Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132846 nr. 4

32 846 Wijziging van de Algemene Ouderdomswet en andere wetten in verband met wijziging van de ingangsdatum van het ouderdomspensioen (Wet wijziging ingangsdatum AOW-ouderdomspensioen)

Nr. 4 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT1

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State d.d. 23 juni 2011 en het nader rapport d.d. 4 juli 2011, aangeboden aan de Koningin door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Bij Kabinetsmissive van 31 mei 2011, no. 11.001318, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet en andere wetten in verband met wijziging van de ingangsdatum van het ouderdomspensioen (Wet wijziging ingangsdatum AOW-ouderdomspensioen), met memorie van toelichting.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 31 mei 2011, nr. 11.001318, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen.

Dit advies, gedateerd 23 juni 2011, nr. W12.11.0201/III, bied ik U hierbij aan.

Het voorstel strekt ertoe het ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) voortaan niet meer vanaf de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, te laten ingaan, maar op de datum van het bereiken van de 65-jarige leeftijd.

De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt daarbij de volgende kanttekening.

In de toelichting wordt vermeld dat de aanpassing meebrengt dat een gat kan ontstaan tussen het einde van de arbeidsovereenkomst en de ingangsdatum van het AOW-ouderdomspensioen. De mogelijke gevolgen van dit voorstel voor de ontslagdatum, zoals deze in veel collectieve arbeidsovereenkomsten (cao's) is vastgelegd, is voorgelegd aan sociale partners. Voorts is vermeld dat het aan cao-partijen is de regeling met betrekking tot functioneel leeftijdsontslag aan te passen aan de gewijzigde ingangsdatum voor het AOW-ouderdomspensioen. Uit de toelichting wordt niet duidelijk of deze aanpassingsprocessen in gang zijn gezet en of de benodigde aanpassingen tijdig gereed zullen zijn.

De Afdeling adviseert nader op het vorenstaande in te gaan en inzake de inwerkingtreding van de beoogde wetswijzigingen rekening te houden met deze problematiek.

De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar plaatst daarbij de kanttekening dat uit de toelichting niet duidelijk wordt of het proces om te komen tot aanpassing van de regeling met betrekking tot functioneel leeftijdsontslag in cao’s al in gang is gezet en of de benodigde aanpassingen tijdig gereed zullen zijn.

Het wetsvoorstel is in januari en februari van dit jaar aan de orde gesteld tijdens overleg met de sociale partners. Hierbij is gewezen op de gevolgen van dit wetsvoorstel voor cao’s die uitgaan van ontslag op de eerste dag van de maand waarin de pensioengerechtigde leeftijd wordt bereikt. Het wetsvoorstel is onder meer bij de sociale partners onder de aandacht gebracht om hen in staat te stellen, indien nodig, op tijd aanpassingen door te voeren. Zoals ook in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel staat, is het aan de cao-partijen zelf de (cao) regeling met betrekking tot functioneel leeftijdsontslag desgewenst zo te wijzigen dat dit ontslag ingaat op de dag dat de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Dit ligt buiten het bereik van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Hoewel sociale partners zo vroeg mogelijk geïnformeerd zijn over dit wetsvoorstel, kan er een situatie ontstaan waarin cao’s die nog uitgaan van ontslag en daarmee pensionering op de eerste dag van de maand van 65 worden, op 1 januari 2012 (nog) niet zijn aangepast. Deze situatie zal echter van tijdelijke aard zijn. Dit komt onder andere omdat cao-bepalingen door de Minister van SZW alleen algemeen verbindend kunnen worden verklaard (avv) als zij in overeenstemming zijn met het recht. Cao-bepalingen die strijdig zijn met wet- en regelgeving komen niet voor avv in aanmerking. Cao-bepalingen die uitgaan van ontslag op de eerste dag van de maand waarin de leeftijd van 65 jaar wordt bereikt, zijn niet langer in overeenstemming met het recht en zullen moeten worden aangepast om nog voor avv in aanmerking te kunnen komen.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De waarnemend vice-president van de Raad van State,

P. van Dijk

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H. G. J. Kamp


X Noot
1

De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.