32 827 Toekomst mediabeleid

Nr. 121 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 oktober 2017

Bij brief van 7 september 2017 heeft de raad van bestuur van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) mij, op grond van artikel 2.3, vierde lid, van de Mediawet 2008, om goedkeuring gevraagd van het herziene Beloningskader Presentatoren in de Publieke Omroep 2017 (BPPO; bijgevoegd)1.

De aanpassing is een uitvloeisel van mijn sommatie van eind december 2016, mede naar aanleiding van vragen van uw Kamer, met de vraag welke concrete vervolgstappen de NPO voornemens is te zetten op het terrein van een meer verantwoord inhuur- en beloningsbeleid. Daarbij heb ik ook aangegeven het hoogst onwenselijk te vinden dat salarissen bij een publieke organisatie die met publieke middelen wordt gefinancierd boven de openbaarmakingsnorm van de Wet normering topinkomens (WNT) uitstijgen. De NPO heeft dat ter harte genomen en op 7 juni 2017 naar buiten gebracht welke stappen men voornemens was te gaan zetten. In het algemeen overleg van 28 juni 2017 (Kamerstuk 32 827, nr. 117) is daarover gesproken en heb ik toegezegd de Kamer te informeren over mijn beoordeling van het herziene BPPO. Met deze brief doe ik deze toezegging gestand.

Eerst zal ik puntsgewijs een korte beschrijving geven van de inhoud van het BPPO en daarna zal ik ingaan op mijn overwegingen met betrekking tot de aanpassingen.

Algemene inhoud BPPO

Maximum: In het nieuwe BPPO wordt, ook qua berekeningswijze, aangesloten bij de WNT-norm (maximaal 181.000 euro voor 2017). Het eerdere BPPO van 2009 kende een andere berekeningswijze dan de WNT. Zo werd bijvoorbeeld de pensioenbijdrage werkgever niet meegerekend. Dat verklaart ook waarom sommige presentatoren niet als uitzondering op grond van het BPPO werden aangemerkt, maar wel boven de WNT-norm uitkomen en dus in WNT-overzichten voorkomen.1 Het maximum van het BPPO (indien de pensioenafdracht wordt meegerekend) was voorheen ca. 230.000 euro.

Uitzonderingen: Er worden geen uitzonderingen meer toegestaan boven de nieuwe (verlaagde) norm. Voor de bestaande uitzonderingen blijft de verplichting gehandhaafd om het meerdere boven de norm uit verenigingsmiddelen te betalen.

Bestaande overeenkomsten van vóór 6 juni 2017 blijven van kracht, tenzij partijen overeenkomen de overeenkomst aan te passen.

Beloning boven cao: De omroep-cao kent een bepaling dat een markttoeslag kan worden overeengekomen. De beoordelingscriteria om een markttoeslag (bovenop cao) te kunnen toekennen in de categorieën A (tot maximaal 140.000 euro), B (tot maximaal 160.000 euro) en C (tot maximaal WNT-norm (voor 2017; 181.000 euro)) blijven onderdeel van het BPPO. Deze bepaling stelt dus per categorie een maximum vast van de te hanteren toeslag. Het is aan de omroepen zelf om de categorie-indeling te hanteren. Er is niet langer een rol voor de raad van bestuur van de NPO in verband met het maken van uitzonderingen.

Externe inhuur: Naast arbeidsovereenkomsten, vallen ook opdrachtovereenkomsten met een persoon waarbij inhoudingen worden verricht of een overeenkomst van opdracht tussen zelfstandige partijen (bijvoorbeeld met Zzp’er of management-BV) onder het BPPO.

Voor opdrachtovereenkomsten met zelfstandige partijen wordt een opslag (10 procent) boven het normbedrag gehanteerd, omdat de desbetreffende partij zelf verantwoordelijk is voor bepaalde verzekeringen.

Productie-overeenkomsten: Het BPPO is niet van toepassing op overeenkomsten tussen omroepen en externe producenten (inkoop). Indien een producent optreedt als wederpartij van een presentator, dan dient de publieke media-instelling zich tot het uiterste in te spannen naar de bedoeling van het BPPO te contracteren.

Anti-cumulatie: Een presentator werkzaam voor verschillende publieke omroepen (landelijk, regionaal en lokaal) of NPO dient de organisatie(s) daarvan op de hoogte te stellen. Het inkomen bij elkaar opgeteld mag niet hoger zijn dan de van toepassing zijnde BPPO-norm.

Ontslag: Volgens het BPPO is de ontslagvergoeding maximaal één jaarsalaris.

Periodieke evaluatie en verantwoording: De raad van bestuur zal het BPPO periodiek evalueren en zo nodig aanpassen. De landelijke publieke media-instellingen leggen periodiek verantwoording af over alle presentatoren die onder de regeling vallen.

