Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202032847 nr. 645

32 847 Integrale visie op de woningmarkt

Nr. 645 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 april 2020

Hierbij zend ik u de antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Ronnes (CDA) over woningbouw in polder Rijnenburg, ingezonden op 21 januari 2019. De beantwoording vindt u in de bijlage (Aanhangsel Handelingen II 2019/20, nr. 2496). De Minister voor Milieu en Wonen heeft tijdens het debat van 19 februari jl. aangekondigd dat zij op 2 april zou spreken met de regio Utrecht over de woondeal, onder meer over de plancapaciteit mede in relatie tot de locatie Rijnenburg (Handelingen II 2019/20, nr. 56, item 10). Middels deze brief deel ik graag met u wat de resultaten van het Bestuurlijke Overleg zijn en op welke wijze de polder Rijnenburg is besproken.

Op 24 juni 2019 zijn Rijk, regio Utrecht en de provincie met het ondertekenen van de woondeal regio Utrecht een langjarige samenwerking aangegaan (Kamerstuk 32 847, nr. 543). Eén van de grote opgaven in de regio Utrecht is het vergroten van de plancapaciteit. De toenmalig Minister voor Milieu en Wonen en ik hebben daarbij duidelijk gemaakt dat de regio Utrecht voor minimaal 130% van de groei van de behoefte aan plannen dient te vormen. Op het Bestuurlijke Overleg heeft de regio nieuwe plancapaciteitscijfers met de toenmalig Minister voor Milieu en Wonen gedeeld. Uit deze cijfers blijkt dat de regio Utrecht nu 167% plancapaciteit1 heeft voor de periode 2019 tot en met 2029. Dit is een sterke groei ten opzichte van het najaar 2019, toen er slechts 106% plancapaciteit aanwezig was.

Ik ben zeer tevreden over de flinke stap die de regio heeft gezet. Uiteraard is niet alleen de hoeveelheid plannen van belang, maar ook de tijdige realisatie ervan. De volgende stap is daarom om inzichtelijk te maken wat er nodig is om deze plannen, en met name de grootschalige plannen, met de juiste snelheid te realiseren. Naast volume is ook de juiste snelheid van de bouwplannen cruciaal. Hier werken we in het kader van de woondeal constructief aan verder.

De snelle toename van de plancapaciteit komt door een aantal factoren. Veel gemeenten zijn het afgelopen jaar visietrajecten gestart, waarbij zij nieuwe locaties in beeld hebben gebracht. Ook hebben zij nu al eerder bekende potentiële locaties (zoals de A12-zone tussen Oudenrijn en Lunetten) opgenomen in de planmonitor. Gelijktijdig hebben gemeenten locaties geoptimaliseerd, waardoor er hogere aantallen woningen te realiseren zijn. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld de Merwedekanaalzone in Utrecht, Rijnhuizen en City in Nieuwegein en Middelland in Woerden.

In het kader van de totale hoeveelheid plancapaciteit heb ik ook de polder Rijnenburg met de regio besproken. Rijnenburg blijkt voor 2030 niet nodig te zijn om voldoende woningen te ontwikkelen. Voor na 2030 wordt er gewerkt aan een verstedelijkingsstrategie voor de lange termijn. Deze verstedelijkingsstrategie, uitgevoerd onder het MIRT, moet eind dit jaar resultaten opleveren. Of Rijnenburg in de verstedelijkingsstrategie opgenomen wordt, is nog onduidelijk. Dit is mede afhankelijk van de gekozen ontwikkelrichtingen en de bereikbaarheidsinvesteringen die nodig zijn bij verschillende ontwikkelrichtingen. De polder Rijnenburg zelf is namelijk zeer complex om goed te ontsluiten, vanwege de ligging tussen twee (drukke) snelwegen en het ontbreken van grootschalige ov. Daarnaast zijn delen van de polder zeer laaggelegen, wat voor uitdagingen zorgt ten aanzien van klimaatadaptatie en waterhuishouding. Rijk en regio zullen deze afweging tussen de locatie Rijnenburg en andere kansrijke gebieden gezamenlijk maken. Hierover wordt u geïnformeerd in het kader van het MIRT.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren


X Noot
1

Het percentage plancapaciteit is de hoeveelheid plancapaciteit gedeeld door de verwachte groei van de woningbehoefte. De groei van de woningbehoefte is gebaseerd op Primos 2019. Het CBS heeft eind 2019 een nieuwe (hogere) bevolkingsprognose gepresenteerd, deze is nog niet meegenomen, omdat deze prognose nog niet regionaal is vertaald.