Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 april 2011
Op zaterdag 9 april jl. rond het middaguur is Nederland geconfronteerd met een ernstig schietincident in Alphen aan den Rijn,
waarbij zeven dodelijke slachtoffers, waaronder de schutter, en zeventien gewonden te betreuren zijn. Het kabinet hecht er
aan steun en medeleven uit te spreken aan de slachtoffers en hun nabestaanden. De eerste zorg van de betrokken instanties
is gelegen in de zorg voor en bijstand aan hen. De Minister-president en ik hebben een bezoek gebracht aan Alphen aan den
Rijn en hebben met eigen ogen kunnen aanschouwen welke emoties deze gebeurtenis teweeg heeft gebracht.
Ik spreek, uiteraard mede namens de leden van het kabinet, allereerst mijn waardering uit voor de grote inzet van de politie,
gemeente, alle hulpverlenings- en ondersteuningsdiensten en mensen die (spontaan) hulp hebben verleend. Alle instanties plegen
maximale inzet om alle benodigde zorg te bieden.
Met deze brief wordt u geïnformeerd over wat zich op zaterdag 9 april jl. heeft voorgedaan en welke onderzoeken naar aanleiding
daarvan in gang zijn gezet.
Op hetgeen thans in onderzoek is, waaronder de contacten van de schutter met de geestelijke gezondheidszorg, kan ik nu niet
nader ingaan.
Schietincident
De schietpartij vond op 9 april jl. kort na 12.00 uur plaats in het winkelcentrum De Ridderhof in Alphen aan den Rijn. Zes
mensen zijn overleden en zeventien mensen zijn gewond geraakt, waaronder twee kinderen. De schutter – een 24-jarige autochtone
man uit Alphen aan den Rijn – heeft zichzelf na deze daad van het leven beroofd. Hij heeft, voor zover bekend, alleen gehandeld.
Uit de rapportage van de politie Hollands Midden blijkt dat om 12.09 uur de melding binnen kwam dat geschoten werd in een
winkel in Alphen aan den Rijn. De politie was binnen vijf minuten ter plaatse. De eerst aangekomen politieambtenaren hebben
het laatste schot gehoord. Uit onderzoek is later gebleken dat de hele schietpartij niet langer dan enkele minuten heeft geduurd.
Er bevonden zich op dat moment veel mensen in het winkelcentrum. Politieagenten en andere medewerkers van hulpverlenende instanties
hebben onmiddellijk gehandeld en zorg verleend aan slachtoffers.
In het winkelcentrum zijn drie vuurwapens gevonden waarmee de verdachte vermoedelijk heeft geschoten. Voor deze wapens is
wapenverlof verleend. Op deze wapens wordt onderzoek verricht.
De auto van de schutter bevond zich op de parkeerplaats bij het winkelcentrum. De auto is doorzocht en er werd een brief in
aangetroffen. In die brief stond dat in drie andere winkelcentra in Alphen aan den Rijn explosieven zouden liggen. Die winkelcentra
zijn ontruimd en onderzocht waarbij geen explosieven zijn gevonden. In de woning van de verdachte is een afscheidsbrief aangetroffen.
Uit die brief komt geen duidelijk motief naar voren. Om de gang van zaken in het winkelcentrum de Ridderhof te reconstrueren
zijn zoveel mogelijk camerabeelden veilig gesteld van de bewakingscamera’s.
Vanuit de gemeente is zo spoedig mogelijk een Beleidsteam onder leiding van de burgemeester ingericht. Ter plaatse is een
opvangcentrum ingericht. De inwoners die woonachtig zijn rond de 3 winkelcentra die ontruimd zijn, zijn op diverse andere
locaties opgevangen. Tevens is gezorgd voor registratie van slachtoffers en verwanten, voor voorlichting en is een callcenter
opgericht. Ook de psychosociale hulpverlening is direct nadat het nieuws bekend werd in actie gekomen. Mensen die aanwezig
waren bij de schietpartij zijn opvangen en er is een telefonische hulplijn opengesteld.
De situatie in Alphen aan de Rijn gaf ook aanleiding om op landelijk niveau bijeen te komen. Daarop is men bij het Nationaal
CrisisCentrum (NCC) tot opschaling overgegaan. De Veiligheidsregio Hollands Midden heeft voor intensieve ondersteuning gezorgd
en er is dankbaar gebruik gemaakt van de ondersteuning vanuit het NCC.
Vervolgonderzoek
Naar aanleiding van het schietincident is door de politie Hollands Midden onder leiding van de officier van justitie een Team
Grootschalig onderzoek (TGO) opgestart, bestaande uit twee teams, een team politie Hollands Midden en een team politie Haaglanden.
Bijstand wordt verleend door verschillende andere korpsen zoals Haaglanden, Rotterdam-Rijnmond, het KLPD en de KMar. Het onderzoek
richt zich vooral op de volgende aspecten: wat is op 9 april 2011 gebeurd?; heeft iemand dit kunnen voorzien en/of voorkomen?;
wat zijn de achtergronden van de persoon van de verdachte?; is er sprake van medeplegers en/of medeplichtigen en/of kan aangetoond
worden dat het bestaan van medeplegers en/of medeplichtigen kan worden uitgesloten?. Tot de opsporingshandelingen zullen ook
forensisch en digitaal onderzoek behoren.
De Hoofdofficier van Justitie van arrondissementsparket Den Haag heeft besloten tot een onderzoek naar het verstrekken van
het wapenverlof aan de schutter. Dit feitenonderzoek zal door de rijksrecherche worden verricht.
Ik heb de Onderzoeksraad Voor Veiligheid gevraagd een onderzoek in te stellen naar het Nederlandse systeem ter beheersing
van het legaal wapenbezit en vast te stellen of het systeem voldoende functioneert en heeft gefunctioneerd in relatie tot
het incident. Daarbij zal de Onderzoeksraad zich zowel richten op de regelgeving als de uitvoering en handhaving daarvan.
De Onderzoeksraad heeft toegezegd dit onderzoek te gaan uitvoeren.
Aan de hand van de uitkomsten van het strafrechtelijk onderzoek, het onderzoek van de Rijksrecherche en het onderzoek van
de Onderzoeksraad Voor Veiligheid zal ik bezien welke conclusies zouden moeten worden getrokken ten aanzien van het beleid
met betrekking tot legaal wapenbezit en het toezicht daarop. U zult hierover op een later moment worden geïnformeerd.
De minister van Veiligheid en Justitie,
I. W. Opstelten