Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 mei 2020
Hierbij informeer ik u over de actuele cijfers met betrekking tot de handel met het
Verenigd Koninkrijk (VK) in 2019, zoals toegezegd in mijn brief aan uw Kamer over
dit onderwerp op 15 juni 2018.1 Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft in opdracht van het Ministerie
van Economische Zaken en Klimaat geactualiseerde cijfers opgeleverd over economische
verwevenheid met het VK, de toegevoegde waarde van de Nederlandse export naar het
VK en de werkgelegenheid die aan de Nederlandse export naar het VK is verbonden.2 Uit de cijfers blijkt dat het VK, op basis van de toegevoegde waarde van de export,
de tweede belangrijkste exportbestemming van Nederland was in 2019 (zie ook figuur
1). Deze positie is onveranderd gebleven ten opzichte van 2018.
Deze cijfers betreffen een update van de cijfers over 2018 die u ontving op 13 mei
2019 en geven een eerste beeld van de handelscijfers over 2019.3 Nederland exporteerde in 2019 in totaal voor 62,8 miljard euro aan goederen (38,4
miljard euro) en diensten (24,4 miljard euro) naar het VK. Ten opzichte van 2018 is
dit een toename van 0,8 miljard euro, ofwel 1,3 procent. Specifiek groeide de brutoexport
van diensten met 0,5 miljard euro (2,2 procent) en van goederen met 0,3 miljard euro
(0,8 procent) in 2019 ten opzichte van 2018. De totale brutoexport van goederen naar
het Verenigd Koninkrijk heeft nu drie jaren achter elkaar minder gepresteerd dan de
gehele Nederlandse goederenexport. Dit is niet het geval voor de brutoexport van diensten.
Nederland verdiende in 2019 28,3 miljard euro met de export van goederen (12,1 miljard
euro) en diensten (16,2 miljard euro) naar het VK, wat neerkomt op 3,5 procent van
het Nederlandse bruto binnenlands product (bbp). Ten opzichte van 2018 is dit een
toename van 0,6 miljard euro, ofwel 2,1 procent. Specifiek groeiden de exportverdiensten
in de dienstensector in 2019 met 0,4 miljard euro (2,5 procent) en in de goederensector
met 0,2 miljard euro (1,2 procent) ten opzichte van 2018. Van de totale verdiensten
aan de export naar het VK verdiende Nederland 57 procent met de dienstenexport en
43 procent met de goederenexport. Ook de verdiensten aan de export naar het VK hebben
de afgelopen drie jaren minder gepresteerd dan de totale Nederlandse exportverdiensten.
Figuur 1. Belangrijkste exportbestemmingen van Nederland in 2019*
*Voorlopige cijfers
Bron: CBS, 2020
Uit de cijfers blijkt dat Nederland in 2019 meer verdiende per euro aan de export
naar het VK, namelijk 45,0 eurocent ten opzichte van 44,7 eurocent in 2018. De export
van goederen uit eigen productie ervaart een toename in verdiensten per euro, omdat
er minder import (grondstoffen, halffabrikaten of diensten) nodig is ten behoeve van
de export van goederen van Nederlandse makelij naar het VK.
De cijfers tonen daarnaast dat de goederenimport uit het VK is gedaald van 26,3 miljard
euro in 2018 naar 24,7 miljard euro in 2019. De dienstenimport uit het VK is toegenomen
van 20,7 miljard euro in 2018 tot 24,6 miljard euro in 2019.
Tevens blijkt uit de actuele handelscijfers dat de werkgelegenheid verbonden aan de
Nederlandse export van goederen en diensten naar het VK in 2018 (het meest recente
jaar waarover gegevens bekend zijn ten aanzien van de werkgelegenheid) met een totaal
van 265.000 arbeidsjaren is toegenomen ten opzichte 264.000 arbeidsjaren in 2017.
Tot slot dient te worden opgemerkt dat de cijfers in deze update afwijken van de cijfers
die betrekking hebben op 2018 die vorig jaar zijn gepubliceerd, omdat deze cijfers
voorlopige cijfers waren en ondertussen zijn aangepast op de cijfers van Nationale
Rekeningen. Dit jaar zijn ook de cijfers voor 2019 voorlopige cijfers. Door een herijking
van de exportverdiensten aan royalties bij de dienstenexport komen de verdiensten
aan de export hoger uit in de gehele periode 2015–2018 dan eerder geschat. Over 2018
was dat ruim 2 miljard euro hoger.
Voor een nadere toelichting op de actuele cijfers over de handel met het VK verwijs
ik u graag naar de bijlage van deze brief.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
M.C.G. Keijzer