32 849 Mijnbouw

Nr. 299 MOTIE VAN HET LID VAN OOSTERHOUT

Voorgesteld 10 februari 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er door TNO en Deltares in opdracht van het Ministerie van KGG onderzoek wordt gedaan naar de gevolgen van gaswinning onder veenweidegebieden;

constaterende dat de integrale houdbaarheid van veenweidegebieden onder grote druk staat, waarbij de fysieke kwetsbaarheid van de bodem leidt tot een onhoudbare stapeling van onbeheersbare maatschappelijke kosten voor infrastructuur en funderingen, een onherstelbaar verlies aan unieke biodiversiteit en cultuurlandschap en het niet halen van klimaatdoelen;

constaterende dat er geen volledig en gedeeld inzicht beschikbaar is in de effecten van bodemdaling op locaties waar deze op verschillende diepten in de ondergrond optreedt;

constaterende dat er daarom door TNO en Deltares in opdracht van het Ministerie van KGG onderzoek wordt gedaan naar de gevolgen van gaswinning onder veenweidegebieden;

constaterende dat op grond van het voorzorgsprincipe de overheid maatregelen moet nemen wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben voor milieu of gezondheid en dat ook de effecten op waterkwaliteit onduidelijk zijn;

verzoekt de regering om in het kader van het voorzorgsprincipe een standstill in te lassen en geen gaswinning onder veenweidegebieden toe te staan zolang het onderzoek van TNO en Deltares naar gaswinning en veenweidegebieden niet is afgerond,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Oosterhout

Naar boven