32 820 Nieuwe visie cultuurbeleid

E VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 9 april 2025

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de beleidsreactie op het advies «Cultuur Natuurlijk, hoe duurzaamheid en cultuur elkaar versterken» van de Raad voor Cultuur. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 14 maart 2025.

  • De antwoordbrief van 7 april 2025.

De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, De Graag

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Den Haag, 14 maart 2025

De leden van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 3 februari 2025 betreffende de beleidsreactie op het advies «Cultuur Natuurlijk» van de Raad voor Cultuur.2 De leden van de fractie van de BBB hebben naar aanleiding daarvan een aantal vragen en opmerkingen.

De fractieleden van de BBB stellen dat ook in de culturele sector veel tijd en geld wordt verspild aan administratieve lasten. Deze leden vragen of u een programma heeft om deze administratieve lasten zoveel mogelijk terug te dringen, zoals bij subsidiering en rapportageverplichtingen. Hoe groot is het effect van dit programma? Wat wilt u doen om het effect te vergroten?

In de brief schrijft u dat organisaties zonder winstoogmerk nu geen toegang hebben tot fiscale ondersteuningsmaatregelen.3 De fractieleden van de BBB vragen of u bereid bent verenigingen en stichtingen van burgers die culturele activiteiten organiseren in de toekomst wel fiscaal te steunen met betrekking tot verduurzaming. Andersom: bent u bereid burgerinitiatieven en traditionele culturele activiteiten van verenigingen en stichtingen, zoals bijvoorbeeld optochten en vieringen, zoveel mogelijk te ontzien in (voorstellen voor) wettelijke verplichtingen voor verduurzaming?

In de brief stelt u dat u gesprekken over «Cultuur Natuurlijk» heeft gevoerd.4 De fractieleden van de BBB vragen met vertegenwoordigers van welke organisaties of delen van de culturele sector u heeft gesproken. Heeft u ook gesproken met bezoekers, vertegenwoordigers van de (veel minder gesubsidieerde) «lagere» of «volkscultuur», en aanbieders van culturele «buitenactiviteiten» (zoals kunst in parken of muziekconcerten in de zomer)? Vindt u het nodig om alsnog (meer) met dit deel van de culturele sector over het vraagstuk te praten?

Bent u bereid, denkend aan het doel van «Cultuur Natuurlijk», te onderzoeken hoe ook letterlijk meer in de natuur cultuur kan worden beleefd? Te denken valt aan muzikale optredens in de zomer in de buitenlucht, die uiteraard het milieu minder belasten en klimaatvriendelijker zijn dan dezelfde optredens in theaters en hallen, die moeten worden verwarmd, gekoeld etc. Deze leden vragen of u zou willen schetsen hoe vaak met name klassieke optredens buiten plaatsvinden. Bent u bereid na te denken hoe, ook in het kader van milieu en klimaat, u eraan kunt bijdragen dat meer optredens buiten, niet binnen plaatsvinden, o.a. door subsidiëring van het laatste te beperken?

Nederland kent duizenden (Rijks)monumentale kastelen, landhuizen en kerken. Deze zijn vaak lang geleden gebouwd, en in ieder geval toen niet voorzien van veel milieu en klimaatmaatregelen, zoals isolatie. Deze gebouwen vertegenwoordigen ook een belangrijke culturele waarde en maken cultuurbeleving mogelijk. De fractieleden van de BBB vragen of u bereid bent meer te doen om isolatie van dit soort gebouwen, net als andere duidelijk nuttige klimaat- en milieumaatregelen, te bevorderen. Kunt u inschatten welk deel van de culturele sector het milieu, het klimaat en de natuur meer benadeelt: de «hoge cultuur» of de «lage of volkscultuur»? En in welke de natuur belastende deelactiviteiten, zoals koeling en verwarming, zit het verschil met name? Bent u bereid na te denken om tegen deze meest belastende deelactiviteiten actief beleid te gaan voeren, zoals geen subsidies meer te geven voor verkoeling en verwarming?

Kunt u toezeggen dat extra beleid om de culturele sector te verduurzamen, geen verhoging van de begroting voor de cultuursector zal betekenen? Kan het binnen het bestaande budget (2025), zo vragen de fractieleden van de BBB.

De fractieleden van de BBB vragen ten slotte welke wetten gewijzigd moeten worden om verduurzaming in de culturele sector te versterken. Aan welke verplichtingen denkt u daarbij? En in welke wet- en regelgeving wilt u belemmeringen wegnemen?5

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ziet met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangt deze graag binnen vier weken, na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Th.W. Rietkerk

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 april 2025

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen van de commissie over mijn brief van 3 februari 2025 inzake de beleidsreactie op het advies «Cultuur Natuurlijk» van de Raad voor Cultuur.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, E.E.W. Bruins

II Reactie van de Minister

1.

