Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202032793 nr. 445

32 793 Preventief gezondheidsbeleid

Nr. 445 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 september 2019

Sinds 1990 kent Nederland het landelijk bevolkingsonderzoek borstkanker. Dit programma heeft als opzet dat vrouwen van 50 tot 75 jaar eens per 2 jaar worden uitgenodigd om een mammogram te laten maken. Het doel van het mammogram, oftewel de borstfoto, is om borstkanker in een vroeg stadium op te sporen, waardoor behandeling een grotere kans van slagen krijgt.

De screeningorganisaties die dit programma uitvoeren meldden dat er vertraging is opgetreden in het uitnodigen van vrouwen in deze doelgroep. Deze vertraging is vooral ontstaan door problemen op de arbeidsmarkt. Het gaat daarbij met name om een tekort aan screeningslaboranten. Deze laboranten maken de mammogrammen en hebben hiervoor een speciale opleiding gevolgd.

Uitstroom van screeningslaboranten naar pensioen of naar andere sectoren en lagere instroom van nieuwe laboranten heeft tot personeelstekorten geleid. Er is nu niet genoeg capaciteit meer beschikbaar voor een planning waarbij om de 24 maanden van alle vrouwen uit de doelgroep een mammogram kan worden gemaakt. Als gevolg daarvan is er nu sprake van een achterstand bij het uitnodigen van vrouwen voor het bevolkingsonderzoek, waardoor vrouwen ook later dan om de twee jaar worden gescreend.

Alle vijf regionale screeningsorganisaties die het bevolkingsonderzoek borstkanker uitvoeren, worden geconfronteerd met dit probleem van personeelskrapte. De situatie is het meest ernstig in de regio’s Midden-West (Noord-Holland, Utrecht, Flevoland) en Zuid-West (Zuid-Holland, Zeeland). De vertraging voor uitnodigingen in dit gebied bedraagt per medio 2019 gemiddeld drie maanden.

Het landelijk bevolkingsonderzoekprogramma levert belangrijke gezondheidswinst op. Uitloop in de uitnodigingstermijnen heeft mogelijk tot gevolg dat de beoogde gezondheidswinst niet volledig volgens de prognoses behaald wordt. De vijf screeningsorganisaties werken al enige tijd aan oplossingen. Activiteiten zijn ingezet op het gebied van aantrekken en scholing van personeel (o.a. een landelijke wervingscampagne en de opzet van een inservice-opleiding), en het aantrekkelijker maken van de functie van laborant.

Deze maatregelen blijken niet voldoende soelaas te bieden. Gelet op de arbeidsmarktprognoses is de verwachting dat op termijn de tijdigheid van de uitnodigingen in heel Nederland onder druk komt te staan en de achterstand verder oploopt. Een meer structurele aanpak is vereist. Ik heb daarom het RIVM opdracht gegeven om – in afstemming met de screeningsorganisaties – mij te adviseren.

Het advies dient te voorzien in een nadere analyse van de ontstane situatie: de uitloop van de uitnodigingen in de regio’s, de huidige en te verwachten in- en uitstroom van laboranten en de consequenties voor de uitnodigings-intervallen. Tevens dient het advies inzicht te geven in de risico’s die de vertragingen opleveren voor de gezondheidswinst en zullen oplossingsrichtingen in beeld worden gebracht.

Mijn inzet is toe te werken naar een robuuste en langdurige borging van de screeningscapaciteit, waarbij een maximaal mogelijke gezondheidswinst blijft behouden.

Naar verwachting heeft het RIVM het advies eind november gereed. Ik zal uw Kamer voor het eind van het jaar informeren over mijn vervolgstappen.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis