Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202032824 nr. 294

32 824 Integratiebeleid

Nr. 294 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 maart 2020

Bij de voorbereiding van het wetsvoorstel Wet inburgering hecht ik aan zorgvuldigheid. Dat betekent onder andere dat de ketenpartners, gemeenten in het bijzonder, voldoende tijd krijgen om zich voor te bereiden op hun nieuwe taak. Hierbij is het van belang dat de wettelijke en financiële kaders helder zijn. Voor een aantal zaken is meer tijd nodig. De gesprekken met de VNG hierover verlopen in positieve sfeer maar zijn nog niet afgerond. Ook over de precieze inhoud van de lagere regelgeving vindt nog overleg met veldpartijen plaats en dit werkt door in de inrichting van de gegevensuitwisseling tussen ketenpartners. Om deze redenen kies ik er, in overleg met de VNG, voor om de planning van de wet een half jaar op te schuiven en de wet dus per 1 juli 2021 in te voeren. Het is wenselijk dat het huidige stelsel niet langer van kracht blijft dan nodig en daarom blijf ik bij de ambitie van uw Kamer en mijzelf om hiervan zo snel mogelijk afscheid te nemen.

Voortgang wetsvoorstel

Het wetsvoorstel ligt nu voor advies bij de Raad van State. Na ontvangst en verwerking van het advies bied ik het voorstel aan uw Kamer aan. In tegenstelling tot wat ik uw Kamer tijdens het AO inburgering en integratie op 5 februari 2020 heb toegezegd, is de verwachting dat dit na het meireces zal zijn1. Verzending na het meireces betekent dat de integrale financiële besluitvorming in het wetsvoorstel wordt meegenomen.

Ik verwacht het ontwerpbesluit Inburgering voor het zomerreces in consultatie te brengen. Gemeenten en andere partners worden momenteel op verschillende onderdelen betrokken bij de uitwerking. Op basis hiervan kan ook de gegevenswisseling tussen ketenpartners verder worden vormgegeven.

Continueren van de voorbereidingen

Ik vertrouw erop dat betrokken partijen de reeds gestarte voorbereidingen in het ingezette tempo de komende maanden vervolgen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees


X Noot
1

Kamerstuk 32 824, nr. 293