32 849 Mijnbouw

35 603 Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen in verband met de versterking van gebouwen in de provincie Groningen

36 094 Wijziging van het voorstel van wet tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen in verband met de versterking van gebouwen in de provincie Groningen (novelle verbetering uitvoerbaarheid)

B1 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 20 oktober 2023

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat2 hebben kennisgenomen van de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 10 mei 2023 over de contourennota herziening mijnbouwstelsel.3 De leden van de PvdD-fractie hadden naar aanleiding hiervan een aantal vragen en opmerkingen. De leden van de fracties Volt en OPNL hebben zich bij de vragen van de PvdD-fractie aangesloten.

Naar aanleiding hiervan is op 19 juli 2023 een brief gestuurd aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat.

De Staatssecretaris heeft op 26 september 2023 een uitstelbericht gestuurd en op 18 oktober 2023 inhoudelijk gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat, De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat

Den Haag, 19 juli 2023

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 10 mei 2023 over de contourennota herziening mijnbouwstelsel.4 De leden van de PvdD-fractie hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen en opmerkingen. De leden van de fracties Volt en OPNL sluiten zich graag aan bij de vragen van de PvdD-fractie.

De leden van de PvdD-fractie verzoeken u om aan te geven hoeveel vergunningen voor gas en olie voor onbepaalde tijd zijn verleend en hoeveel verleende vergunningen voor gas en olie een doorlooptijd hebben na 2050.

Welke mogelijkheden biedt de Mijnbouwwet om vergunningen in te trekken of te wijzigen met het oog op het doel om in 2050 klimaatneutraal te zijn? Zien de leden van de PvdD-fractie het goed dat in de Mijnbouwwet een regeling ontbreekt die betrekking heeft op eventuele nadeelcompensatie bij intrekking of wijziging van de vergunningen? Zo ja, is er dan een andere wettelijke regeling die in dergelijk geval van toepassing is? Als dit niet het geval is, verzoeken deze leden u om de contouren te schetsen van een regeling van nadeelcompensatie die passend zou kunnen worden geacht.

Tot slot vragen de leden van de PvdD-fractie of bij het afgeven van nieuwe winningsvergunningen de aanvragers gewaarschuwd worden dat zij rekening dienen te houden met een wijziging of intrekking van de vergunning in verband met de noodzakelijke klimaatmaatregelen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u aangeven op welke wijze de aanvragers hiervoor worden gewaarschuwd?

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 1 september 2023.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat, Saskia Kluit

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 september 2023

De vragen van de leden van de fracties van PvdD, Volt en OPNL over contourennota herziening mijnbouwstelsel (173216U) kunnen niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord in verband met het zomerreces en de benodigde interne afstemming. Ik zal uw Kamer eind september de antwoorden op de vragen doen toekomen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, J.A. Vijlbrief

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 oktober 2023

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van de leden van de Partij van de Dieren, Volt en OPNL over het onderwerp Contourennota wijziging mijnbouwstelsel (kenmerk: 173216U; ingezonden 19 juli 2023).

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, J.A. Vijlbrief

173216U

1

De leden van de PvdD-fractie verzoeken u om aan te geven hoeveel vergunningen voor gas en olie voor onbepaalde tijd zijn verleend en hoeveel verleende vergunningen voor gas en olie een doorlooptijd hebben na 2050.

Antwoord

Voor het winnen van gas en olie is zowel een winningsvergunning als een instemming met het winningsplan nodig. Het tijdvak van de winningsvergunningen bepaalt voor welke periode de houder van die vergunning het exclusieve recht heeft om gas en olie te winnen in een bepaald gebied (het is een marktordeningsvergunning). Op dit moment zijn er 23 winningsvergunningen voor gas en olie met een onbepaalde looptijd. Deze vergunningen zijn in het verleden (voor de inwerkingtreding van de Mijnbouwwet in 2003) verleend. Winningsvergunningen voor onbepaalde tijd worden nu niet meer verleend. Winningsvergunningen worden nu alleen nog verleend voor een bepaalde tijd. Er zijn geen winningsvergunningen voor gas en olie met een bepaalde tijd die een doorlooptijd hebben na 2050.

Alleen het hebben van een winningsvergunning is niet voldoende om gas en olie te winnen. Daarvoor is ook instemming met een winningsplan nodig. In een winningsplan wordt beschreven hoe de winning zal plaatsvinden, waaronder de beoogde duur van de winning. Een mijnbouwbedrijf mag niet langer winnen dan dit tijdvak. Op dit moment is er ingestemd met één winningsplan dat langer doorloopt dan 2050.

2

Welke mogelijkheden biedt de Mijnbouwwet om vergunningen in te trekken of te wijzigen met het oog op het doel om in 2050 klimaatneutraal te zijn?

