Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202032827 nr. 186

32 827 Toekomst mediabeleid

25 295 Infectieziektenbestrijding

Nr. 186 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 april 2020

Zelden is ons dagelijks leven zo drastisch veranderd in zo’n korte tijd als de afgelopen weken. Het coronavirus raakt iedereen. Juist nu is goede, betrouwbare en toegankelijke informatie daarom van levensbelang. Ik spreek daarom mijn grote waardering en bewondering uit voor iedereen in de mediasector die keihard aan het werk is om ons te voorzien van belangrijke informatie, troostende programma’s of inspirerende reportages. Er worden uitzonderlijke prestaties geleverd.

Tegelijkertijd besef ik dat de gevolgen van het coronavirus en de maatregelen van het kabinet voor de mediasector groot zijn. De inkomsten lopen terug, terwijl de vraag naar informatie toeneemt. Lokale media zijn daarbij extra kwetsbaar. Zij zijn sterk afhankelijk van reclame-inkomsten vanuit het lokale midden- en kleinbedrijf en hebben vaak nauwelijks financiële reserves.

Het kabinet heeft oog voor deze problemen en neemt haar verantwoordelijkheid. Daarbij trekt ze samen op met de andere overheden, het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (hierna: SvdJ), het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (hierna: FBJP) en de Nederlandse Publieke Omroep (hierna: NPO), Regionale Publieke Omroep (hierna: RPO) en Nederlandse Lokale Publieke Omroep (hierna: NLPO).

Met deze brief licht ik toe dat het kabinet op drie manieren maatregelen treft voor de mediasector. Ten eerste betreft dit de kabinetsbrede maatregelen, waar ook mediaorganisaties aanspraak op maken. Ten tweede kondig ik in deze brief een tijdelijk steunfonds voor huis-aan-huiskranten en lokale publieke omroepen aan. En ten derde licht ik de coulancemaatregelen voor de mediasector toe.

Kabinetsbrede maatregelen

Met de kabinetsbrede maatregelen beoogt het kabinet banen te behouden en ondersteuning te bieden bij acute problemen, óók in de mediasector.1 Met name deze vier maatregelen kunnen mediaorganisaties steun bieden:

  • de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW);

    • Bedrijven die door de coronacrisis omzetverlies lijden, kunnen door NOW maximaal 90% van hun loonkosten vanaf 1 maart vergoed krijgen.

    • Vele mediaorganisaties kunnen naar verwachting gebruik maken van de NOW. Dan gaat het bijvoorbeeld om nieuwsmedia die de regeling gebruiken om loonkosten van sportjournalisten door te betalen, voor wie nu minder werk is.

  • de Overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo);

    • De Tozo biedt financiële ondersteuning aan zelfstandig ondernemers die in de knel komen door de coronacrisis.

    • De regeling komt daarmee ten goede aan bijvoorbeeld freelance (foto)journalisten wier opdrachten en inkomsten teruglopen.

  • de verschillende belastingmaatregelen;

    • zoals uitstel voor betaling van belastingschulden.

    • Vele mediaorganisaties kunnen van deze maatregel gebruik maken om hun liquiditeit in deze moeilijke tijd op peil te houden.

  • de versoepeling van kredieten, zoals de verruiming van de BMKB;

    • de omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB is verhoogd van 50% naar 75%. Daardoor kunnen banken makkelijker en sneller krediet verruimen.

    • Dit betekent voor bijvoorbeeld mediaproducenten dat zij eerder en meer geld kunnen lenen om hun liquiditeit op peil te houden.

De loketten voor de NOW zijn inmiddels open. Sinds 6 april jl. kunnen bedrijven een aanvraag indienen voor een substantiële tegemoetkoming in de loonkosten. Hiermee kunnen zij werknemers met een vast en flexibel contract gewoon doorbetalen.

