32 849 Mijnbouw

Nr. 314 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 juni 2026

Tijdens het Commissiedebat Mijnbouw van 3 juni jl. heeft u vragen gesteld over het ontwerpbesluit Havenmond, de zoutwinning door Frisia onder de Waddenzee, dat ik recent heb gepubliceerd en op dit moment ter inzage ligt. Met deze brief wil ik graag terug komen op één van de antwoorden die ik tijdens het debat heb gegeven.

U heeft mij tijdens het debat een vraag gesteld over de UNESCO-status van de Waddenzee. Ik heb deze vraag te kort door de bocht beantwoord. Wat ik beoogd heb te zeggen is dat ten tijde van de aanmelding van de Waddenzee bij UNESCO in 2009, de zoutwinning bekend was. In 2007 heeft Frisia namelijk een aanvraag gedaan voor een winningsvergunning. De aangevraagde winningsvergunning is zeer zorgvuldig beoordeeld en uiteindelijk in 2012 vergund. Alhoewel de aanvraag bekend was, was deze lopende vergunningsaanvraag geen onderdeel van de aanmelding van de Waddenzee bij UNESCO.

Dit heeft de Minister van LVVN tijdens het Commissiedebat Natuur van 4 juni jl. ook namens mij aangegeven, om uw Kamer zo snel mogelijk van de juiste informatie te voorzien. Mevrouw Bromet vroeg daarop of er foutieve informatie is gebruikt als argument voor het ontwerpbesluit. Dat is niet het geval; er is geen relatie tussen de inhoudelijke beoordeling van de vergunningsaanvraag en het ontwerpbesluit enerzijds en hetgeen ik in het debat heb gezegd anderzijds.

Ik vind het daarbij belangrijk om nogmaals te benadrukken dat Frisia zout moet winnen conform de kaders die in de aanwijzing door UNESCO zijn opgenomen. Dit betekent dat er alleen winning vanaf land plaatsvindt en dat Frisia zich moet houden aan het «hand aan de kraan-principe». Mocht Frisia zich hier niet aan houden dan kan in het uiterste geval de winning worden stilgelegd.

Op dit moment beschikt Frisia over een natuurvergunning, met een looptijd t/m 2035. Op basis van het nieuwe winningsplan zal bekeken worden of er een nieuwe natuurvergunning nodig is, ter vervanging of wijziging van de lopende natuurvergunning.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, J. de Bat

Naar boven