Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132787 nr. 5

32 787 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van richtlijn nr. 2009/111/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie tot wijziging van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG en 2007/64/EG wat betreft banken die zijn aangesloten bij centrale instellingen, bepaalde eigenvermogensbestanddelen, grote posities, het toezichtkader en het crisisbeheer (PbEU L 302)

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 14 juli 2011

De vaste commissie voor Financiën1, belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

Blz.

   

• Algemeen

1

• Inleiding

2

• Achtergrond van de richtlijnen

2

• Hoofdlijnen van de richtlijnen

2

• Marktconsultaties

5

• Overig

6

Algemeen

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het wetvoorstel.

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de implementatie van deze richtlijnen in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Het lijken nuttige verbeteringen die gunstig uitpakken voor de financiële stabiliteit, waarvan echter wel opgemerkt dient te worden dat invoering inmiddels deels achterhaald is. Inmiddels is immers reeds een aanvang gemaakt met Bazel III en CRD IV. De wetgeving loopt in dit soort trajecten helaas altijd stevig achter de feiten aan. Kan de regering aangeven hoe dit gat tussen praktijk en wetgeving in de toekomst verkleind kan worden (of is het juist nuttig)?

De leden van de SP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel. Het valt de leden van de SP-fractie op dat veel elementen van te implementeren richtlijnen in lagere regelgeving geïmplementeerd zullen worden. Dit vanwege de technische aard van de regelingen. De regering geeft in de toelichting wel globaal aan wat de bedoeling is, maar volgens deze leden wordt veelal niet duidelijk wat er nu precies geïmplementeerd wordt en hoe dat verschilt van de huidige regels. Bovendien gaat het om belangrijke zaken zoals de grote postenregeling, hybride kapitaalinstrumenten en securitisatie. Kan de regering nader uitleggen waarom deze belangrijke onderwerpen, ondanks het technische karakter, toch niet op wetsniveau moeten worden geregeld?

Inleiding

De leden van de VVD-fractie vragen of de wijzigingsvoorstellen in de Wft op onderdelen afwijken van de Europese richtlijnen? Wanneer dit het geval is, kan de regering deze afwijkingen toelichten?

De leden van de VVD-fractie vragen of de regering een totaalbeeld kan geven met een nadere beschouwing over de betekenis van het voorliggende pakket aan wijzigingsvoorstellen in relatie tot het geheel aan maatregelen die worden uitgerold ter versterking van de financiële sector. Wordt met deze toelichting volgens de regering tegemoet gekomen aan de door parlement gewenste verbeterde informatievoorziening met betrekking tot de implementatie van de aanbeveling van de Commissie De Wit?

De leden van de CDA-fractie vragen of de regering kan aangeven in hoeverre deze richtlijnen nu volledig worden overgenomen. Kan de regering bevestigen dat er geen kopwetgeving wordt aangenomen, zodat er zoveel mogelijk sprake is van een gelijk speelveld? Kan de regering een overzicht geven van de mate waarin deze wetgeving inmiddels in andere Europese landen is geïmplementeerd?

Achtergrond van de richtlijnen

De leden van de PvdA-fractie vragen welke ervaringen er tot nu toe zijn opgedaan met het Besluit beheerst beloningsbeleid dat per 1 januari 2011 in werking is getreden. Tot welk percentage zal de variabele beloning beperkt worden?

Op welk niveau zal de niet risico-gewogen leverage ratio in het kader van Bazel III worden vastgesteld, zo vragen de leden van de PvdA-fractie. Op welke niveaus zullen het kernkapitaal, het aanvullend hybride kapitaal, de opslagen (capital buffers), en de buffer van liquide activa bedragen? Kan met deze vijf genoemde kapitaaleisen Bazel III samengevat worden? In hoeverre geldt dat de vijf genoemde indicatoren aanscherpingen zijn ten opzichte van Bazel II? Op welk niveau zijn de kapitaaleisen in Bazel II en CRD I, II en III vastgesteld?

Hoofdlijnen van de richtlijnen

Banken aangesloten bij een centrale kredietinstelling

De leden van de PvdA-fractie vragen welke «centrale kredietinstelling» hier wordt bedoeld.