De fractieleden van de BBB stellen dat ook in de culturele sector veel tijd en geld wordt verspild aan administratieve lasten. Deze leden vragen of u een programma heeft om deze administratieve lasten zoveel mogelijk terug te dringen, zoals bij subsidiering en rapportageverplichtingen. Hoe groot is het effect van dit programma? Wat wilt u doen om het effect te vergroten?

Antwoord

Er bestaat geen specifiek programma gericht op het terugdringen van administratieve lasten bij het aanvragen of verantwoorden van subsidies door culturele organisaties. Het verminderen van administratieve lasten is altijd een belangrijk aandachtspunt bij het inrichten van nieuwe subsidieperiodes. Zo is voor de periode 2025–2028 gezamenlijk met de rijkscultuurfondsen en een aantal grote gemeenten ingezet op een vereenvoudiging van het aanvraagproces, door de subsidieaanvragen meer te uniformeren. De tijdspaden zijn op elkaar afgestemd, er is eenzelfde indeling gebruikt voor het invullen van financiële gegevens, er worden eensluidende definities bij de begroting gebruikt en er worden minder kwantitatieve gegevens gevraagd. Ook bij toekomstige subsidieaanvragen en verantwoordingsprocessen wordt opnieuw gekeken waar administratieve lasten te verlagen zijn.

Onlangs is in de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht te onderzoeken hoe de aanvraagprocedure voor de culturele basisinfrastructuur vereenvoudigd kan worden, gericht op het substantieel verlagen van de voorbereidings- en aanvraagkosten6. De Tweede Kamer wordt later geïnformeerd over de invulling van deze motie voor wat betreft de aanvraag- en verantwoordingsprocessen bij nieuwe subsidieperiodes.

2.

In de brief schrijft u dat organisaties zonder winstoogmerk nu geen toegang hebben tot fiscale ondersteuningsmaatregelen.7 De fractieleden van de BBB vragen of u bereid bent verenigingen en stichtingen van burgers die culturele activiteiten organiseren in de toekomst wel fiscaal te steunen met betrekking tot verduurzaming. Andersom: bent u bereid burgerinitiatieven en traditionele culturele activiteiten van verenigingen en stichtingen, zoals bijvoorbeeld optochten en vieringen, zoveel mogelijk te ontzien in (voorstellen voor) wettelijke verplichtingen voor verduurzaming?

Antwoord

In mijn reactie op het advies van de Raad voor Cultuur (RvC) heb ik aangeven dat er voor ondernemers, stichtingen en organisaties binnen het mkb al veel ondersteuningsregelingen voor verduurzaming beschikbaar zijn.

In deze context heb ik ook aangegeven dat organisaties zonder winstoogmerk geen gebruik kunnen maken van een aantal fiscale regelingen, zoals de Energie-investeringsaftrek (EIA) en de milieu-investeringsaftrek (MIA). Deze regelingen voorzien in de mogelijkheid om investeringen in duurzame en/of milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen af te trekken van de fiscale winst. Bij veel culturele stichtingen is er geen sprake van fiscale winst en zij kunnen daarom geen gebruik maken van deze regelingen. Ik ben aangesloten bij de interdepartementale werkgroep die is opgezet om te onderzoeken hoe de verschillende ondersteuningsregelingen voor het mkb zo goed mogelijk kunnen aansluiten op de behoeften. Hierbij wordt ook gekeken naar organisaties zonder winstoogmerk. De uitkomsten van deze werkgroep worden naar verwachting voor de zomer door de Minister van Klimaat en Groene Groei aan de Tweede Kamer gestuurd.

In mijn reactie heb ik ook aangegeven dat het kabinet het belangrijk vindt dat Nederland een welvarend land blijft én dat we een schonere en gezonde wereld doorgeven aan onze (klein)kinderen. Daar moeten we als samenleving aan werken. Burgerinitiatieven en traditionele culturele activiteiten – vaak immaterieel erfgoed – maken onderdeel uit van onze samenleving. Beoefenaars en gemeenschappen nemen gelukkig al initiatief, maar het is in de praktijk niet altijd makkelijk om te verduurzamen als vereniging of stichting. Om die reden zet ik, vanuit mijn verantwoordelijkheid voor de ondersteuning van gemeenschappen en het bevorderen van samenwerking, in op kennisdeling hierover. Zo doet het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN), dat ik subsidieer, sinds 2021 aan onderzoek rond immaterieel erfgoed en duurzaamheid. In de eerste jaren van dit onderzoek lag de focus op het zichtbaar maken van voorbeelden van tradities die een positief effect hebben op de biodiversiteit en bijdragen aan klimaatadaptatie. Recent heeft KIEN een verkenning gedaan onder verschillende vormen van immaterieel erfgoed (zoals smeden, weven en een corso) en hoe zij stappen zetten om hun erfgoed te verduurzamen.8 Deze voorbeelden kunnen andere organisaties en initiatieven inspireren.

