Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 maart 2012
Tijdens het AO van 6 maart jl. over de wijkaanpak is onder meer gesproken over de
voorstellen van wethouder Karakus van Rotterdam voor de aanpak van huisjesmelkers.
Ik heb toegezegd u hierover te informeren, met deze brief doe ik deze toezegging gestand.
In de brief schets ik het traject dat met Rotterdam en de overige G4 gemeenten in
het afgelopen jaar is doorlopen. Ik zal ook ingaan op de maatregelen gericht op de
aanpak van huisjesmelkers die thans worden onderzocht of in voorbereiding zijn.
Verkenning van nieuwe maatregelen tegen huisjesmelkers
Op 7 maart 2011 heeft wethouder Karakus van Rotterdam in een brief aan mijn ambtsvoorganger
minister Donner, en de ministers Kamp en Opstelten aandacht gevraagd voor de problematiek
rond de aanpak van huisjesmelkers. In de brief worden voorstellen gedaan voor een
aantal nieuwe instrumenten die daarbij zouden moeten helpen, waarvan de meest prominente
zijn: een verhuurverbod voor malafide verhuurders, een verkoopplicht indien het verhuurverbod
onvoldoende heeft geholpen, en een preferente schuldpositie voor de gemeente wanneer
het komt tot executieverkoop van panden van slechte huiseigenaren. De heer Monasch
heeft tijdens het AO over woonfraude van 10 maart 2011 deze maatregelen ondersteund
en verder gevraagd om huisjesmelkers ook strafrechtelijk aan te pakken.
In reactie hierop en op de uitkomsten van het AO van 10 maart 2011 (Kamerstuk 27 926, nr. 155), heeft mijn ambtsvoorganger een aantal van de maatregelen als juridisch zeer vergaand
gekwalificeerd, maar toegezegd deze te laten onderzoeken. Daarnaast heeft hij toen
aangegeven meer te zien in de introductie van een bestuurlijke boete op basis van
de Woningwet.
Onderzoek naar maatregelen met G4
De overige G4 gemeenten zijn geconsulteerd, waarna op 31 mei 2011 een expertmeeting
heeft plaatsgevonden. Hieraan hebben deelgenomen de ministeries van BZK en V&J, de
G4 en juridische specialisten van de Erasmus Universiteit en de Rijksuniversiteit
Groningen. In deze bijeenkomst is vrijelijk bezien op welke punten het bestaande instrumentarium
zou kunnen worden verbeterd. Tegelijkertijd is ook geconstateerd dat het bestaande
instrumentarium nog beter kan worden benut.
In vervolg op de expertmeeting is de Rijksuniversiteit Groningen gevraagd om nader
te verkennen op welke punten de Woningwet zou kunnen worden verbeterd. Dit onderzoek
heeft zich vooral geconcentreerd op de mogelijkheden van beheerovername van panden
van malafide verhuurders.
Uitwerking aanpassing Woningwet
In samenwerking met de gemeente Rotterdam is vervolgens bezien hoe de uitkomst van
het onderzoek zich praktisch laat vertalen. Op dit moment wordt gedacht aan een aanpak
waarbij steeds zwaardere middelen tegen malafide huiseigenaren ingezet kunnen worden,
de zogenoemde escalatieladder:
-
– De malafide eigenaar krijgt eerst een boete.
-
– Indien dit niet helpt, dan wordt het beheer van een pand overgenomen. De beheervergoeding
die de malafide eigenaar moet betalen aan de partij die het beheer overneemt wordt
zodanig vastgesteld dat de kosten, waaronder eventueel herstel van het pand, hieruit
kunnen worden gedekt.
-
– Als andere panden ook slecht worden beheerd, volgt een op de eigenaar gerichte aanpak
(waarbij uiteindelijk bij alle panden in de wijk van deze eigenaar het beheer kan
worden overgenomen).
-
– De op de eigenaar gerichte aanpak zou kunnen worden aangevuld met een verhuurverbod
behoudens vergunning, dat voor alle gebouwen in eigendom van degene aan wie het is
opgelegd zou gelden.
De komende periode wordt deze aanpak nader onderzocht op juridische mogelijkheden
en consequenties. Duidelijk is dat deze maatregelen vergaand zijn en dat de juridische
onderbouwing nauw luistert. Het valt daarom nu nog niet aan te geven in welke mate
het hiervoor geschetste model ook daadwerkelijk invulling kan krijgen. Daarbij zal
ook worden bezien in welke wet- en regelgeving een en ander het beste een plek kan
krijgen.
Het streven is er op gericht om voor het zomerreces een concept wetsvoorstel voor
advies aan de Afdeling Advisering van de Raad van State voor te leggen, in welk geval
uw Kamer dat na de zomer tegemoet kan zien.
Ten slotte meld ik nog dat op dit moment ook samen met de G4 gewerkt wordt aan een
verkenning van welke overtredingen van de Woningwet in aanmerking moeten komen voor
een bestuurlijke boete.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J. W. E. Spies