De leden van de CDA-fractie hebben enkele vragen over de banken die zijn aangesloten bij een centrale kredietinstelling. Er zijn banken die zijn aan aangesloten bij een centrale kredietinstelling die al controle uitoefent op de bedrijfsvoering, uitbesteding, solvabiliteit en liquiditeit van de aangesloten banken. Dit gold alleen voor banken die voor 15 december 1977 waren aangesloten op zo’n centrale kredietinstelling. Het voorstel is om deze tijdsbepaling nu te schrappen, omdat er toch niet massaal van gebruik wordt gemaakt. Wat zijn hiervan de gevolgen voor de Nederlandse situatie, zo willen deze leden weten. Hoeveel banken in Nederland krijgen hiermee te maken? Kan de regering bevestigen dat de centrale kredietinstellingen zelf wel onder een krachtig toezichtregime staan?

In de toelichting lezen de leden van de SP-fractie dat inmiddels duidelijk is geworden dat banken met een traditionele structuur zich niet op grote schaal zullen aansluiten bij een centrale kredietinstelling om van de vrijstellingsregeling gebruik te maken. Hoe is dit duidelijk geworden? Is daar onderzoek naar gedaan? Zo ja, door wie en wat waren de uitkomsten?

Bepaalde eigenvermogensbestanddelen

De leden van de PvdA-fractie vragen of het toestaan van hybride kapitaalinstrumenten, waarvan enerzijds de rente fiscaal aftrekbaar is (zoals bij vreemd vermogen), maar anderzijds toch opgeteld mag worden bij het kernkapitaal (=eigen vermogen), niet een vorm van eten van twee walletjes is? Is er niet een verkeerde prikkel ontstaan om deze hybride kapitaalinstrumenten zo veel mogelijk te gebruiken?

De leden van de CDA-fractie lezen over de aanpassingen voor hybride vermogens. Dit is kapitaal met zowel eigenschappen van aandelen als met eigenschappen van rentedragende schuld (obligaties). Dit hybride vermogen dient nu te voldoen aan een set kwaliteitscriteria. De leden van de CDA-fractie vinden het zorgwekkend dat dit punt al wel in Bazel II stond, maar dat dit nog niet geregeld was. Kan de regering dit toelichten? Op welke punten worden er in Bazel III verdere aanscherpingen verwacht voor hybride kapitaal?

De leden van de SP-fractie merken op dat in 1998 het Bazels Comité al overeenstemming heeft bereikt over een set aan kwaliteitscriteria waaraan een hybride kapitaalinstrument aan moet voldoen wil het kwalificeren als kernkapitaal of hoger aanvullend kapitaal. Waarom heeft de implementatie zo lang op zich laten wachten? Verder vragen de leden van de SP-fractie of de regering in meer dan globale termen uiteen kan zetten wat nu precies de veranderingen zijn. Hoe veranderingen de eerder genoemde kwaliteitscriteria precies?

Grote posities

Er worden nu beperkingen gesteld aan een overmatige concentratie van risico’s om te voorkomen dat beleggingsondernemingen en kredietinstellingen zich onverwacht geconfronteerd zien met omvangrijke verliezen die de solvabiliteit kunnen aantasten, zo lezen de leden van de CDA-fractie. Dit vinden deze leden verstandig. Ook hier vragen de leden van de CDA-fractie zich echter af hoe het kan dat deze bepalingen voor concentratierisico’s nu pas bij wet worden geregeld. Dit maakt immers al lang deel uit van Bazel II. Vinden er nog aanpassingen plaats naar aanleiding van deze verankering in de Wft?

De leden van de CDA-fractie vinden het verstandig dat er rekening wordt gehouden met de gevolgen voor kleine organisaties. Er wordt uitgegaan van een maatstaf op basis van een percentage van het eigen vermogen en een absoluut bedrag. Zoals hierboven is aangegeven wordt in de praktijk al een tijd rekening gehouden met de beperking van concentratierisico’s voortvloeiend uit Bazel II. Wat zijn de eerste ervaringen hiermee, ook voor kleinere ondernemingen?

Zoals de leden van de SP-fractie in hun inleiding al duidelijk hebben gemaakt, mist ook hier een meer gedetailleerde omschrijving van de wijziging in de regels. Graag zouden deze leden die gedetailleerde omschrijving alsnog krijgen. Waar bestaan de genoemde aanscherpingen precies uit?

Toezichtskader

De leden van de PvdA-fractie vragen wie, afgezien van DNB, deel kan uitmaken van het college van toezichthouders. Wat is de procedure als andere toezichthouders geen deel willen uitmaken van een dergelijk college? Wat is dan de rol van de Europese Bankenautoriteit?

Er wordt bij wet een college van toezichthouders opgericht voor het toezicht op grensoverschrijdende financiële instellingen, zo lezen de leden van de CDA-fractie. Ook kan hiermee beter toezicht worden gehouden op bijkantoren. Een van de grote problemen ten tijde van de kredietcrisis was de gebrekkige uitwisseling van informatie tussen toezichthouders in het geval van grensoverschrijdende instellingen. De leden van de CDA-fractie vinden het van groot belang dat deze situatie in de toekomst verbetert. Op welke wijze komt dit nu concreet terug in de voorgestelde wetswijzigingen? Kan de regering aangeven wat het precieze institutionele kader wordt waarbinnen deze colleges van toezichthouders gaan opereren? Kan de regering bovendien een overzicht geven van de wijze waarop de college van toezichthouders gaan opereren?

De leden van de SP-fractie constateren dat onderdeel van de aanvullende bepalingen over samenwerking het zogenoemde significante bijkantoor is. De toezichthouder van een bijkantoor kan de hoofdtoezichthouder vragen het bijkantoor als significant aan te merken. De toezichthouder van het bijkantoor krijgt volgens de toelichting meer toezichtsinformatie en er moet samengewerkt worden bij het uitvoeren van bepaalde toezichtstaken. De leden van de SP-fractie begrijpen uit de toelichting dat er eigenlijk alleen echt samengewerkt moet worden in het geval van nood. Klopt deze interpretatie? Zo nee, kan de regering dan de gevolgen van de kwalificatie significant bijkantoor voor het toezicht nog eens duidelijk op een rijtje zetten? De aanvraag om een bijkantoor als significant te laten kwalificeren moet met redenen zijn omkleed, zo lezen de leden van de SP-fractie. In hoeverre kan de hoofdtoezichthouder zo’n aanvraag afwijzen? Moet die afwijzing ook met redenen zijn omkleed? Zo nee, waarom niet? In hoeverre is deze regeling bestand tegen onwillige toezichthouders? Is de regering van mening dat deze regeling de problemen rond Icesave had kunnen voorkomen, dan wel verminderen? Zo ja, waarom?

Securitisatie

De leden van de PvdA-fractie vragen hoe er op zal worden toegezien dat de originator een netto economische waarde van 5% in de securitisatie zal aanhouden. Gaat deze regel ook gelden als de originator buiten de EU (bijvoorbeeld vanuit de VS) opereert en de gesecuritiseerde effecten in de EU worden aangeboden? Hoe gaat dan adequaat toezicht gehouden worden op de totale omvang van de gesecuritiseerde pakketten en op de vraag of de originator zich niet met opties heeft ingedekt tegen de risico’s, en op die manier de belangentegenstelling tussen originator en belegger niet is opgeheven?

De leden van de CDA-fractie achten de nieuwe voorwaarden voor securitisatie een belangrijk punt. Securitisatie is het proces waarbij financiële instellingen (krediet)risico’s van de eigen balans afhalen en doorverkopen aan andere instellingen. Vaak gebeurt dit door risico’s te bundelen. Het meeste beruchte voorbeeld in dit verband zijn natuurlijk de Amerikaanse subprime hypotheken. Dit neemt niet weg dat securitisatie ook een nuttige functie kan vervullen binnen het financiële stelsel, doordat de risico’s beter en efficiënter verspreid kunnen worden. Het is verstandig dat de kwetsbaarheden van het proces wel worden aangepakt zoals nu gebeurt. Er worden nu eisen gesteld. Degene die de risico’s doorverkoopt dient zelf 5% op de eigen balans te houden en er dient betere informatievoorziening te komen. De leden van de CDA-fractie vragen of de regering de voor -en nadelen van het proces van securitisatie nog eens op een rij te zetten en aan te geven op welke wijze dit wetsvoorstel de risico’s van securitisatie concreet terugbrengt.

Beleggers, voor zover het om kredietinstellingen gaat, moeten een breed en gedegen inzicht hebben van de securitisatiepositie die men in wenst te nemen. De leden van de SP-fractie vragen waarom dit alleen geldt voor kredietinstellingen en niet ook voor beleggingsondernemingen. Wat wordt verstaan onder een breed en gedegen inzicht? Hoe wordt dit gecontroleerd en door wie? De originator moet een netto economisch belang van minstens 5% in de securitisatie aanhouden. Betekent dit dat een originator 5% op de balans moet houden, zo vragen de leden van de SP-fractie. Hoe beoordeelt de regering dit percentage? Is die niet aan de lage kant? Zo nee, waarom niet?

CRD III

Er worden aanvullende eisen gesteld voor de kapitaalseisen voor handelsportefeuilles. De leden van de CDA-fractie vragen of de regering kan bevestigen dat er hiermee geen onderscheid meer bestaat tussen de kapitaalseisen voor handelsportefeuilles en niet-handelsportefeuilles. De leden van de SP-fractie vragen waar de aanvullende regels uit bestaan. Verder vragen de leden van de SP-fractie of de regering de genoemde arbitragemogelijkheid nader kan toelichten.

Er worden principes voor het beloningsbeleid opgesteld, zo lezen de leden van de CDA-fractie. Kan de regering aangeven hoe deze principes voor het beloningsbeleid zich verhouden tot de principes die de toezichthouder DNB heeft opgesteld in het kader van het beloningsbeleid? Op welke wijze geeft de toezichthouder precies invulling aan deze CRD-principes voor het beloningsbeleid? Kan de regering ook aangeven hoe zich dit verhoudt tot de andere landen van het eurogebied?

Marktconsultaties

De leden van de SP-fractie merken op dat hoewel het wetsvoorstel in nauw overleg met DNB is voorbereid, DNB ook op de consultatieversie heeft gereageerd. Waren er zaken waar de regering en DNB van mening verschilden? Zo ja, over welke zaken? Zo nee, waarom heeft DNB dan een consultatiereactie gegeven? Ook de NVB heeft suggesties voor verbetering gedaan die waar mogelijk zijn overgenomen. De leden van de SP-fractie vragen op wat voor gebieden de NVB suggesties heeft gedaan, wat de aard van die suggesties was en welke er zijn overgenomen.

Overig

De leden van de PvdA-fractie vragen wanneer CRD IV, waarin Bazel III wordt omgezet, te verwachten is? Wanneer zal sprake zijn van volledige implementatie van Bazel III?

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,

Dezentjé Hamming-Bluemink

De adjunct-griffier van de commissie,

Giezen


X Noot
1

Samenstelling:

Leden: Dezentjé Hamming-Bluemink, I. (VVD), voorzitter, Omtzigt, P.H. (CDA), Irrgang, E. (SP), Knops, R.W. (CDA), Neppérus, H. (VVD), Blanksma-van den Heuvel, P.J.M.G. (CDA), Dijck, A.P.C. van (PVV), Spekman, J.L. (PvdA), Thieme, M.L. (PvdD), Heijnen, P.M.M. (PvdA), ondervoorzitter, Bashir, F. (SP), Sap, J.C.M. (GL), Harbers, M.G.J. (VVD), Plasterk, R.H.A. (PvdA), Groot, V.A. (PvdA), Bemmel, J.J.G. van (PVV), Braakhuis, B.A.M. (GL), Vliet, R.A. van (PVV), Dijkgraaf, E. (SGP), Verhoeven, K. (D66), Koolmees, W. (D66), Huizing, M.E. (VVD) en Schouten, C.J. (CU).

Plv. leden: Broeke, J.H. ten (VVD), Werf, M.C.I. van der (CDA), Gesthuizen, S.M.J.G. (SP), Hijum, Y.J. van (CDA), Leegte, R.W. (VVD), Haverkamp, M.C. (CDA), Graus, D.J.G. (PVV), Bouwmeester, L.T. (PvdA), Ouwehand, E. (PvdD), Veen, E. van der (PvdA), Vacature SP, Grashoff, H.J. (GL), Schaart, A.H.M. (VVD), Vermeij, R.A. (PvdA), Smeets, P.E. (PvdA), Beertema, H.J. (PVV), Gent, W. van (GL), Jong, L.W.E. de (PVV), Staaij, C.G. van der (SGP), Koşer Kaya, F. (D66), Pechtold, A. (D66), Ziengs, E. (VVD) en Slob, A. (CU).