Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132766 nr. 2

32 766 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het vaststellen van emissieklassen van motorvoertuigen, het opnemen van enkele bepalingen met betrekking tot voertuigonderdelen die niet dienen te zijn goedgekeurd voor de toelating tot het verkeer op de weg en het maximeren van de prijs van het rijbewijs

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat in verband met het vaststellen van emissieklassen van motorvoertuigen, de typegoedkeuring van voertuigonderdelen die niet dienen te zijn goedgekeurd voor de toelating tot het verkeer op de weg, de erkende inbouw van die voertuigonderdelen en het maximeren van de prijs van het rijbewijs een wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 noodzakelijk is;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wegenverkeerswet 1994 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel f wordt «voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken of voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers» vervangen door: voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers.

2. Onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel u door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

w. emissieklasse:

klasse van uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door een motorrijtuig, die is gerelateerd aan de grenswaarden voor de uitstoot van koolmonoxide, koolwaterstoffen, stikstofoxiden en deeltjes, zoals deze zijn vastgesteld in voorschriften die in het kader van de Europese Unie tot stand zijn gekomen.

B

Artikel 4b, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a vervalt «in het kader van de toelating tot het verkeer op de weg».

2. In onderdeel j wordt «in de artikelen 62, 70a, 83 en 101» vervangen door: in de artikelen 62, 70a, 83, 92, eerste lid, 101, 132f, eerste lid, en 132k, eerste lid.

3. In onderdeel n wordt na «91, vierde lid» ingevoegd: 93, eerste lid, 94, tweede lid,.

4. Onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel p door een puntkomma, wordt het volgende onderdeel toegevoegd:

  • q. het vaststellen van de emissieklasse van een motorrijtuig.

C

Aan artikel 21 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Voor bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers die niet dienen te zijn goedgekeurd voor de toelating tot het verkeer op de weg kan een typegoedkeuring verleend worden.

D

In artikel 22, eerste lid, vervalt «met betrekking tot de toelating tot het verkeer op de weg».

E

Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers» vervangen door: voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers.

2. In het derde lid wordt «voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken of voorzieningen ter bescherming van weggebruikers of passagiers» vervangen door: voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingstukken of voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers.

F

Na hoofdstuk III wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK IIIA. EMISSIEKLASSEN

Artikel 35b

  • 1. Bij ministeriële regeling kunnen categorieën van motorrijtuigen aangewezen worden waarbij bepaald wordt dat van de motorrijtuigen uit die categorieën een emissieklasse wordt vastgesteld.

  • 2. Een emissieklasse wordt door de Dienst Wegverkeer vastgesteld op basis van het in het kader van de Europese Unie tot stand gekomen voorschrift dat vermeld is op de voor het motorrijtuig afgegeven typegoedkeuring.

  • 3. Indien een emissieklasse niet kan worden vastgesteld overeenkomstig het tweede lid, kan een emissieklasse van nader te bepalen categorieën van motorrijtuigen door de Dienst Wegverkeer vastgesteld worden op basis van de emissiewaarden, die vermeld zijn op de voor het motorrijtuig afgegeven typegoedkeuring.

  • 4. Indien een emissieklasse noch overeenkomstig het tweede lid, noch overeenkomstig het derde lid kan worden vastgesteld, wordt een emissieklasse door de Dienst Wegverkeer vastgesteld op basis van de datum waarop het motorrijtuig volgens het kentekenbewijs voor het eerst tot het verkeer op de weg is toegelaten.

  • 5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld betreffende de vaststelling van emissieklassen.

G

In hoofdstuk V wordt na artikel 91 een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 6a. Erkenningsregeling systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers die niet dienen te zijn goedgekeurd voor de toelating tot het verkeer op de weg

Artikel 92

  • 1. De Dienst Wegverkeer kan aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon een erkenning verlenen waardoor deze gerechtigd is om bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers die niet dienen te zijn goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg in te bouwen in voertuigen.

  • 2. De erkenning geldt voor de in de erkenning aangegeven werkzaamheden ter zake van het in voertuigen inbouwen van in de erkenning aangewezen systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingstukken of voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers. De erkenning kan gelden voor bepaalde of onbepaalde tijd.

  • 3. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden vastgesteld die aan een erkenning worden verbonden.

Artikel 93

  • 1. De erkenning wordt op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief verleend, indien de natuurlijke persoon of rechtspersoon voldoet aan bij ministeriële regeling vastgestelde eisen.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot de aanvraag van een erkenning.

  • 3. De erkenning wordt geweigerd indien een reeds aan de aanvrager verleende erkenning op grond van artikel 95, tweede lid, is ingetrokken binnen een direct aan de datum van indiening van de aanvraag voorafgaande periode van twaalf weken, dan wel van zes maanden in geval reeds twee of meer malen een dergelijke aan de aanvrager verleende erkenning is ingetrokken.

Artikel 94

  • 1. De Dienst Wegverkeer onderwerpt een bij ministeriële regeling aangewezen aantal systemen, onderdelen, technische eenheden uitrustingstukken of voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers steekproefsgewijs aan een keuring met het oog op het toezicht op de juiste inbouw van het systeem, het onderdeel, de technische eenheid of het uitrustingstuk of de voorziening ter bescherming van weggebruikers en passagiers.

  • 2. Degene aan wie de erkenning is verleend, is gehouden tot betaling, op door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst ter zake van de kosten van het toezicht vastgestelde tarief.

  • 3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld betreffende de wijze waarop de steekproef wordt uitgevoerd, alsmede betreffende de verplichting tot medewerking daaraan van degene aan wie een erkenning is verleend en van de eigenaar of houder van het voertuig waarvoor een keuring wordt geëist. Deze regels kunnen inhouden dat een verscherpt toezicht wordt gehouden, indien blijkt dat wordt gehandeld in strijd met een of meer uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen.

  • 4. De kennisgeving van het verscherpen van het toezicht kan plaatsvinden door middel van datacommunicatie.

Artikel 95

  • 1. De Dienst Wegverkeer trekt een erkenning in, indien degene aan wie die erkenning is verleend, daarom verzoekt.

  • 2. De Dienst Wegverkeer kan een erkenning intrekken of wijzigen, indien degene aan wie de erkenning is verleend:

    • a. niet meer voldoet aan de voor de erkenning gestelde eisen;

    • b. de verplichtingen, vervat in artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 94, derde lid, niet nakomt; of

    • c. handelt in strijd met een of meer andere uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen.

  • 3. De Dienst Wegverkeer kan in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, een erkenning schorsen voor een door hem daarbij vast te stellen termijn die ten hoogste twaalf weken bedraagt.

  • 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot het intrekken, wijzigen en schorsen van de erkenning.

Artikel 96

Het is een ieder die niet beschikt over een geldige erkenning als bedoeld in artikel 92 verboden zich op zodanige wijze te gedragen, dat bij het publiek de indruk kan worden gewekt dat een dergelijke erkenning aan hem is verleend.

H

Artikel 111 wordt als volgt gewijzigd:

Onder vernummering van het zesde lid tot zevende lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 6. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het bij plaatselijke verordening vastgestelde tarief, bedoeld in het vijfde lid, een in die maatregel te bepalen bedrag niet te boven gaat. Dat bedrag kan bij ministeriële regeling worden gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft.

I

In artikel 177, tweede lid, wordt na «89» ingevoegd:, 96.

ARTIKEL II

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Infrastructuur en Milieu,