3.

In de brief stelt u dat u gesprekken over «Cultuur Natuurlijk» heeft gevoerd.9 De fractieleden van de BBB vragen met vertegenwoordigers van welke organisaties of delen van de culturele sector u heeft gesproken. Heeft u ook gesproken met bezoekers, vertegenwoordigers van de (veel minder gesubsidieerde) «lagere» of «volkscultuur», en aanbieders van culturele «buitenactiviteiten» (zoals kunst in parken of muziekconcerten in de zomer)? Vindt u het nodig om alsnog (meer) met dit deel van de culturele sector over het vraagstuk te praten?

Antwoord

De afgelopen tijd heb ik met zowel brancheorganisaties in de culturele sector zoals Kunsten ’92, de Nederlandse Associatie van Podiumkunsten (NAPK) de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD) en de Museumvereniging gesproken als met individuele organisaties en gezelschappen in de cultuursector en de festivalbranche. Via de contacten met het KIEN en het Fonds voor Cultuurparticipatie (FCP) ben ik ook op de hoogte van wat er speelt in de sector van het immaterieel erfgoed en de cultuurbeoefening. Ik vind het belangrijk om in gesprek te blijven over de ontwikkelingen op het vlak van duurzaamheid in de sector. Daarbij leg ik wel de focus op die delen van de culturele sector die ik subsidieer. Veel lokale culturele stichtingen en verenigingen maken primair onderdeel uit van de gemeentelijke culturele infrastructuur en zijn daarmee een gemeentelijke verantwoordelijkheid.

4.

Bent u bereid, denkend aan het doel van «Cultuur Natuurlijk», te onderzoeken hoe ook letterlijk meer in de natuur cultuur kan worden beleefd? Te denken valt aan muzikale optredens in de zomer in de buitenlucht, die uiteraard het milieu minder belasten en klimaatvriendelijker zijn dan dezelfde optredens in theaters en hallen, die moeten worden verwarmd, gekoeld etc. Deze leden vragen of u zou willen schetsen hoe vaak met name klassieke optredens buiten plaatsvinden. Bent u bereid na te denken hoe, ook in het kader van milieu en klimaat, u eraan kunt bijdragen dat meer optredens buiten, niet binnen plaatsvinden, o.a. door subsidiëring van het laatste te beperken?

Antwoord

Het is niet aan mij om te bepalen waar culturele organisaties hun activiteiten organiseren en ik ben ook niet verantwoordelijk voor de gebouwen waar culturele uitingen in plaatsvinden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor accommodaties voor podiumkunsten.10

In mijn beleidsreactie heb ik aangegeven dat ik culturele organisaties, daar waar mogelijk, wil faciliteren en stimuleren om te verduurzamen. Hoe een organisatie dit doet, is de keuze van de organisatie zelf.

5.

Nederland kent duizenden (Rijks)monumentale kastelen, landhuizen en kerken. Deze zijn vaak lang geleden gebouwd, en in ieder geval toen niet voorzien van veel milieu en klimaatmaatregelen, zoals isolatie. Deze gebouwen vertegenwoordigen ook een belangrijke culturele waarde en maken cultuurbeleving mogelijk. De fractieleden van de BBB vragen of u bereid bent meer te doen om isolatie van dit soort gebouwen, net als andere duidelijk nuttige klimaat- en milieumaatregelen, te bevorderen. Kunt u inschatten welk deel van de culturele sector het milieu, het klimaat en de natuur meer benadeelt: de «hoge cultuur» of de «lage of volkscultuur»? En in welke de natuur belastende deelactiviteiten, zoals koeling en verwarming, zit het verschil met name? Bent u bereid na te denken om tegen deze meest belastende deelactiviteiten actief beleid te gaan voeren, zoals geen subsidies meer te geven voor verkoeling en verwarming?

