Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201932793 nr. 331

32 793 Preventief gezondheidsbeleid

Nr. 331 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 oktober 2018

Met deze brief informeer ik uw Kamer over mijn beleidsreactie op de adviezen van de Gezondheidsraad en het Zorginstituut Nederland van 28 februari 2018 om ouderen te vaccineren tegen pneumokokken.

Met deze brief doe ik mijn toezegging, gedaan in mijn brief van 22 maart 20181, om na de zomer met een beleidsreactie te komen gestand.

Advies Gezondheidsraad2

Pneumokokken en ziektelast

Pneumokokken zijn bacteriën die ernstige ziekte en sterfte kunnen veroorzaken. Bij ouderen, mensen vanaf 60 jaar, is longontsteking dan het meest voorkomende ziektebeeld. Daarnaast komt invasieve pneumokokkenziekte voor zoals hersenvliesontsteking of sepsis (bloedvergiftiging) leidend tot ernstige complicaties, orgaanfalen en sterfte.

De Gezondheidsraad (GR) geeft aan dat naar schatting bij 20 tot 30% van de in het ziekenhuis opgenomen patiënten met longontsteking pneumokokken de verwekker zijn; jaarlijks gaat het om 2.600 tot 5.600 ziekenhuisopnames van 65-plussers3. Daarnaast worden naar schatting 1.800 60-plussers per jaar opgenomen wegens invasieve pneumokokkenziekte4. Van de 60-plussers die in het ziekenhuis opgenomen zijn met pneumokokkenziekte, overlijdt gemiddeld 15%. Patiënten die het hebben overleefd hebben nog tot jaren daarna een verhoogde kans (15%) op eerder overlijden ten opzichte van hun leeftijdsgenoten.

Vaccinatie ouderen

Om ouderen beter te beschermen tegen pneumokokkenziekte adviseert de GR om 60- plussers vaccinatie tegen pneumokokken (met het vaccin PPV23) aan te bieden. In dit vaccin zijn 23 relatief veel circulerende pneumokokkentypen opgenomen.

Via het Rijksvaccinatieprogramma worden ook kinderen gevaccineerd tegen pneumokokken. Deze vaccinatie van kinderen gebeurt met een ander vaccin5 en beschermt in beperkte mate indirect ook ouderen, door het terugdringen van de circulatie van pneumokokken.

Daarnaast worden ook risicogroepen6, zoals mensen met een minder goed werkend immuunsysteem, tegen pneumokokken gevaccineerd. Dit levert echter geen groepsbescherming voor ouderen op.

De GR adviseert om de eerste vaccinatie bij ouderen bij 60 jaar te laten plaatsvinden met herhaling op 65, 70 en 75 jarige leeftijd. Deze vaccinatie-strategie geeft naar het oordeel van de GR een aanmerkelijke vermindering van de sterfte en ziektelast door pneumokokken en is kosteneffectief.

De grens wordt bij 75 jaar gelegd omdat er volgens de GR onvoldoende bewijs is over effectiviteit bij ouderen boven de 80 en de GR het aannemelijk vindt dat bij hen de effectiviteit over het algemeen beperkt is.

De GR benadrukt daarbij dat het belangrijk is om goed te communiceren over de mate van bescherming door de vaccinatie. De vaccinatie beschermt niet tegen alle gevallen van pneumokokkenziekte. Een conservatieve schatting is dat het vaccin 37% van de gevallen van invasieve pneumokokkenziekte en 7,5% van de longontstekingen, veroorzaakt door de 23 pneumokokkentypen die in het vaccin zitten, voorkomt. Vaccinatie geeft dus geen volledige bescherming tegen ziekte door pneumokokken.

De GR ziet de vaccinatie als essentiële zorg. Dat wil zeggen dat de groepen voor wie de bescherming het meest van belang is, ook daadwerkelijk beschermd zouden moeten worden. Om te voorkomen dat er gezondheidswinst blijft liggen, moet volgens de GR de vaccinatie dan ook voor alle 60-plussers gelijk toegankelijk en rechtvaardig verdeeld zijn.

Advies van het Zorginstituut Nederland

Het Zorginstituut heeft aangegeven dat het bij vaccinatie van alle 60, 65, 70 en 75 jarigen om collectieve preventie gaat. Omdat de Zorgverzekeringswet niet strekt tot het verzekeren van collectieve preventie heeft het Zorginstituut geadviseerd om een financiële voorziening voor vaccinatie tegen pneumokokken voor ouderen niet ten laste van de Zorgverzekeringswet te brengen.

Ten aanzien van de vaccinatie van risicogroepen geeft het Zorginstituut aan dat vaccinatie (met PPV23) tegen pneumokokken vooralsnog opgenomen blijft in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem. De risicogroepen vormen een subcategorie patiënten bij wie de noodzaak tot of wenselijkheid van behandeling op basis van objectiveerbare criteria is vast te stellen, waardoor sprake is van geïndiceerde preventie.

