Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 februari 2018
Op 8 februari jl. verscheen de verkenning «Mind the gap; barrières en mogelijkheden
voor de arbeidsparticipatie van vluchtelingenvrouwen» van het Kennisplatform Integratie
en Samenleving (KIS). Graag reageer ik op dit rapport en kom hiermee tegemoet aan
het verzoek van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Bevindingen en aanbevelingen
KIS heeft onderzoek gedaan naar de arbeidsmarktparticipatie van vrouwelijke vluchtelingen.
KIS focust daarbij op kansen en belemmeringen bij arbeidsmarkttoeleiding waar een
genderspecifieke component meespeelt. Een betrekkelijk groot deel van de vrouwelijke
vluchtelingen heeft een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt (dan mannelijke vluchtelingen).
In de praktijk worden zij minder bereikt met ondersteuning en ziet KIS dat veel vrouwelijke
vluchtelingen zich (nog) niet op de arbeidsmarkt oriënteren. Uit deze verkenning blijkt
dat er weinig kennis is over de mogelijkheden om vluchtelingenvrouwen richting (arbeids)participatie
te begeleiden. Een aanvullende belemmering voor participatie op de arbeidsmarkt is
dat de vrouwen veelal uit landen komen waar traditionele rolverdelingen dominant zijn
en dat het lastiger is om vrouwen naar arbeid toe te leiden, omdat zij over het algemeen
minder opleiding en werkervaring (lijken te) hebben. Hierdoor hebben zij minder vaak
een duidelijke beroepsidentiteit en concrete arbeidsmogelijkheden.
Een belangrijk punt van aandacht zijn de nareizigers die in verband met gezinshereniging
naar Nederland komen. In meerdere gemeenten zijn de ondersteuningsmogelijkheden naar
werk afhankelijk van het traject van de echtgenoot. Sommige gemeenten starten een
traject met degene die het snelste bemiddelbaar is. Meestal is dit de man, omdat hij
eerder in Nederland was en meer werkervaring heeft. Vrouwen kunnen zo uit beeld raken.
KIS doet een aantal aanbevelingen. De onderzoekers pleiten ervoor in de begeleiding
altijd gendersensitief te werk te gaan en persoonlijk begeleiders beter toe te rusten
voor deze taak. Er wordt speciale aandacht voor nareizigers bepleit. Ook wordt het
belang onderstreept van het informeren van vrouwen over rechten, plichten en participatie(kansen)
in de Nederlandse samenleving als startpunt van een bewustwordingsproces rond de mogelijkheden
om betaald werk te verrichten.
Ten slotte wijst KIS erop dat verschillende partijen betrokken zijn bij de ondersteuning
en arbeidstoeleiding van vluchtelingenvrouwen. Deze partijen – gemeenten, maatschappelijke
organisaties, migrantenorganisaties, vrijwilligersorganisaties et cetera – kunnen
elkaar aanvullen en versterken.
Appreciatie
Dit rapport is een welkome en waardevolle bijdrage aan het scherp in zicht krijgen
van de problematiek rondom inburgering. Juist nu het proces is ingezet om te komen
tot een herzien inburgeringsstelsel, is het waardevol dergelijke signalen en aanbevelingen
hierbij te kunnen betrekken.
Het rapport toont aan dat veel vrouwelijke vluchtelingen zich (nog) niet op de arbeidsmarkt
lijken te oriënteren. Dit kan met achtergrondkenmerken te maken hebben, zoals de traditionele
rolverdeling in het land van herkomst of hun opleidingsniveau en werkervaring. Echter,
in de uitvoering van de arbeidstoeleiding lijken ook mogelijkheden onbenut te blijven.
Bijvoorbeeld omdat er onvoldoende kennis is over de mogelijkheden om vluchtelingenvrouwen
richting (arbeids)participatie te begeleiden. Ook lijken gemeenten vooral te focussen
op de begeleiding van de meest kansrijke persoon richting de arbeidsmarkt, veelal
de mannelijke volwassene in het gezin. Deze focus is begrijpelijk vanuit het streven
vluchtelingen zo snel mogelijk uitkeringsonafhankelijk te maken, maar vanuit integratief
en emancipatoir oogpunt vind ik dit onbevredigend. Het kabinet vindt het belangrijk
dat mensen die nieuw in Nederland zijn zo snel mogelijk meedoen in de Nederlandse
maatschappij, en waar mogelijk aan het werk gaan. Bij de vormgeving van het nieuwe
inburgeringsstelsel, is dit het leidend principe voor álle inburgeringsplichtigen:
man en vrouw, in bezit van een asielvergunning of een andere verblijfsvergunning.
Uw Kamer ontvangt nog in het eerste kwartaal een brief over het programma Verdere
Integratie op de Arbeidsmarkt waarin ook de toeleiding naar werk voor statushouders
een belangrijk aspect is. Daarnaast stuur ik uw Kamer voor de zomer een brief over
het nieuwe inburgeringsstelsel. Ik zal de aanbevelingen uit dit rapport dus betrekken
bij de inzet op toeleiding naar de arbeidsmarkt van statushouders en bij de uitwerking
van het nieuwe inburgeringsstelsel. Daarin zal ik samenwerken met gemeenten. Tevens
zal ik samen met Divosa kijken of op korte termijn werkzame elementen voor arbeidstoeleiding
van vrouwelijke vluchtelingen breder onder gemeenten kunnen worden gedeeld, zodat
gemeenten vluchtelingenvrouwen beter kunnen begeleiden.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W. Koolmees