32 793 Preventief gezondheidsbeleid

Nr. 641 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 oktober 2022

In de procedurevergadering van 29 september 2022 heeft de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport mij verzocht om een update van de stand van zaken omtrent gordelroosvaccinatie. De vaste commissie verwijst daarbij naar mijn brief van 19 mei jl.1 en verzoekt mij om de Tweede Kamer hierover vóór de begrotingsbehandeling van het Ministerie van VWS te informeren. Met deze brief voldoe ik aan dit verzoek.

In mijn brief van 19 mei jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over het advies van de Gezondheidsraad over gordelroosvaccinatie uit 2019 en mijn reactie daarop. Ik gaf aan dat kosteneffectiviteit een belangrijke voorwaarde is voor een positief besluit over het programmatisch aanbieden van gordelroosvaccinatie aan ouderen en dat ik het RIVM zou vragen hierover verkennende gesprekken te voeren met de vaccinleverancier. Ik gaf ook aan na te denken over een mogelijke uitvoerder.

De gesprekken met de vaccinleverancier hebben plaatsgevonden en ik ben momenteel met het RIVM in gesprek over de uitkomsten hiervan en wat dit betekent voor de kosteneffectiviteit. Zodra hier meer duidelijkheid over is, informeer ik uw Kamer.

Om een definitief besluit te kunnen nemen over de invoering van gordelroosvaccinatie is het nodig dat er ook structurele financiële dekking is. Daarvoor is het nodig inzicht te hebben in de (verwachte) kosten van gordelroosvaccinatie. Die zijn, naast de prijs van het vaccin, ook afhankelijk van de omvang en opkomst van de doelgroep, het al dan niet voorzien in een inhaalcampagne en de uitvoerder van de vaccinatie. Wat dit laatste betreft denk ik aan de vaccinatievoorziening voor volwassenen, zoals ik ook heb aangegeven in mijn reactie op het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving op 4 juli jl.2

Over de kosten die samenhangen met het aanbieden van gordelroosvaccinatie ben ik ook met het RIVM in gesprek. Zodra hier meer duidelijkheid over is, kan gekeken worden of er ook structurele middelen vrijgemaakt kunnen worden. De eerstvolgende mogelijkheid, waarbij dit kan, is de voorjaarsbesluitvorming 2023.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M. van Ooijen


X Noot
1

Kamerstuk 32 793, nr. 605.

X Noot
2

Kamerstuk 32 793, nr. 615.

Naar boven