De loketten voor de Tozo zijn tevens geopend. De Tozo geldt voor zelfstandig ondernemers die in de knel komen door de coronacrisis. Voor hen heeft het kabinet financiële ondersteuning beschikbaar gesteld. Zelfstandig ondernemers kunnen op basis van deze tijdelijke regeling een aanvraag bij hun gemeente indienen voor maximaal drie maanden inkomensondersteuning tot aan het sociaal minimum.

Ook het online formulier om uitstel van betaling belastingschulden aan te vragen is beschikbaar.

Cruciale beroepen en de mediasector

«Media en communicatie» is opgenomen op de kabinetsbrede lijst met cruciale beroepen die noodzakelijk zijn om de samenleving draaiende te houden. De mensen die voor het functioneren van de media noodzakelijk zijn, moeten daarom hun werk kunnen blijven doen en waar nodig vrij kunnen blijven bewegen. Werkgevers in de mediasector hebben daarbij de verantwoordelijkheid zelf goed af te wegen voor welke werknemers dit geldt. Van hen wordt uiteraard wel gevraagd dat zij zich aan de richtlijnen van het RIVM houden.

Tijdelijke Steunfonds voor Lokale Informatievoorziening

Ik constateer dat organisaties in de mediasector sinds medio maart een grote terugval van advertentie-inkomsten ervaren. Deze terugval vindt plaats bij publieke en private partijen, van televisie tot dagblad en van landelijk tot regionaal en lokaal niveau. Tegelijkertijd zien mediaorganisaties – en zeker nieuwsmedia – hun bereik vaak groeien. De inkomsten lopen dus terug, terwijl de vraag en kosten veelal toenemen.

Dit raakt met name huis-aan-huiskranten en lokale publieke omroepen hard. Deze mediaorganisaties hebben vaak (zeer) beperkte reserves en zijn grotendeels direct afhankelijk van reclame-inkomsten. De continuïteit van de nieuwsvoorziening door deze organisaties komt hierdoor direct in gevaar.

Dat is onwenselijk, omdat juist nu de lokale nieuwsvoorziening door deze organisaties haar toegevoegde waarde toont. De leden Van der Molen (CDA), Van der Graaf (ChristenUnie), Sneller (D66), El Yassini (VVD)2 en Kwint (SP)3 vragen daar in schriftelijke Kamervragen terecht aandacht voor. De behoefte aan informatie over de directe leefomgeving is enorm, en ook de huis-aan-huiskranten en lokale publieke omroepen voorzien daar in. Juist nu moet de lokale informatievoorziening door deze partijen op peil blijven.

Dat kan de rijksoverheid niet alleen. Daarom sta ik in nauw overleg met andere overheden om hen te stimuleren ook hun steentje bij te dragen. En ik zie daar al veel mooie voorbeelden van, zoals gemeenten die extra advertenties inkopen bij huis-aan-huiskranten.

Ook ik lever een bijdrage om de lokale informatievoorziening door huis-aan-huiskranten en lokale publieke omroepen op peil te houden. Op 11 april 2020 open ik het Tijdelijke Steunfonds voor Lokale Informatievoorziening (hierna: het Steunfonds). Ik doe dit mede op basis van signalen en informatie van de NLPO, Nederlandse Nieuwsbladpers (NNP), BDUMedia, DPG Media en NDC Mediagroep. Ik stel daar een eenmalig budget voor beschikbaar van maximaal € 11 mln.4

Dit geld heb ik vrijgemaakt door reeds voor 2020 gereserveerde middelen in te zetten voor het Steunfonds. Dit betreft ten eerste de € 4.5 mln. die voor dit jaar gereserveerd was voor versterking van lokale journalistiek via samenwerking tussen publieke omroepen.5 Voorts betreft het de € 3 mln. die op basis van de motie van het lid Sneller c.s. in 2020 gereserveerd was voor het tweede (en laatste) pilotjaar van de versterking van lokale publieke omroepen (de zogenoemde «Snellergelden»).6 Ten slotte betreft het € 3.5 mln. die gereserveerd was voor de versterking van onderzoeksjournalistiek door het SvdJ, als onderdeel van de structurele middelen voor onderzoeksjournalistiek die op basis van het Regeerakkoord beschikbaar zijn.

