Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 september 2020
In 2016 is besloten (besluit EU 2016/344) tot oprichting van een Europees Platform
voor de intensivering van de samenwerking bij de aanpak van zwartwerk.
De Europese Commissie heeft over de uitvoering van het besluit verslag gedaan.
Op 13 mei 2020 heeft de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid verzocht
om een reactie op het verslag van de Europese Commissie.
Hierbij voldoe ik aan dat verzoek.
Het Verslag geeft een overzicht van de werkzaamheden van het Platform en de resultaten
die daarbij zijn geboekt sinds de oprichting van het Platform in 2016. In de bevindingen
en conclusies die de Europese Commissie op basis daarvan heeft getrokken, kan ik mij
goed vinden.
Het Platform richt zich op de vele verschijningsvormen van zwartwerk die er zijn.
Deze lopen uiteen. Van werkzaamheden die zich volledig aan het zicht van de autoriteiten
onttrekken door het ontbreken van enig document tot vormen zoals te weinig gemelde
uren. Evenals vormen zoals het deels zwart uitbetalen van loon, schijnzelfstandigheid
en postbusondernemingen. Bestrijding van zwartwerk is voornamelijk een zaak van de
nationale autoriteiten. Oprichting van het platform drukt uit dat dit hardnekkige
probleem ook een belangrijke grensoverschrijdende component heeft. Zoals bijvoorbeeld
de aanpak van postbusondernemingen. Gegeven de Europese arbeidsmarkt heeft de bestrijding,
naast de nationale, ook een Europese dimensie. Oprichting van het platform en de vorming
in 2019 van de Europese Arbeidsautoriteit (ELA) drukken uit dat dit nu breed onderkend
wordt.
De strategische prioriteiten van het Platform zijn onderverdeeld in drie pijlers namelijk
samenwerken en gezamenlijk optreden, wederzijds leren en kennis uitbreiding. Een breed
scala aan activiteiten, uiteenlopend van seminars, workshops, studies, onderlinge
werkbezoeken en projecten voor onderlinge bijstand (Mutual Assistance Programs) is
daartoe ingezet. De waardering voor de verschillende activiteiten door de deelnemers
zelf en de betrokken organisaties is groot.
De Europese Commissie concludeert dat mede dankzij het Platform de strijd tegen zwartwerk
meer prioriteit heeft gekregen en er een grotere overeenstemming bestaat over een
doeltreffende aanpak. Er is een meer holistische aanpak van de bestrijding van zwartwerk
ontwikkeld waarbij een effectieve handhaving en grensoverschrijdende samenwerking
van toezichthouders centraal staan en er tegelijkertijd aandacht is voor belangrijke
initiatieven en beleidsmaatregelen van de EU, in het kader van bijvoorbeeld het Europees
semester en de Europese pijler van sociale rechten.
Recent heeft het Platform zijn meerwaarde laten zien door snel na het uitbreken van
de Covid-19 epidemie virtueel informele bijeenkomsten van toezichthouders te organiseren
waar informatie is uitgewisseld over hoe de toezichthouders onder die omstandigheden
hun werkzaamheden uitvoerden.
De activiteiten van het Platform hebben ook bijgedragen aan een groter onderling begrip
voor elkaars problemen, mogelijkheden en beperkingen. Sinds 2016 is voortuitgang geboekt
maar de Europese Commissie ziet nog veel mogelijkheden voor verdere verbetering. De
operationele capaciteit van het Platform waaronder het organiseren van gezamenlijke
of afgestemde inspecties, kan worden versterkt. Er is nog veel ruimte om het wederzijds
leren te verdiepen met name door de uitwisseling van gegevens, analyse van gegevens,
risicobeoordeling en grensoverschrijdende samenwerking te verbeteren.
Een belangrijke ontwikkeling is dan ook de oprichting in 2019 van de Europese Arbeidsautoriteit
(ELA) en de integratie van het Platform in de ELA als een permanente werkgroep die
in 2021 zijn beslag zal krijgen. Ik verwacht dat de activiteiten van het Platform
kunnen profiteren van het bredere handhavings- en preventieperspectief van de ELA
zoals het ondersteunen van de nationale autoriteiten bij het uitvoeren van gezamenlijke
en gecoördineerde inspecties en capaciteitsopbouw. Doordat deze taken door de organisatie
van de ELA kunnen worden opgepakt kan de permanente werkgroep zich focussen op de
inhoudelijke thematiek van zwartwerk.
Het oprichten van het Platform en de ELA zijn stevige stappen geweest om de grensoverschrijdende
aanpak te versterken. De aankomende jaren zal de ELA haar activiteiten verder gaan
ontplooien. Ik kijk uit naar de resultaten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W. Koolmees