Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232820 nr. 59

32 820 Nieuwe visie cultuurbeleid

Nr. 59 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juni 2012

In het Algemeen Overleg over het kunstvakonderwijs van 1 maart 2012 (kamerstuk 32 820, nr. 56) heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over het aandeel buitenlandse studenten dat aan het Nederlandse kunstvakonderwijs is opgeleid en vervolgens werkzaam is op de Nederlandse culturele arbeidsmarkt.

Hieronder geef ik aan welke gegevens mij hierover op dit moment ter beschikking staan. Eerst schets ik de rol van internationalisering. Vervolgens breng ik in kaart wat op basis van diverse bronnen bekend is over het aandeel buitenlandse studenten in het kunstvakonderwijs en de zogenaamde «stay-rate», de mate waarin internationale studenten na hun studie in Nederland blijven werken.

De rol van internationalisering

De kunsten zijn internationaal en het kunstvakonderwijs bereidt ook voor op een internationale arbeidsmarkt. Vaak zijn internationale studenten vanwege motivatie en achtergrond een verrijking voor het Nederlandse hoger onderwijs. Ook de AWT1 benadrukt het belang van het benutten van buitenlands kennispotentieel. Onderzoek van het CPB2 laat belangrijke baten zien voor Nederland indien studenten na afstuderen in Nederland blijven werken. Ook indien studenten naar het buitenland vertrekken, maar wel binding houden met Nederland zijn er belangrijke baten, al zijn deze lastiger te kwantificeren.

Buitenlandse studenten in het kunstvakonderwijs

In tegenstelling tot de meeste opleidingen in het hoger onderwijs selecteren kunstvakopleidingen aan de poort. Er wordt daarbij geselecteerd op kwaliteit en niet op nationaliteit. Voor meer informatie over de aanvullende eisen zij verwezen naar de Regeling aanvullende eisen hoger onderwijs en kunstonderwijs 2007.

Er zijn diverse definities van het begrip «buitenlandse student» in omloop. In onderstaande tabellen worden buitenlandse studenten gedefinieerd als alle niet-Nederlandse studenten vanuit zowel de EER (Europese Economische Ruimte) als daarbuiten3, die voltijd of deeltijd ingeschreven zijn aan een bekostigde opleiding in het kunstvakonderwijs. Het aandeel niet-Nederlandse studenten dat in 2011 is ingeschreven is 22,1% van de totale studentenpopulatie aan het kunstvakonderwijs. Dit is substantieel hoger dan het totaal HBO-gemiddelde van 7,2%.

Tabel 1

Aandeel buitenlandse studenten

   

 20111

 

Niet-EER

EER, niet NL

Totaal

Kunstvakonderwijs

5,7%

16,4%

22,1%

HBO totaal

2,0%

5,2%

7,2%

X Noot
1

Bron: DUO, 1-cijfer HO 2011.

In 2010 was het aandeel van niet-Nederlandse studenten in het totaal aantal behaalde diploma’s aan het kunstvakonderwijs 26,6%.

Hieronder de top 5 van instellingen die kunstvakonderwijs4 aanbieden met het hoogste percentage buitenlandse studenten van de totale studentenpopulatie in 2011 (zowel niet-EER als EER).

Tabel 2
 

Aandeel buitenlandse studenten op het totaal aantal ingeschrevenen

Gerrit Rietveld Academie

51,3%

Hogeschool Zuyd

45,0%

Codarts

42,6%

Hogeschool der Kunsten Den Haag

37,0%

Design Academy Eindhoven

36,1%

«Stay-rate» buitenlandse afgestudeerden kunstvakonderwijs

Buitenlandse studenten die terugkeren naar het buitenland houden vaak wel binding met Nederland. Dit leidt tot internationale samenwerking en mogelijke spin-off effecten. De baten voor Nederland zijn duidelijker te herleiden indien studenten na afstuderen in Nederland blijven. Hieronder geef ik weer wat op basis van diverse bronnen bekend is over de «stay-rate» van buitenlandse afgestudeerden van het kunstvakonderwijs.

HBO-monitor (2010)

De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hoger beroepsonderwijs wordt in kaart gebracht door de HBO-monitor. Uit deze monitor (2010) blijkt dat 2% van alle afgestudeerden van het HBO anderhalf jaar na afstuderen naar het buitenland is vertrokken. Dit wordt echter niet uitgesplitst voor het kunstvakonderwijs. Evenmin wordt in beeld gebracht wat de nationaliteit van de naar het buitenland vertrokken personen is.

Kunstenaars in breder perspectief (CBS, 2011)

Het vorig jaar verschenen rapport Kunstenaars in breder perspectief van het CBS biedt een grote hoeveelheid informatie over kunstenaars in Nederland enerzijds en de afgestudeerden van creatieve HBO-opleidingen anderzijds. Op blz. 112/113 van dit rapport valt te lezen dat van het aantal afgestudeerden met een creatieve HBO-opleiding uit 2002 in 2003 3% ofwel naar het buitenland is vertrokken, ofwel is overleden (in 2007 is dit 7%). Voor het gehele HBO cohort uit 2002 is dit (ook volgens de CBS cijfers) 2% in 2003 (en 5% in 2007). Dit wil zeggen dat – bij een gelijk sterftecijfer – afgestudeerden van creatieve HBO-opleidingen in 2003 1%-punt meer naar het buitenland vertrekken dan overige HBO-afgestudeerden (in 2007 is dit 2%-punt verschil). Bij specifieke opleidingen ligt dit cijfer hoger: 5% van de in 2002 afgestudeerden muziek is ultimo 2003 naar het buitenland vertrokken (of overleden), ultimo 2007 is dit 12%.

Aangezien het aandeel allochtone studenten5 dat in 2002 aan creatieve HBO-opleidingen is afgestudeerd 23% is, kan op basis van de cijfers van het CBS de zeer voorzichtige conclusie worden getrokken dat een aanzienlijk deel van de buitenlandse afgestudeerden van creatieve HBO-opleidingen in Nederland blijft.

Alumnibeleid

Aan de instellingen met de meeste buitenlandse studenten in relatie tot hun totale studentenpopulatie (tabel 2) is gevraagd of zij een beeld hebben in hoeverre hun buitenlandse studenten na afstuderen in Nederland blijven. Twee van de vijf instellingen hebben hierover cijfers geleverd.

De Gerrit Rietveld Academie heeft in mei 2011 een onderzoek onder oud-studenten gehouden. Van de 885 afgestudeerden uit de jaren 2005–2010 hebben 343 alumni hun gegevens doorgegeven. Hiervan zijn er 166 geboren in het buitenland. Van deze 166 wonen en werken er 118 in Nederland.

Uit de alumni-enquête die de Design Academy in november 2011 heeft gehouden onder 1 009 afgestudeerde bachelorstudenten blijkt dat van de in totaal 247 respondenten 54 alumni niet uit Nederland komen. Van deze groep is 31,5% in Nederland werkzaam, waarvan het overgrote deel binnen het eigen vakgebied.

Uit een zelfde enquête onder 194 afgestudeerde masterstudenten van de Design Academy blijkt dat van de in totaal 55 respondenten 43 alumni niet uit Nederland komen. Van deze groep is 37,2% werkzaam in Nederland, allen binnen het eigen vakgebied.

Bij de overige drie instellingen (Hogeschool Zuyd, Codarts en Hogeschool der Kunsten Den Haag) wordt ook in meer of mindere mate alumnibeleid gevoerd, maar waren geen specifieke statistieken voorhanden. Interessant zijn echter de kanttekeningen die daarbij werden geplaatst. Eén van de instellingen gaf aan dat haar alumnibeleid een sterk kwalitatief karakter kent (o.a. contacten via docenten en periodiek overleg met oud-studenten). Deze kwalitatieve benadering levert volgens die instelling meer en betere informatie op dan een kwantitatief onderzoek, waar de respons laag is omdat studenten letterlijk over de hele wereld uitwaaien. Verder werd opgemerkt dat studenten die terug gaan naar hun eigen land vaak nog wel binding houden met Nederland doordat zij bijvoorbeeld op projectbasis in Nederland werkzaam blijven. Dit is lastiger te kwantificeren, zoals ook door het onderzoek van het CPB wordt bevestigd.

Conclusie

Niet iedere buitenlandse student wordt gevolgd en met betrekking tot het beschikbare cijfermateriaal moet een aantal slagen om de arm worden gehouden. Op basis van de gegevens die mij ter beschikking staan, trek ik echter de voorzichtige conclusie dat Nederland voordelen geniet van het feit dat er buitenlandse studenten in Nederland kunstvakonderwijs volgen.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, H. Zijlstra


X Noot
1

AWT, Kennis zonder grenzen, Kennis en innovatie in mondiaal perspectief, januari 2010.

X Noot
2

CPB Notitie, De economische effecten van internationalisering in het hoger onderwijs, 18 april 2012. Het zij opgemerkt dat het CPB heeft gekeken naar de kosten en baten van alle HO-studies tezamen en niet van individuele studies. De uitkomsten van deze CPB-studie zijn dus niet een-op-een door te vertalen naar het kunstvakonderwijs.

X Noot
3

Voor de studenten van buiten de EER geldt dat het collegegeld kostendekkend moet zijn.

X Noot
4

Hierbij is uitgegaan van de kunstvakopleidingen uit de volgende categorieën van het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO): kunst, lerarenopleidingen kunst, voortgezette opleidingen kunst, voortgezette opleidingen bouwkunst.

X Noot
5

In het CBS-onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen westers-allochtoon en niet-westers allochtoon, met als criterium dat ten minste één ouder in het buitenland is geboren. Hier wordt aangenomen dat hiervan het grootste deel bestaat uit studenten met een niet-Nederlandse nationaliteit.