Antwoord

Ik ben het met de leden van de BBB eens dat rijksmonumentale panden, waaronder kastelen, landhuizen en kerken, cultuurhistorisch belangrijk zijn. Ook deze panden moeten zoveel mogelijk worden verduurzaamd. Isolatie is een goede optie die bijdraagt aan het beperken van hoge energiekosten. Om die reden zijn de afgelopen jaren al subsidiemogelijkheden gecreëerd om verduurzamingsmaatregelen te bevorderen, waaronder het aanbrengen van isolatie. Dit is in samenwerking met de ministeries van VRO en KGG gebeurd. Zo kunnen eigenaren voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed een beroep doen op de Subsidieregeling Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA). Monumenten zijn hierin expliciet opgenomen. Eigenaar-bewoners van een monument kunnen terecht bij de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) of de Subsidieregeling Verduurzaming Verenigingen van Eigenaars (SVVE). Verhuurders van monumenten (woonhuizen) kunnen een beroep doen op de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH). Ook zijn er ontzorgingsloketten beschikbaar die eigenaren met praktische hulp ondersteunen. Er zijn loketten voor maatschappelijke vastgoed en mkb (via de provincies) en specifiek voor eigenaren van rijksmonumenten via het loket dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) samen met het Nationaal Restauratiefonds (NRF) heeft opgezet.

Ik maak geen onderscheid tussen de door de leden van de fractie van de BBB genoemde «hoge cultuur» of «lage of volkscultuur». Het is niet mogelijk om een inschatting te geven van de klimaatimpact van afzonderlijke delen van de cultuursector. Verwarming en koeling hebben klimaatimpact, maar ook aspecten als materiaal- en watergebruik en verkeersbewegingen. De impact op klimaat en natuur hangt af van de omvang en de aard van de activiteiten en van het aantal organisaties dat actief is in een bepaald deel van de sector. Deze factoren zullen bovendien per organisatie, productie of gezelschap verschillen.

6.

Kunt u toezeggen dat extra beleid om de culturele sector te verduurzamen, geen verhoging van de begroting voor de cultuursector zal betekenen? Kan het binnen het bestaande budget (2025), zo vragen de fractieleden van de BBB.

Antwoord

De cultuurbegroting wordt jaarlijks opgesteld en ter vaststelling aan beide Kamers voorgelegd. In het regeerakkoord zijn geen voornemens opgenomen om de cultuurbegroting te verhogen. In mijn reactie op het advies van de RvC heb ik aangegeven dat ik de cultuursector zo goed mogelijk wil laten aansluiten bij bestaande ondersteuningsmaatregelen voor verduurzaming vanuit het rijk.

7.

De fractieleden van de BBB vragen ten slotte welke wetten gewijzigd moeten worden om verduurzaming in de culturele sector te versterken. Aan welke verplichtingen denkt u daarbij? En in welke wet- en regelgeving wilt u belemmeringen wegnemen?11

Antwoord

De RvC wijst mij op een aantal uitgangspunten in de subsidiekaders (zoals bij de culturele basisinfrastructuur) die de verduurzaming mogelijk kunnen belemmeren. De raad doelt hierbij bijvoorbeeld op prestatie-eisen en spreidingseisen en op de beperkte mogelijkheden om vermogen op te bouwen met subsidiegeld.

Ik zal deze aspecten meenemen bij de vormgeving van het cultuurbestel voor de periode vanaf 2029. Ook het zo veel mogelijk beperken van de administratieve lasten is, zoals aangegeven bij vraag één, daarbij een onderwerp.


X Noot
1

Samenstelling:

Lagas (BBB), Jaspers (BBB), Van Knapen (BBB), Roovers (GroenLinks-PvdA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Fiers (GroenLinks-PvdA), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Kaljouw (VVD), Geerdink (VVD), Rietkerk (CDA) (voorzitter), Doornhof (CDA), Van Meenen (D66), Belhirch (D66), Van Kesteren (PVV), Nicolaï (PvdD), Van Bijsterveld (JA21), Van Apeldoorn (SP), Talsma (CU), Van den Oetelaar (FVD), De Vries (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)

X Noot
2

Kamerstukken I 2024/25, 32 820, D.

X Noot
3

Kamerstukken I 2024/25, 32 820, D, p. 4.

X Noot
4

Kamerstukken I 2024/25, 32 820, D, p. 2.

X Noot
5

Kamerstukken I 2024/25, 32 820, D, p. 6.

X Noot
6

Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VIII, nr. 26

X Noot
7

Kamerstukken I 2024/25, 32 820, D, p. 4.

X Noot
9

Kamerstukken I 2024/2025, 32 820, D, p. 2.

X Noot
10

Deze afspraken zijn vastgelegd in het Algemeen kader interbestuurlijke verhoudingen cultuur tussen OCW, IPO en VNG.

X Noot
11

Kamerstukken I 2024/25, 32 820, D, p. 6.

Naar boven