32 820 Nieuwe visie cultuurbeleid

Nr. 577 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 juni 2026

Hierbij bied ik u het onderzoeksrapport Pilot onderzoek impactgericht werken bis-instellingen aan. In aanloop naar de ontwikkeling van de huidige periode van de culturele basisinfrastructuur (2025–2028) is er vanuit het culturele veld, de Raad voor Cultuur en uw Kamer steeds meer aandacht ontstaan voor het zichtbaar maken van de maatschappelijke waarde van culturele instellingen en hun producties en activiteiten. In reactie hierop heeft voormalig Staatssecretaris Uslu in haar uitgangspuntenbrief 2025–2028 aangekondigd om pilots uit te voeren met instellingen in de basisinfrastructuur1. Deze pilots waren bedoeld om te experimenteren met manieren waarop de (maatschappelijke) impact van individuele bis-instellingen in kaart kon worden gebracht, zowel ten behoeve van leren en verbeteren door instellingen als voor monitoring en verantwoording door financiers.

De pilots zijn dit jaar afgerond. Met deze brief bied ik u het onderzoeksrapport aan over deze pilots. Dit onderzoek is uitgevoerd door Erasmus Impact Center. De rapportage biedt meer inzicht in de methodes die gebruikt kunnen worden om impact te meten, maar laat ook zien dat er niet één methode is die geschikt is om zowel van te leren als te gebruiken als verantwoording. De onderzoekers wijzen erop dat er een spanning bestaat tussen impactgericht werken als basis om van te leren en als basis voor monitoring en verantwoording. De onderzoekers benadrukken daarmee ook het belang van expliciete en consistente beleidskeuzes over de rol van impact binnen het subsidiestelsel. In lijn met datgene wat mijn ambtsvoorganger eerder heeft aangekondigd, zal ik de uitkomsten van dit onderzoek meenemen in de ontwikkeling van het cultuurbestel vanaf 2029.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert


X Noot
1

Bijlage bij Kamerstukken II, 2022–2023. 32 820, nr. 499


X Noot
1

Bijlage bij Kamerstukken II, 2022–2023. 32 820, nr. 499

Naar boven