Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201432793 nr. 105

32 793 Preventief gezondheidsbeleid

Nr. 105 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 oktober 2013

Met deze brief wordt uitvoering gegeven aan de motie van de leden Voortman en Wolbert inzake een onderzoek naar het kostenbeslag van financiële regelingen voor de vergoeding van tolken (Kamerstuk 32 793, nr. 90).

De motie verzoekt te onderzoeken welk kostenbeslag een financiële regeling voor de vergoeding van de inzet van tolken zal hebben voor uitsluitend die situaties waarin:

  • de patiënt onvoldoende Nederlands spreekt;

  • de aard van de zorgvraag een professionele tolk vereist;

  • de patiënt aantoonbaar geen professionele tolk kan betalen.

Ik ben op zoek gegaan naar informatie of gegevens waaruit deze vragen beantwoord zouden kunnen worden. Dit type informatie is nu niet beschikbaar. Er wordt in de zorg niet systematisch bijgehouden welke patiënten onvoldoende Nederlands spreken evenmin als er systematisch wordt bijgehouden bij welk type zorgvraag een professionele tolk vereist zou zijn. Binnen de zorg is het daarnaast niet gebruikelijk te vragen naar het inkomen van een patiënt zodat de laatste vraag ook niet beantwoord kan worden.

Communicatie is belangrijk in de zorg: zowel bij het vaststellen van de diagnose als bij de behandeling zelf. Ik heb in mijn brief1 van 28 mei 2013 uiteengezet hoe ik de verantwoordelijkheidsverdeling ten aanzien van de communicatie zie. Uitgangspunt is voor mij dat mensen er primair zelf verantwoordelijk voor zijn dat ze in het Nederlands kunnen communiceren.

Er is een aantal situaties waarin deze verantwoordelijkheidsverdeling geen opgeld doet en de overheid een rol heeft in de inzet of de financiering van professionele tolken. Op dit moment is dit aan de orde bij een drietal specifieke groepen, te weten: slachtoffers van mensenhandel, asielzoekers in opvangcentra en vrouwen die in de maatschappelijke opvang verblijven.

De Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) heeft de opvatting dat er meer uitzonderingen zijn waarbij de overheid een rol heeft in de financiering van tolken. In mijn gesprek met de KNMG van 18 september jongstleden heeft de KNMG aangegeven nader te onderzoeken welke doelgroepen en situaties dit betref, deze af te bakenen en – indien dit van toepassing is – de mogelijke oplossingsrichtingen voor deze problematiek te verkennen.

Overigens wil ik benadrukken dat de oorspronkelijke argumenten die ten grondslag lagen aan het afschaffen van de eerdere regeling nog steeds gelden en dat het resultaat van een dergelijk onderzoek er niet toe zal kunnen leiden dat de overheid de verantwoordelijkheden die partijen zelf hebben ten aanzien van de communicatie in de zorg, weer ten volle van hen overneemt.

Zodra ik de uitkomsten van het onderzoek van de KNMG heb ontvangen, zal ik u nader informeren.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

Kamerstuk 33 400 XVI, nr. 148