Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 december 2013
Hierbij bied ik u de rapportage aan over de resultaten die in 2011 en 2012 met het
compensatiebeleid zijn behaald1. Deze sluit aan bij de rapportage over 2009 en 2010 die op 5 juli 2011 aan uw Kamer
is verstuurd (Kamerstuk 26 231, nr. 20).
De rapportage gaat eerst in op de gevolgen van 2 nieuwe Europese richtlijnen.
De eerste is richtlijn 2009/81/EG, die middels de aanbestedingswet Defensie en Veiligheid
vanaf 15 februari 2013 van kracht is. Naar aanleiding van deze richtlijn en een «guidance note» van de Europese Commissie is het compensatiebeleid in 2012 omgevormd tot Industrieel
Participatiebeleid. De tweede is richtlijn 2009/43/EG inzake de vereenvoudiging van
leveranties van defensiegoederen binnen de Europese Unie.
Vervolgens wordt in de rapportage aandacht besteed aan de resultaten van het beleid.
In zowel 2011 als 2012 is de VBTB doelstelling van gemiddeld € 450 miljoen over de
voorgaande 5 jaren, gehaald met respectievelijk € 541 miljoen en € 481 miljoen. Wel
is een dalende trend te zien in de jaarlijkse realisatie die in 2011 en 2012 respectievelijk
€ 433 mln. en € 382 mln. bedroeg. Deze trend zal naar verwachting door de wijziging
van compensatie naar industriële participatie en de gedaalde budgetten bij defensie
in de komende jaren verder doorzetten, al is het exacte effect niet op voorhand aan
te geven.
Uit de gepresenteerde cijfers blijkt dat het aandeel van de compensatie dat met militaire
activiteiten is ingevuld sterk fluctueert. In 2011 bedroeg dit percentage 73,5% en
in 2012 52,0%. Gemiddeld over de afgelopen 5 jaren bedroeg het percentage 61%. Het
aandeel van het MKB was in beide jaren hoog met respectievelijk 36% en 47%.
In verband met het gewijzigde compensatiebeleid is het mijn voornemen om met ingang
van de nieuwe rapportageperiode 2013/2014 deze rapportage in twee delen te splitsen:
een deel met de resultaten van het (uitfaserende) compensatiebeleid en een deel dat
op het nieuwe Industrieel Participatiebeleid ingaat.
De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp