Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202032827 nr. 179

32 827 Toekomst mediabeleid

Nr. 179 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 november 2019

Met deze brief informeer ik u over mijn gesprekken met de NPO en het College van Omroepen over de financieringsbasis van de landelijke publieke omroep. Dit in aanvulling op wat ik eerder meldde in de mediabegrotingsbrief die ik naar uw Kamer heb gestuurd.1

De financieringsbasis staat sinds 2016 onder druk als gevolg van een terugloop van de reclame-inkomsten. Deze daling is tot en met vorig jaar opgevangen met middelen uit de Algemene Mediareserve. Deze middelen raakten vorig jaar uitgeput waardoor ik het budget voor de landelijke publieke omroep met ingang van dit jaar noodgedwongen moest verlagen. Dit jaar heeft het kabinet op verzoek van uw Kamer eenmalig € 40 miljoen vrijgemaakt om de verlaging op te vangen.2

Het is aan de NPO en de omroepen om maatregelen te nemen om hun kosten en inkomsten met elkaar in balans te brengen. Het kabinet heeft hiervoor aandacht gevraagd in zijn toekomstvisie op de landelijke publieke omroep.3 Hierbij zijn de NPO en de omroepen opgeroepen om zoveel mogelijk te besparen op de kosten van hun ondersteunende activiteiten. Om een indicatie te krijgen van het besparingspotentieel is gebruik gemaakt van een referentie-analyse op basis van externe documentatie.

Ik ben vervolgens in gesprek gegaan met de NPO en de omroepen. Zij hebben mij laten weten dat zij beperkte mogelijkheden zien om te besparen op hun ondersteunde activiteiten. Zij baseren zich hierbij op een onderzoek van Boston Consulting Group (hierna: BCG) dat in 2018 in opdracht van de NPO is uitgevoerd. Dit onderzoek stond niet tot mijn beschikking bij het opstellen van de voorgenoemde referentie-analyse.

Ik heb BCG gevraagd om te reflecteren op de scope van zijn onderzoek. Hieruit kwam naar voren dat BCG in zijn onderzoek is uitgegaan van de huidige situatie waarin omroepen eigenstandige organisaties zijn die eigen beslissingen nemen ten aanzien van hun bedrijfsvoering. BCG ziet extra besparingsmogelijkheden wanneer bij bedrijfsvoering wordt gekozen voor centralisatie en bundeling. Deze mogelijkheden zijn niet nader onderzocht in 2018. BCG heeft een ruwe inschatting gemaakt van het besparingspotentieel. In het meest gunstige scenario levert dit een bedrag op van circa € 7 mln. Inclusief de uitkomsten van het onderzoek van BCG in 2018 komt dit in het meest gunstige scenario uit op een totaalbedrag van circa € 20 mln.

Dit bedrag ligt lager dan de uitkomsten van de voorgenoemde referentie-analyse. Dit kan meerdere oorzaken hebben. De belangrijkste is wellicht dat de referentie-analyse noodgedwongen was gebaseerd op externe documentatie. Dit bemoeilijkt een representatieve vergelijking tussen de referenties en de Nederlandse landelijke publieke omroep.

Ik heb BCG gevraagd om aanvullende besparingsopties te schetsen. Deze opties, inclusief bundeling van bedrijfsvoering, vindt u nader toegelicht in bijgevoegd memorandum van BCG4. Deze mogelijkheden heb ik onder de aandacht gebracht van de NPO en het College van Omroepen. Ik heb met hen afgesproken dat zij deze opties nader gaan uitwerken. Naast besparing kunnen zij ook kijken naar mogelijkheden om extra inkomsten te genereren.

Ik heb van de NPO en het College van Omroepen begrepen dat een groot deel van de besparingsopties van het BCG-onderzoek uit 2018 is gerealiseerd en dat ook een significant extra bedrag aan distributie-inkomsten vanaf 2020 wordt verwacht. Dat geeft mij het vertrouwen dat daarmee een goede stap is gezet richting financiële duurzaamheid van de landelijke publieke omroep. In de visiebrief heeft het kabinet vanaf 2020 € 40 miljoen aan extra jaarlijkse middelen toegezegd.5 De structurele middelen zijn weliswaar gekoppeld aan de maatregelen uit de visiebrief, maar die gaan pas op een later tijdstip in. Dat geeft de NPO en omroepen financiële ruimte om de uitgewerkte opties waarover zij mij komend voorjaar informeren te implementeren, zodat bij de vaststelling van het minimumbudget voor de komende erkenningsperiode duidelijkheid en balans tussen inkomsten en uitgaven bestaat.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Kamerstuk 35 300 VIII, nr. 106.

X Noot
2

Kamerstuk 35 000, nr. 17 en Kamerstuk 35 000 VIII, nr. 91.

X Noot
3

Kamerstuk 32 827, nr. 157.

X Noot
4

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
5

Kamerstuk 32 827, nr. 157.