Ik acht dit gerechtvaardigd gezien de acute en uitzonderlijke gevolgen van de coronacrisis voor huis-aan-huiskranten en lokale publieke omroepen. Bovendien sluit deze inzet van het geld aan bij de oorspronkelijke, overkoepelende doelstelling van de middelen: het versterken van de (lokale) journalistiek.

Huis-aan-huiskranten en lokale publieke omroepen kunnen vanaf 11 april 2020 tot en met 19 april in het kader van het Steunfonds bij het SvdJ een eenmalige bijdrage aanvragen voor een periode van drie maanden: 15 maart 2020 tot en met 15 juni 2020. Het SvdJ streeft ernaar om in de week van 27 april 2020 de bijdrage over te maken aan partijen wier aanvraag voor een bijdrage is gehonoreerd.

De hoogte van de bijdrage is voor de huis-aan-huiskranten afhankelijk van de oplage en voor de lokale publieke omroepen van het aantal huishoudens in het verzorgingsgebied. De eenmalige bijdrage kan hiermee van enkele duizenden euro’s oplopen tot enkele tienduizenden euro’s per aanvrager in totaal voor drie maanden. Er geldt een ondergrens van € 4.000 per aanvrager in totaal voor drie maanden. De bijdrage kan door ontvangers van de steun naar eigen inzicht ingezet worden om de noodzakelijke kosten voor continuering van de informatievoorziening te dekken.

Om misbruik tegen te gaan, wordt de bijdrage in de vorm van een krediet toegekend. Achteraf zal door het SvdJ beoordeeld worden of het geld op de juiste manier besteed is. Voor zover dit zo is, zal het krediet omgezet worden in een subsidie (en hoeft deze niet terugbetaald te worden).

Nadere informatie over het Steunfonds wordt op rijksoverheid.nl gezet.

Coulancemaatregelen voor de mediasector

In aanvulling op bovenstaande maatregelen acht ik het wenselijk om met een pakket aan coulancemaatregelen ervoor te zorgen dat mediaorganisaties en -professionals die subsidie vanuit het Rijk ontvangen, zich volledig kunnen richten op het werk dat nu van belang is.

Daarom tref ik voor de mediaorganisaties die direct vanuit de Mediabegroting worden gefinancierd de volgende coulancemaatregelen:

  • de deadline voor het indienen van de jaarverantwoording over 2019 verschuift van 1 mei 2020 naar 1 juni 2020;

  • voor subsidies vanuit OCW voor projecten die in 2020 lopen geldt dat hier coulant mee wordt omgegaan. Als bij de verantwoording blijkt dat de voorgenomen activiteiten niet volledig uitgevoerd konden worden vanwege de coronacrisis, ga ik hierover in gesprek. Hierbij is het uitgangspunt dat al gemaakte kosten niet worden teruggevorderd; en

  • indien nodig zal ik dit kalenderjaar zorgen voor spoedige bevoorschotting richting mediaorganisaties om de liquiditeit op peil te houden; en

  • indien de deadline van 15 september 2020 voor media-instellingen voor het indienen van de begroting voor 2021 te krap blijkt als gevolg van de coronacrisis, ben ik bereid in overleg te treden over eventueel uitstel.

Coulancemaatregelen fondsen

Het SvdJ en het FBJP subsidiëren in opdracht van OCW ook veel journalistieke projecten. Daarom is het onderdeel van mijn beleid dat ook zij in deze moeilijke tijden coulancemaatregelen treffen ter ondersteuning van de journalistieke sector.