Indien besloten wordt tot collectieve financiering van de vaccinatie dan, zo merkt het Zorginstituut op, gaat deze voor op de aanspraak via de Zorgverzekeringswet. Dat betekent voor de mensen in de risicogroepen dat zij vanaf hun 60e verjaardag overstappen op het publiek gefinancierde programma.

Beleidsreactie pneumokokkenvaccinatie bij ouderen

Net als bij kinderen vind ik het belangrijk dat ook ouderen zo goed mogelijk beschermd worden tegen ernstige infectieziekten.

Met pneumokokkenvaccinatie bij ouderen kan ernstige ziektelast worden voorkomen. Daarbij deel ik het oordeel van de GR dat deze vaccinatie voor alle ouderen die daar gebruik van willen maken in gelijke mate beschikbaar dient te zijn.

Ik ben dan ook voornemens om het advies van de Gezondheidsraad over te nemen, mits dit uitvoerbaar en betaalbaar is.

Uitvoerbaarheid

In aansluiting op de adviezen van de GR en het Zorginstituut is door het RIVM nadere informatie verstrekt over mogelijke scenario’s voor de uitvoering van pneumokokkenvaccinatie bij ouderen.

Uit deze informatie volgt dat gelijke toegang en rechtvaardige verdeling van vaccinaties geborgd kan worden met een programmatisch aanbod vanuit de rijksoverheid. Zo kan de inkoop van vaccins, communicatie en voorlichting, als ook monitoring centraal georganiseerd worden. De uitvoering van de vaccinatie kan gedaan worden door de huisarts of de GGD.

Pneumokokkenvaccinatie bij ouderen heeft overeenkomsten met de griepvaccinatie. Zo is er onder meer overlap t.a.v. de doelgroep. Daarbij heeft de huisarts over het algemeen het vertrouwen van de cliënt, is de huisarts bekend bij en met de cliënt en is de huisarts gemakkelijk te bereiken. Ik zal het RIVM vragen om in een uitvoeringstoets te verkennen of de uitvoering bij de huisarts belegd kan worden.

Belangrijke elementen bij deze verkenning zijn het draagvlak bij de doelgroep en de betrokken beroepsgroepen en de mogelijkheid om de uitvoering te combineren met die van de griepvaccinatie. Ook zal bij de keuze voor de uitvoering rekening gehouden worden met de mogelijkheid dat in de toekomst andere nieuwe vaccinaties voor ouderen beschikbaar komen. Verder zullen genoemde aspecten waaronder inkoop van vaccins, communicatie, voorlichting en monitoring worden uitgewerkt. Tegelijkertijd zullen ook de juridische mogelijkheden voor uitvoering door de huisarts worden bezien.

Betaalbaarheid

Naast uitvoerbaar dient het scenario ook betaalbaar te zijn. Op dit moment zijn er onvoldoende gegevens over de kosten die gemoeid zijn met het programmatisch aanbieden van pneumokokkenvaccinatie voor ouderen. Daarom zal ik het RIVM vragen om in het kader van de uitvoeringstoets samen met de betrokken beroepsgroepen ook te werken aan een reële inschatting van de kosten, zodat meer inzicht wordt verkregen in de betaalbaarheid van deze vaccinatie.

Het RIVM heeft aangegeven voor de uitvoeringstoets ongeveer zes maanden nodig te hebben. Ik verwacht u daar rond de zomer van 2019 nader te kunnen informeren.

Tenslotte merk ik op dat ouderen die nu reeds gebruik willen maken van vaccinatie tegen pneumokokken dit kunnen doen. Zij kunnen hiervoor contact opnemen met hun huisarts of met de GGD. De kosten van de vaccinatie zijn voor eigen rekening. Het gaat daarbij om ongeveer 21 euro voor het vaccin en daar komen nog de kosten voor apotheek en toediening bij.

Meer informatie over pneumokokkenvaccinatie voor ouderen is te vinden op https://www.rivm.nl/Onderwerpen/V/vaccinaties_op_maat/Pneumokokkenvaccinatie_voor_ouderen.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis


X Noot
1

Kamerstuk 32 793, nr. 290

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Deze cijfers zijn onzeker omdat er een beperkte registratie bestaat van de incidentie van longontsteking in de eerste lijn en daarnaast onbekend is hoeveel van die longontstekingen veroorzaakt worden door pneumokokken.

X Noot
4

Als de bacterie (de pneumokok) in de bloedbaan of in het zenuwstelsel komt spreekt men van invasieve pneumokokkenziekte. Dit zijn vaak ernstige ziektebeelden zoals bloedvergiftiging (sepsis) en hersenvliesontsteking (meningitis).

X Noot
5

Bij vaccinatie van kinderen in het Rijksvaccinatieprogamma wordt gebruik gemaakt van het PCV10 vaccin. In dit vaccin zijn 10 relatief veel bij kinderen circulerende pneumokokkentypen opgenomen, het is alleen geregistreerd voor gebruik bij kinderen.

X Noot
6

De vaccinatie van risicogroepen is niet aan leeftijd gebonden.