32 735 Mensenrechten in het buitenlands beleid

Q VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 30 mei 2022

De leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport1 hebben kennisgenomen van de brief van 14 februari 2022 met de gezamenlijke reactie van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Justitie en Veiligheid op de vragen die op 25 januari 20222 gesteld zijn naar aanleiding van de briefwaarmee de Kamer geïnformeerd is over de stand van zaken betreffende het Verdrag van de Raad van Europa tegen handel in menselijke organen3. De leden van de GroenLinks-fractie hebben hierover nog enkele vervolgvragen.

Naar aanleiding hiervan is op 23 maart 2022 een brief gestuurd aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben op 30 mei 2022 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Den Haag, 23 maart 2022

De leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van 14 februari 2022 met de gezamenlijke reactie van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Justitie en Veiligheid op de vragen die op 25 januari 20224 gesteld zijn naar aanleiding van de brief waarmee de Kamer geïnformeerd is over de stand van zaken betreffende het Verdrag van de Raad van Europa tegen handel in menselijke organen5. De leden van de GroenLinks-fractie hebben hierover nog enkele vervolgvragen.

Met betrekking tot de urgentie van de ondertekening en ratificatie van het Verdrag wordt in de brief van 14 februari jl. aangegeven dat de meerwaarde voornamelijk ligt in de intensieve samenwerking tussen verdragspartijen en dat deze meerwaarde, en daarmee de urgentie, momenteel nog gering is wegens het kleine aantal staten dat het Verdrag geratificeerd heeft. Echter, onderkent de regering dat intensieve samenwerking op dit gebied, dat een sterke internationale achtergrond heeft, op zichzelf al een belangrijke stap is? Bent u het met de leden van de GroenLinks-fractie eens dat Nederland, een land dat zich graag positioneert als internationaal voorvechter van mensenrechten, het goede voorbeeld dient te geven door op zo kort mogelijke termijn het Verdrag te ondertekenen en te ratificeren, en dat Nederland hiermee mogelijk ook verdere ondertekening en ratificatie door andere landen kan stimuleren? Hoe ziet u de internationale samenwerking die door het Verdrag beoogd wordt, tot stand komen als landen geen hoge urgentie geven aan ratificatie?

Er zal door het Ministerie van Justitie en Veiligheid nog verder onderzoek verricht worden naar de implicaties van de opsporingsverplichtingen in het Verdrag, zo staat in de brief. Op welke termijn zal dit onderzoek worden afgerond? Kunt u ervoor zorgen dat dit onderzoek met de nodige urgentie wordt gedaan, gezien de al zeer lang durende voorbereiding van de beslissing tot ratificatie en het feit dat hierover al meerdere malen vragen zijn gesteld vanuit het parlement?

Een eventueel gebrek aan capaciteit en budget voor opsporingsdiensten om aan de verdragsverplichtingen te voldoen zou een reden kunnen zijn om nog niet tot ondertekening of ratificatie over te gaan. In hoeverre is het mogelijk om in dat geval de benodigde capaciteit en het benodigde budget voor ratificatie van dit Verdrag te prioriteren boven bepaalde andere taken? Mocht deze situatie zich voordoen, kunt u de Kamer dan informeren over de afwegingen van de regering?

De regering heeft te kennen gegeven het punt van strafbaarstelling van onder meer zorgverleners die illegaal verkregen organen implanteren bij mensen, mee te nemen bij een herziening van wetgeving met betrekking tot de weefselketen. Dit wetgevingstraject is al gaande en de inwerkingtreding is voorzien in het eerste kwartaal van 2024. De leden van de GroenLinks-fractie vinden dit wel lang duren. Wat zijn de mogelijkheden om de inwerkingtreding van deze specifieke strafbaarstelling eventueel te vervroegen en hoe beoordeelt u deze mogelijkheden?

De leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag voor 29 april 2022.

Een gelijkluidende brief wordt gestuurd naar de Minister van Justitie en Veiligheid

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, T. Klip-Martin

BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 mei 2022

Hierbij zenden wij u de antwoorden op de vragen van de GroenLinks-fractie van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) van de Eerste Kamer over het Verdrag tegen handel in menselijke organen (170601.04U ingezonden 23 maart 2022).

De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Kuipers

De leden van de GroenLinks-fractie stellen enkele vervolgvragen naar aanleiding van een commissiebrief van 14 februari jl.6 inzake het Verdrag van de Raad van Europa tegen handel in menselijke organen (hierna: «het Verdrag»).7

In de brief van 14 februari jl. is aangegeven dat de meerwaarde van het Verdrag voor Nederland voornamelijk ligt in de intensieve samenwerking tussen verdragspartijen. De leden van de GroenLinks-fractie vragen of de regering onderkent dat intensieve samenwerking op het gebied van illegale orgaanhandel op zichzelf al een belangrijke stap is. Vooropgesteld moet worden dat het kabinet illegale handel in menselijke organen een schrijnend onderwerp vindt waarvan de aanpak belangrijk is. Het kabinet hecht dan ook veel waarde aan internationale samenwerking bij de aanpak van illegale praktijken omtrent orgaanhandel. Zoals uiteengezet in de voorgaande brief is het kabinet van oordeel dat ondertekening en ratificatie van dit Verdrag van betekenis kan zijn voor de internationale bestrijding van orgaanhandel. Zorgvuldig onderzoek moet echter worden gedaan naar de wenselijkheid, meerwaarde en implicaties die ondertekening en ratificatie van het Verdrag meebrengt.8