Overwegingen

In het algemeen overleg van 28 juni 2017 is gevraagd om alle salarissen zo snel mogelijk onder de WNT-norm te brengen. Daarnaast is door de Kamer bijzondere aandacht gevraagd voor mogelijke omzeilingsconstructies via externe inhuur. Ik heb daarbij aangegeven het BPPO daar kritisch op te zullen bekijken. Hieronder volgen mijn overwegingen op deze punten.

Salarissen zo snel mogelijk onder WNT-norm

De aanpassing van het BPPO voldoet aan de wens van de Tweede Kamer en mijn oproep om aan te sluiten bij de norm van de WNT. Er worden vanaf 6 juni 2017 geen nieuwe uitzonderingen meer toegestaan.

Voor alle overeenkomsten aangegaan na 6 juni 2017 geldt dat er geen afspraken meer kunnen worden gemaakt die de WNT-norm overschrijden. Uit bijgevoegd overzicht blijkt dat er in 2016 nog 13 presentatoren boven de norm zaten. Bij het aangaan van een nieuwe overeenkomst of het verlengen van de bestaande overeenkomst geldt het herziene BPPO. Waar het overeenkomsten voor onbepaalde tijd betreft is er geen wettelijke mogelijkheid om afbouw te verplichten. Wel roept de NPO in het BPPO omroepen op om op vrijwillige basis daarover te gaan spreken.

Externe inhuur

Het BPPO bepaalt dat naast de arbeidsovereenkomst ook opdrachtovereenkomsten, die allerlei verschillende vormen kunnen hebben, onder de regeling vallen. Daarmee wordt het risico van omzeilingsconstructies via externe inhuur afgedekt. Bovendien wordt de omroepen dringend gevraagd om ook bij productieovereenkomsten, die niet onder het BPPO vallen, waar het een presentator betreft, zo veel mogelijk in lijn met het BPPO te handelen.

Anti-cumulatie

Om te voorkomen dat een presentator werkzaam bij verschillende publieke media-instellingen boven het normbedrag uitkomt is een anti-cumulatiebepaling opgenomen. De verantwoordelijkheid voor de naleving ligt bij de omroep en bij de presentator. Dit is vergelijkbaar met de anti-cumulatieregeling in de WNT voor topfunctionarissen die vanaf 2018 gaat gelden voor bestuurders werkzaam bij verschillende WNT-instellingen. Ook daar ligt een deel van de verantwoordelijkheid bij de topfunctionaris.

Tot slot

Het BPPO gaat verder dan de huidige WNT die geldt voor topfunctionarissen. In mijn brief d.d. 25 september 2017 aan de NPO heb ik mijn waardering uitgesproken voor de stap die de NPO nu zet. Op basis van de hierboven genoemde overwegingen heb ik goedkeuring verleend aan het herziene BPPO. Daarbij heb ik NPO en de omroepen verzocht om in gesprek te treden met degenen die nu nog boven de WNT-norm zitten om op vrijwillige basis zo snel mogelijk aan het nieuwe kader te voldoen. De NPO heeft, na mijn goedkeuring, het BPPO op 3 oktober 2017 definitief vastgesteld. Het herziene BPPO is op 5 oktober 2017 in werking getreden.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker

Aantal niet-topfunctionarissen landelijke publieke omroep boven de WNT-norm

Omroep

2013 (WNT-1 norm 228.599)

2014

(norm 230.474)

2015 (WNT-2

norm 178.000)

2016

(norm 179.000)

AVROTROS

2

 

4

4

BNNVARA

4

6

7

5

NPO

1

     

EO

   

1

 

KRONCRV

   

4

 

NOS

   

3

2

NTR

   

2

1

POWNED

   

1

1

MAX

   

1

1

Totaal

7

6

23

14

Waarvan presentator

4

6

20

13

Waarvan andere functie

Programmamedewerker 2

Projectleider EBU 1

 

Mediadirecteur 1

Hoofdredacteur 2

Hoofdredacteur 1

Overzicht 2016 – niet-topfunctionarissen boven WNT-norm 2016 (179.000)

Omroep

Functie

Totale bezoldiging

AVROTROS

Presentator 1

324.064

AVROTROS

Presentator 2

228.574

AVROTROS

Presentator 3

185.959

AVROTROS

Presentator 4

179.282

BNNVARA

Presentator

380.000

BNNVARA

Presentator

580.000

BNNVARA

Presentator

206.569

BNNVARA

Presentator

203.206

BNNVARA

Presentator

288.000

NOS

Presentator

221.100

NOS

Hoofdredacteur

184.100

NTR

Presentator

182.413

POWNED

Presentator/programmamaker

196.585

MAX

Presentator

189.969


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
1

Het eerdere BPPO kende een andere berekeningswijze dan de WNT. Zo werd bijv. de pensioenbijdrage werkgever niet meegerekend. Dat verklaart ook waarom sommige presentatoren niet als uitzondering o.g.v. het BPPO werden aangemerkt, maar wel boven de WNT-norm uitkomen en dus in WNT-overzichten voorkomen.

Naar boven