedergrondstoffen en certificering ervan, inclusief soja. Het kabinet draagt hieraan bij vanuit het Topsectorenbeleid, met inzet van de WUR.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

Naar boven