Het SvdJ:

  • geeft binnen de lopende regeling Onderzoeksjournalistiek (1 januari 2020 t/m 31 december 2020) de optie om de projectduur te verlengen en/of uren anders inzetten indien dit nodig is, om zo beter te kunnen voorzien in nieuws- en informatievoorziening rond de coronacrisis;

  • geeft binnen de regelingen Talentontwikkeling (1 oktober 2019 tot 1 oktober 2020), Weerbaarheid (12 september 2019 tot 12 september 2020), Onderzoek op aanvraag en de Sponsorregeling de optie om de projectduur te verlengen;

  • geeft binnen de regeling Professionalisering Lokale Omroepen (1 maart 2020 t/m 28 februari 2021) de optie om de projectduur te verlengen en/of de toegezegde subsidie volledig in te zetten voor de nieuws- en informatievoorziening rond de coronacrisis; en

  • gaat het Accelerator programma (regeling Journalistieke innovatie) digitaal aanbieden.

Ook het FBJP treft coulancemaatregelen om juist de individuele (freelance) journalisten te steunen. Met ingang van 7 april treft het FBJP de volgende maatregelen:

  • er komt een spoedprocedure voor projectvoorstellen;

  • de aanvraagprocedure voor projectaanvragen tot € 5.000 wordt versimpeld;

  • deadlines worden afgeschaft – het indienen van aanvragen is doorlopend mogelijk;

  • subsidie zal in voorkomende gevallen (gedeeltelijk) worden uitbetaald als uitvoering of publicatie buiten de schuld van journalisten wordt uitgesteld;

  • de beurzen voor Expertisebevordering worden explicieter ook beschikbaar gesteld voor online scholingsactiviteiten.

Zo snel mogelijk volgen nog twee maatregelen van het FBJP:

  • ondersteuning van journalisten en trainers die hun lesmateriaal omzetten naar online scholing; en

  • geen royalty-afdracht voor journalisten over de boekverkopen van 2019 voor boeken die met steun van het FBJP zijn verschenen.

Maatregelen RPO en NLPO

Ik heb met de RPO afgesproken dat eenmalig € 2 mln. uit de «Subsidieregeling innovatie en samenwerking regionale publieke media-instellingen» op korte termijn ingezet wordt om vanuit de regionale publieke omroepen de regionale en lokale journalistiek een impuls te geven. Ik kijk de komende periode samen met de RPO en regionale publieke omroepen naar de verdere uitwerking van dit plan. Ook de NLPO levert een waardevolle bijdrage door in 2020 de jaarlijkse ledenbijdrage voor de lokale publieke omroepen te verlagen.

Ik waardeer deze proactieve maatregelen van de RPO en NLPO.

Maatregelen decentrale overheden

Ik ben ervan overtuigd dat het effect van de aanvullende maatregelen die ik voor de mediasector tref nog groter is indien provincies en gemeenten tevens een bijdrage leveren.

Ik heb dit daarom met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) besproken. De VNG gaat er vanuit dat gemeenten zich aansluiten bij deze maatregelen. Dat kan op allerlei manieren: van het treffen van coulancemaatregelen tot het regelmatig plaatsen van advertenties of het leveren van een extra incidentele bijdrage. Ik roep ook het Interprovinciaal Overleg (IPO) op om proactief te zijn en waar mogelijk media vanuit de provincies te steunen.

Tot slot

De coronacrisis treft ons hard. De economische nood is breed en vaak acuut, ook in de mediasector. De realiteit is dat het kabinet niet alle bedrijven zal kunnen redden. Tegelijkertijd doet het kabinet er met deze maatregelen alles aan om de gevolgen van de coronacrisis voor de mediasector te beperken.

Ik zal de situatie in de mediasector nauwgezet blijven volgen.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
2

Aanhangsel Handelingen II 2019/20, nr. 2390

X Noot
3

Aanhangsel Handelingen II 2019/20, nr. 2391

X Noot
4

Inclusief uitvoeringskosten bij het SvdJ.

X Noot
5

Kamerstuk 32 827, nr. 160.

X Noot
6

Kamerstuk 35 000 VIII, nr. 132.