Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 juni 2026
Tijdens het Commissiedebat Mijnbouw van 3 juni jl. heeft u vragen gesteld over het
ontwerpbesluit Havenmond, de zoutwinning door Frisia onder de Waddenzee, dat ik recent
heb gepubliceerd en op dit moment ter inzage ligt. Met deze brief wil ik graag terug
komen op één van de antwoorden die ik tijdens het debat heb gegeven.
U heeft mij tijdens het debat een vraag gesteld over de UNESCO-status van de Waddenzee.
Ik heb deze vraag te kort door de bocht beantwoord. Wat ik beoogd heb te zeggen is
dat ten tijde van de aanmelding van de Waddenzee bij UNESCO in 2009, de zoutwinning
bekend was. In 2007 heeft Frisia namelijk een aanvraag gedaan voor een winningsvergunning.
De aangevraagde winningsvergunning is zeer zorgvuldig beoordeeld en uiteindelijk in
2012 vergund. Alhoewel de aanvraag bekend was, was deze lopende vergunningsaanvraag
geen onderdeel van de aanmelding van de Waddenzee bij UNESCO.
Dit heeft de Minister van LVVN tijdens het Commissiedebat Natuur van 4 juni jl. ook
namens mij aangegeven, om uw Kamer zo snel mogelijk van de juiste informatie te voorzien.
Mevrouw Bromet vroeg daarop of er foutieve informatie is gebruikt als argument voor
het ontwerpbesluit. Dat is niet het geval; er is geen relatie tussen de inhoudelijke
beoordeling van de vergunningsaanvraag en het ontwerpbesluit enerzijds en hetgeen
ik in het debat heb gezegd anderzijds.
Ik vind het daarbij belangrijk om nogmaals te benadrukken dat Frisia zout moet winnen
conform de kaders die in de aanwijzing door UNESCO zijn opgenomen. Dit betekent dat
er alleen winning vanaf land plaatsvindt en dat Frisia zich moet houden aan het «hand
aan de kraan-principe». Mocht Frisia zich hier niet aan houden dan kan in het uiterste
geval de winning worden stilgelegd.
Op dit moment beschikt Frisia over een natuurvergunning, met een looptijd t/m 2035.
Op basis van het nieuwe winningsplan zal bekeken worden of er een nieuwe natuurvergunning
nodig is, ter vervanging of wijziging van de lopende natuurvergunning.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
J. de Bat