Onderdeel hiervan is een onderzoek naar de vraag wat aanvullend benodigd is om te voldoen aan de verdragsverplichtingen die ondertekening en ratificatie van het verdrag met zich mee zouden brengen, naast de al aanwezige juridische kaders en de beleids- en opsporingsactiviteiten om illegale orgaanhandel tegen te gaan. Met dit onderzoek naar uitvoeringsconsequenties wordt in kaart gebracht of er voldoende budget en capaciteit beschikbaar is bij de opsporingsinstanties die uitvoering zouten moeten geven of zouden bijdragen aan de implementatie van het Verdrag. De leden van de GroenLinks-fractie vragen op welke termijn dit onderzoek zal worden afgerond. Er kan nog geen precieze eindtijd worden gekoppeld aan dit onderzoek. Op dit moment wordt door het Ministerie van Justitie en Veiligheid bezien welke concrete uitvoeringsvragen uitgezet moeten worden bij de opsporingsdiensten, op basis van de in het Verdrag gestelde voorwaarden. Hierna zal een gerichte uitvraag gedaan worden bij de opsporingsdiensten. Dit wordt met urgentie opgepakt. Na ontvangst van de concrete uitvraag, kan door de Politie en het OM worden beoordeeld hoe lang het zal duren om het onderzoek uit te voeren. Orgaanhandel is een bijzondere, vaak internationale, grensoverschrijdende en georganiseerde vorm van mensenhandel. Dit maakt beleid- en wetgevingsvraagstukken hieromtrent niet eenvoudig. Zodra het onderzoek is afgerond zal Uw Kamer zo snel mogelijk op de hoogte worden gesteld de resultaten en van het al dan niet in gang zetten van de procedure dat leidt tot tekenen en ratificeren.

Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de capaciteit en het budget bij opsporingsdiensten niet toereikend zijn om te voldoen aan de verdragsverplichtingen, zou dit meewegen in de besluitvorming om te tekenen en ratificeren. De leden van de GroenLinks-fractie vragen naar aanleiding hiervan in hoeverre het mogelijk is om in dat geval benodigde middelen te prioriteren boven andere taken. Op dit moment is het nog te vroeg om hierover iets te zeggen, omdat nog niet duidelijk is of en in welke mate extra capaciteit en budget nodig zouden zijn. Zoals u weet vindt prioritering bij besteding van gelden en capaciteit in eerste instantie plaats door de gezagen in de lokale driehoeken; dit gebeurt op basis van de lokale context. In de praktijk zal het OM als bevoegd gezag aangeven aan welke zaken opvolging wordt gegeven in het kader van opsporing en vervolging. Mocht uit het onderzoek blijken dat de huidige middelen niet toereikend zijn om aan de verdragsverplichtingen te voldoen en om die reden afgezien worden van ondertekening en ratificatie, dan zal het kabinet de Kamer informeren inzake de afwegingen die tot dat besluit geleid hebben.

Ten slotte willen de leden van de fractie van GroenLinks graag weten of het mogelijk is een wetgevingstraject te versnellen. Het betreft de implementatie van een strafbaarstelling voor zorgverleners die illegaal verkregen organen implanteren bij mensen. Het kabinet wil allereerst benoemen dat voor zover al door een zorgverlener in Nederland een illegaal orgaan zou worden geïmplanteerd, daartegen op dit moment al tuchtrechtelijk kan worden opgetreden. Het is door het kabinet wenselijk geacht dit in de wet te verankeren en om deze wetswijziging mee te nemen bij de herziening van de weefselwetgeving. Hiermee kan namelijk in samenhang met andere wijzigingen worden bezien hoe deze strafbaarstelling het beste kan worden geregeld. Dat hiermee enig tijdsverloop gemoeid is, zal naar verwachting in de praktijk dus niet op problemen stuiten.


X Noot
1

Samenstelling:

Ganzevoort (GL), Gerkens (SP), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Oomen-Ruijten (CDA), Rombouts (CDA), Bredenoord (D66), Koole (PvdA), De Bruijn-Wezeman (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), Klip-Martin (VVD) (voorzitter), Vos (VVD), Dessing (FVD), Van Gurp (GL), Prast (PvdD), Van Pareren (Fractie-Nanninga) (ondervoorzitter), Prins (CDA), Vendrik (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Van der Voort (D66), Keunen (VVD), Hermans (Fractie-Nanninga), Raven (OSF) en Karakus (PvdA).

X Noot
2

Verslag schriftelijke overleg (Kamerstukken I 2021/22, 32 735, P).

X Noot
3

Brief van 13 december 2021 (Kamerstukken I 2021/22, 32 735, O).

X Noot
4

Verslag schriftelijke overleg (Kamerstukken I 2021/22, 32 735, P).

X Noot
5

Brief van 13 december 2021 (Kamerstukken I 2021/22, 32 735, O).

X Noot
6

Kamerstukken I 2021/22, kenmerk 3314586-1023937-GMT.

X Noot
7

CETS 216 – Verdrag van de Raad van Europa tegen handel in menselijke organen.

X Noot
8

Voor een overzicht met gedetailleerde overwegingen verwijzen wij u naar Kamerstuk II 2021/22, 32 735, nr. 334.

Naar boven