Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 maart 2014
In deze brief informeer ik u over ontwikkelingen op het gebied van de inburgeringsexamens.
Een deel van de inburgeringsexamens is opnieuw aanbesteed omdat het contract met de
huidige aanbieder op 1 november 2014 afloopt. Het gaat om de ontwikkeling, het beheer
en onderhoud van examens spreekvaardigheid in binnen- en buitenland en de examens
leesvaardigheid en kennis van de Nederlandse samenleving in het buitenland. De onderdelen
lees-, luister-, en schrijfvaardigheid van het examen in Nederland vallen hier niet
onder; deze onderdelen zijn vorig jaar geïntroduceerd. De offertes zijn beoordeeld
en de opdracht is voorlopig gegund aan Bureau ICE dat nu een gedetailleerd plan van
aanpak uitwerkt. De intentie is om na acceptatie van dit plan in maart een nieuw contract
te ondertekenen. Op 1 november 2014 moeten de nieuwe examens operationeel zijn.
Het onderzoek- en adviesbureau Triarii heeft onderzoek gedaan naar de kanttekeningen
die experts plaatsen bij de TGN en naar de technische en commerciële mogelijkheden
van diverse toetsen. TNO heeft onderzoek gedaan naar het verschil tussen computerbeoordeling
en menselijke beoordeling bij de TGN. Beide onderzoeken bied ik u hierbij aan1.
Het onderzoek van Triarii laat zien dat er onder experts verschil van mening is over
de validiteit van de TGN en het beoordelen van taalvaardigheid door spraaktechnologie.
Triarii adviseert voor een nieuwe aanbesteding om eisen te stellen aan wat het examen
beoogt te meten en niet aan de technologie die daarvoor gebruikt wordt. Met inachtneming
hiervan is de aanbesteding vervolgens opgezet volgens de principes van de zogeheten
Best Value Procurement waarbij van inschrijvers wordt gevraagd met een oplossing te
komen binnen de doelstellingen van het inburgeringsbeleid.
In het verlengde van het onderzoek van Triarii heb ik op 12 december 2013 een bijeenkomst
georganiseerd over de TGN gericht op docenten. Tijdens die bijeenkomst zijn medewerkers
van het ministerie en externe experts in gesprek gegaan met de docenten. Er is uitleg
gegeven over de werking van de TGN en de aanpassingen die zijn doorgevoerd. Docenten
hebben aangegeven waar op gelet moet worden bij het ontwikkelen van een examen spreekvaardigheid.
Deze punten zijn onder de aandacht gebracht van de inschrijvers op de aanbesteding.
Vertegenwoordigers van docenten krijgen de mogelijkheid om te adviseren over de ontwikkeling
en de uitvoering van het examen. Daarbij geldt als randvoorwaarde dat in het nieuwe
examen kandidaten zullen worden beoordeeld op wat ze zeggen en hoe ze het zeggen.
Uit het onderzoek van TNO komt geen eenduidig oordeel over het verschil tussen computerscore
en menselijke beoordeling. Dit verschil is afhankelijk van de score waar men naar
kijkt: totaalscore of deelscore, binnenland of buitenland. Zolang de huidige TGN nog
in gebruik is wil ik voorkomen dat kandidaten worden geconfronteerd met een onjuiste
uitslag. Hele lage scores door de computer2 worden daarom direct doorgestuurd voor menselijke herbeoordeling. Eerder was al aan
kandidaten de mogelijkheid geboden om na vier keer zakken een menselijke herbeoordeling
aan te vragen. Hiermee was reeds voorzien in een training van deze herbeoordelaars;
de training is met het oog op de problematiek van extreme scores geïntensiveerd.
In mijn brief van 9 september 20133 heb ik aangegeven dat ik de mogelijkheden zou onderzoeken om binnen de TGN drempelwaarden
voor deelaspecten in te voeren. Na overleg met de huidige toetsontwikkelaar ben ik
tot de conclusie gekomen dat het om redenen van validiteit niet gewenst is nu drempelwaarden
voor deelaspecten in te voeren. Het aspect van drempelwaarden wordt wel meegenomen
in de ontwikkeling van het nieuwe examen.
Op 1 juni 2015 loopt het contract af met het consortium dat in Nederland het examen
Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) verzorgt. Komend voorjaar wordt ook voor
dit contract de aanbestedingsprocedure gestart. In mijn brief van 9 september 20134 heb ik aangegeven dat het komende jaar een aantal nieuwe items moet worden ontwikkeld
en dat het eindtermendocument KNS wordt herzien. Hiermee is nog steviger gewaarborgd
dat de inburgeraars kennis nemen van de fundamentele waarden van de Nederlandse samenleving.
De winnaar van de aanbesteding zal gebruik moeten maken van de reeds ontwikkelde items;
dit bespaart tijd en geld.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
L.F. Asscher