Antwoord

Zoals ik heb aangegeven in de Kamerbrief afbouw fossiele winning van 16 juni 2023 (Kamerstuk, 33 529, nr. 1150) passen alle bestaande winningsplannen voor gas en olie binnen het geschetste afbouwpad van de gasvraag. De Mijnbouwwet biedt op dit moment geen mogelijkheden om, met het oog op het doel in 2050 klimaatneutraal te zijn, bestaande vergunningen in te trekken of te wijzigen. Ik ben voornemens de Mijnbouwwet aan te passen, dan zal ik ook bezien hoe met dit onderwerp om te gaan. Zoals toegezegd in de Kamerbrief van 16 juni 2023 zal ik, conform de motie van het lid Kröger in de Tweede Kamer (Kamerstuk 32 849, nr. 222), periodiek de actuele en toekomstige productie van aardgas en olie in beeld brengen en deze afzetten tegen de verwachte vraag. Zolang de geraamde binnenlandse productie past binnen de binnenlandse vraag, en er door het kabinet gestuurd wordt op afname van deze vraag, past de productie van deze fossiele delfstoffen binnen het gevraagde afbouwpad. Op het moment dat ik constateer dat de vraag sneller afneemt, wil ik ervoor kunnen kiezen om bestaande winningsplannen niet in tijd te verlengen of de uiterlijke einddatum van nieuwe winningsplannen af te stemmen op het afbouwpad. Bij nieuwe winningsvergunningen, instemmingen op nieuwe winningsplannen en bij de wijziging van bestaande winningsvergunningen en instemmingen met winningsplannen, hanteer ik nu al een einddatum van uiterlijk 2045. Dit geeft duidelijkheid aan zowel de bedrijven die investeringen doen, als zicht dat de productie op dat moment zal worden beëindigd.

3

Zien de leden van de PvdD-fractie het goed dat in de Mijnbouwwet een regeling ontbreekt die betrekking heeft op eventuele nadeelcompensatie bij intrekking of wijziging van de vergunningen? Zo ja, is er dan een andere wettelijke regeling die in dergelijk geval van toepassing is? Als dit niet het geval is, verzoeken deze leden u om de contouren te schetsen van een regeling van nadeelcompensatie die passend zou kunnen worden geacht.

Antwoord

Intrekking of wijziging van een bestaande vergunning of instemming met winningsplan kan een inmenging in het eigendomsrecht betekenen. Eigendomsrecht wordt tegen inmenging beschermd door artikel 1 van het Eerste Protocol van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Inmenging is alleen toegestaan als die bij wet voorzienbaar is en er sprake is van een dwingende reden van algemeen belang waarmee een legitiem doel wordt gediend. Als aan die voorwaarden is voldaan, dan moet de inmenging voorts evenredig zijn aan het belang van degene wiens eigendomsrecht wordt geraakt. Als de inmenging niet evenredig is, dan kan een recht op nadeelcompensatie bestaan. In de Mijnbouwwet is geen regeling opgenomen die betrekking heeft op eventuele nadeelcompensatie bij intrekking of wijziging van vergunningen of instemmingen. Desondanks kan in het geval een intrekking of wijziging van een vergunning of instemming een recht op nadeelcompensatie geeft, een besluit tot nadeelcompensatie worden genomen. In de Algemene wet bestuursrecht wordt voorzien in een algemeen kader over nadeelcompensatie. Deze regels treden 1 januari 2024 in werking. Dat kader zal dan ook van toepassing zijn op besluiten met betrekking tot mijnbouw.

4

Tot slot vragen de leden van de PvdD-fractie of bij het afgeven van nieuwe winningsvergunningen de aanvragers gewaarschuwd worden dat zij rekening dienen te houden met een wijziging of intrekking van de vergunning in verband met de noodzakelijke klimaatmaatregelen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u aangeven op welke wijze de aanvragers hiervoor worden gewaarschuwd?

Antwoord

Ik geef bij het verlenen van winningsvergunningen of instemmingen op winningsplannen geen waarschuwing aan aanvragers om rekening te houden met een eventuele toekomstige wijziging of intrekking van deze vergunning. In verband met de rechtszekerheid hoeven aanvragers enkel rekening te houden met de regels die momenteel gelden op grond van de Mijnbouwwet. Deze zien momenteel niet op klimaatmaatregelen. Zoals hierboven aangegeven, hanteer ik op dit moment bij nieuwe winningsvergunningen, instemmingen op nieuwe winningsplannen en bij de wijziging van bestaande winningsvergunningen en instemmingen met winningsplannen, een einddatum van uiterlijk 2045. Tevens ben ik voornemens de Mijnbouwwet aan te passen; dan zal ik ook bezien hoe met dit onderwerp om te gaan.


X Noot
1

De letter B heeft alleen betrekking op 32 849.

X Noot
2

Samenstelling:

Kemperman (BBB), Van Langen (BBB) (ondervoorzitter), Panman (BBB), Crone (GroenLinks-PvdA), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Vos (GroenLinks-PvdA), Van Ballekom (VVD), Van de Sanden (VVD), Petersen (VVD), Bovens (CDA), Prins (CDA), Aerdts (D66), Dittrich (D66), Faber-Van de Klashorst (PVV), Visseren-Hamakers (PvdD), Baumgarten (Ja21), Van Apeldoorn (SP), Holterhues (CU), Dessing (FVD), Schalk (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL).

X Noot
3

Kamerstukken I 2022–23, 32849/ 35 603/ 36 094, A.

X Noot
4

Kamerstukken I 2022–23, 32849/ 35 603/ 36 094, A.

Naar boven